Adviezen

RvA no. RA/19-17-LV

Uitgebracht op : 28/08/2017
Publicatie datum: 08/11/2017

Ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2018 (zaaknummer 2017/022679)

Advies:  Met verwijzing naar uw spoedadviesverzoek d.d. 27 juli 2017, dat de Raad van Advies op 31 juli 2017 heeft ontvangen, om het oordeel van de Raad inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 28 augustus 2017 bericht de Raad u als volgt.

Algemene opmerkingen

De Begroting voor het dienstjaar 2018 als autorisatie-, sturings- en beleidsinstrument

Uit de brief van 7 juli 2017 (zaaknummer 2017/022679) van de Sectordirecteur Financieel Beleid en Begrotingsbeheer blijkt dat de informatie c.q. gegevens die door de ministeries zijn verstrekt niet tijdig aan het Ministerie van Financiën zijn aangeleverd. Volgens voornoemde brief heeft het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening en een aantal staatsorganen per 1 mei 2017 ook geen verantwoorde beleidsbegroting ingediend. In de Algemene Beschouwingen van de memorie van toelichting behorende bij de onderhavige ontwerplandsverordening (hierna: Algemene Beschouwingen) zijn verder de programma- en apparaatskosten niet altijd in de daartoe bestemde kolom ingevuld. Tevens constateert de Raad dat in het algemeen in de tabellen, opgenomen in de Algemene Beschouwingen, verschillende cijfers ontbreken.

Voorts wordt in voornoemde brief verwezen naar het door het Ministerie van Financiën vastgestelde nieuwe formaat Verantwoorde Beleidsbegroting waarmee beoogd wordt de koppeling van beleid en middelen (ook meerjarig) verder technisch te verbeteren. In deze brief wordt aangegeven, dat het niet alle ministeries gelukt is om het nieuwe formaat (volledig) in te vullen. Mede om deze reden zijn volgens de Raad bij veel ministeries de vastgestelde doelen en de middelen om deze te bereiken niet conform voornoemd formaat concreet genoeg volgens het SMART-principe geformuleerd en uitgewerkt. Hierdoor kan het achteraf evalueren van het gevoerde beleid moeilijk dan wel niet plaatsvinden. Zie bijvoorbeeld het hoofdstuk “Ministerie van Economische Ontwikkeling”, pagina 152, tabel “4. Ontwikkelen en implementeren van een duurzaam economisch beleid”. Bedoelde evaluaties zijn belangrijk omdat het een aanzet of referentiekader kan zijn voor het beleid voor het volgend dienstjaar. Door deze evaluaties zullen de Staten beter in staat zijn hun controlerende taak effectiever en efficiënter uit te voeren.

Het bovenstaande maakt de begroting gebrekkig. Er wordt in mindere mate voldaan aan het vereiste zoals geformuleerd in de artikelen 2 en 14 van de Landsverordening comptabiliteit 2010. Dit verzwakt naar het oordeel van de Raad mede de autorisatie-, sturings- en beleidsfunctie van de begroting als een afgeleide van het budgetrecht van de Staten. Immers, de onderhavige ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2018 (hierna: ontwerpbegroting 2018) zal in de verantwoordingsfase geen adequaat hulpmiddel zijn voor een algehele evaluatie die ten grondslag ligt aan het afleggen van verantwoording.

Gezien het beeld dat de aangeboden ontwerpbegroting 2018 vertoont kan naar het oordeel van de Raad geconcludeerd worden dat de kwaliteit daarvan in vergelijking met het voorgaande jaar duidelijk achteruit is gegaan.

De Raad adviseert de regering om deze reden zoveel mogelijk de ontwerpbegroting 2018 en de toelichting daarop aan te passen en te versterken waardoor een kwalitatief goede (ontwerp)begroting gepresenteerd kan worden die beter aan voornoemde functies kan voldoen. In dit kader acht de Raad het versterken van de financiële functies bij de ministeries mede van belang en wordt de regering derhalve geadviseerd ter realisering van deze versterking met voortvarendheid het nodige te doen. Ook wordt geadviseerd in verband met de transparantie en kenbaarheid van het beleid, voor het project “Verantwoord beleidsbegroting” middelen beschikbaar te blijven stellen om gedegen voorlichting ter zake te blijven geven aan zowel het ambtelijk apparaat als aan de Staten.

Een beleidsarme begroting

Beleidsvoornemens van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening

In de eerder genoemde brief van 7 juli 2017 stelt de Sectordirecteur Financieel Beleid en Begrotingsbeheer van het Ministerie van Financiën dat de Begroting voor het dienstjaar 2017 (hierna: Begroting 2017) als basis heeft gediend voor de ontwerpbegroting 2018. Immers, in verband met de regeringswisseling begin juni 2017 is het volgens bedoelde sectordirecteur niet haalbaar om in de ontwerpbegroting 2018 de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet te verwerken. De Raad van Ministers is op 22 juli 2017 hiermee akkoord gegaan.

Volgens voornoemde brief heeft het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening niet een verantwoorde beleidsbegroting ingediend en ontbreekt in de Algemene Beschouwingen daarom een onderdeel over genoemd ministerie. De Raad constateert echter dat in de Algemene Beschouwingen wel een hoofdstuk is opgenomen over genoemd ministerie.

De Raad verzoekt aan de regering in de memorie van toelichting aan te geven aan de hand van welke gegevens het hoofdstuk “Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening” van de Algemene Beschouwingen is opgesteld.

Ontbrekende beleidsvoornemens van organisaties

In de Algemene Beschouwingen ontbreekt een onderdeel over de Sociaal Economische Raad (hierna: SER) en de Raad voor de Rechtshandhaving.

Rekening houdende met het uitgangspunt dat de regering heeft gehanteerd bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2018 adviseert de Raad de regering ook voor wat betreft de SER en de Raad voor de Rechtshandhaving alsnog een onderdeel in de Algemene Beschouwingen op te nemen in lijn met de uitgangspunten van de Begroting 2017.

In het vooruitzicht gestelde nota van wijziging

Inleiding

De Raad is overigens - in tegenstelling tot hetgeen in de hierboven aangehaalde brief wordt gesteld - van oordeel dat een regeringswisseling geen reden moet zijn om af te zien van het formuleren van nieuwe beleidsvoornemens. Elke regering dient er immers naar te streven om beleidsdoelen te bereiken en stelt aan de hand daarvan een begroting vast. Indien een nieuwe regering andere beleidsvoornemens heeft dan kan zij de begroting wijzigen om haar eigen beleidsvoornemens daarin te realiseren. In dit verband merkt de Raad op dat ook bij de aanbieding van de ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2017 (hierna: ontwerpbegroting 2017)[1] voor advies aan de Raad van Advies de situatie zich heeft voorgedaan dat het (nieuw) beleid van de regering die uiteindelijk ten overstaan van de Staten zich daarover moet verantwoorden, niet daarin was verwerkt. Vanwege de aankomende verkiezingen van de Staten heeft de toenmalige zittende regering daartoe besloten. Ook de ontwerpbegroting 2017 is door de Raad aangemerkt als een beleidsarme begroting. De ontwikkelingen rondom de voorbereiding van ontwerpbegrotingen in de afgelopen periode dienen als verontrustend te worden beschouwd omdat deze ontwikkelingen een negatief effect zullen hebben op het streven om een kwalitatief goede begroting te presenteren die als autorisatie-, sturings- en beleidsinstrument kan dienen.

De huidige regering heeft reeds vóór de aanbieding van de ontwerpbegroting 2018 een nota van wijziging in het vooruitzicht gesteld. Het is niet uitgesloten dat fundamentele wijzigingen bij nota van wijziging in de thans aan de Raad aangeboden ontwerpbegroting 2018 zal moeten worden aangebracht. Deze fundamentele wijzigingen houden in dat het ontwerp dat thans aangeboden wordt, na de wijzigingen er compleet anders zal (kunnen) uitzien. De facto betreft het nu aangeboden ontwerp dus een ontwerpbegroting die inhoudelijk geen volledig beeld weergeeft van het door de regering voorgestane beleid voor het dienstjaar 2018.

De Raad adviseert de regering om bij het aanpassen van de ontwerpbegroting 2018 met de toelichting daarop rekening te houden met de in dit advies gemaakte opmerkingen, in het bijzonder met die in onderdelen 7 tot en met 11 onder “I. Algemene opmerkingen.

Vertaalslag nieuw beleid in de Begroting voor het dienstjaar 2018

De regering is voornemens de begroting te vervolledigen middels een nota van wijziging. De ontwerpbegroting 2018 is sluitend. Echter zonder wijzigingen in de ontwerpbegroting 2018 biedt deze (ontwerp)begroting geen ruimte voor nieuw beleid. Dit laatste hangt samen met artikel 7, eerste lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 en artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, waarin is bepaald dat de gewone dienst sluitend dient te zijn. Bij het eventueel verhogen van de uitgaven op de gewone dienst als gevolg van de vertaling van nieuw beleid daarin acht de Raad het niet waarschijnlijk dat in dat geval ook de inkomsten opwaarts kunnen worden aangepast onder de huidige omstandigheden. Daarnaast is de financiering van een hoger tekort op de kapitaaldienst, dan thans het geval is - rekeninghoudend met de rentelastnorm - wel mogelijk. Echter, een hoger tekort op de kapitaaldienst stuwt de schuldquote en rentelasten verder omhoog. De toename van de rentelasten zal weer een negatief effect hebben op de uitgavenkant op de gewone dienst.

Gelet op het vorenstaande is het volgens de Raad imperatief dat bij het verwerken van het regeerprogramma van het huidige kabinet in de ontwerpbegroting 2018 middels een nota van wijziging, de regering afdoende prioriteert opdat nieuw beleid kan passen in het begrotingskader.

De Raad adviseert de regering bij de aanpassing van de ontwerpbegroting 2018 al dan niet middels nota van wijziging rekening te houden met het bovenstaande.

De onderbouwing van de beleidsvoornemens

Beleidsvoornemens, instrumenten en meetbare resultaten

De Raad vraagt de bijzondere aandacht van de regering voor het duidelijker in beeld brengen van de beleidsvoornemens die in de Algemene Beschouwingen worden opgenomen. Dat betekent dat een beleidsvoornemen niet alleen duidelijk moet worden geformuleerd, maar dat ook aangegeven moet worden welke activiteiten zullen worden verricht om dat voornemen te verwezenlijken en welke meetbare resultaten gedurende en na het hele uitvoeringstraject worden verwacht. Daarnaast dienen de beleidsvoornemens gerelateerd te worden aan de begrote bedragen voor het betrokken dienstjaar of de daaropvolgende dienstjaren in de meerjarenbegroting en aan een tijdsplanning voor de realisering daarvan.

Zie in dat licht bijvoorbeeld het hoofdstuk “Staatsorganen en overige algemene organen”. In de Algemene Beschouwingen (pagina’s 14 tot en met 17 en pagina 22) wordt niet aangegeven welke de algemene en operationele doelstellingen alsmede de instrumenten en de budgettaire gevolgen van het beleid zijn ten aanzien van de Algemene Rekenkamer en van het rechtswezen. Zie ook het hoofdstuk “Ministerie van Algemene Zaken” waar de eerste twee algemene doelstellingen op pagina 27 overeenkomen met de operationele doelstellingen op pagina 31 van de Algemene Beschouwingen. Zie voorts het hoofdstuk “Ministerie van Economische Ontwikkeling”, onder “4. Ontwikkelen en implementeren van een duurzaam economisch beleid” waar zowel de operationele doelstellingen alsook de te hanteren instrumenten te algemeen geformuleerd worden.

Continuering van beleid

Geconstateerd wordt dat in de Algemene Beschouwingen geen enkel ministerie aangeeft of de algemene doelstellingen en het daarop gebaseerde beleid een voortzetting is van hetgeen als grondslag heeft gediend voor de Begroting 2017. De Raad vindt het belangrijk dat bij continuering van beleid uit voorgaande jaren dit beleid in de begroting en de toelichting daarop geëxpliciteerd wordt. Voor een juiste uitvoering van de begroting dient de volledige impact van deze voornemens dan ook in de begroting zijn weerslag te krijgen. De Raad geeft als voorbeeld de ontwikkelingen rond luchtvaartmaatschappij Inselair en de bouw van Hospitaal Nobo Otrobanda, het met de vakbond Sindikato di Trahadónan den Edukashon (hierna: SITEK) gesloten convenant inzake onder meer arbeidsvoorwaarden van haar leden en de gevolgen van de Heads of Agreement in het kader van de met Guangdong Zhenrong gemaakte afspraken en de ontwikkelingen daaromheen.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te passen.

Tijdsplanning

Op pagina 3, tweede tekstblok, van de Algemene Beschouwingen staat dat de meerjarenbegroting en de outputbegrotingen verder aangescherpt en uitgebouwd zijn in de ontwerpbegroting 2018. Daarbij wordt tevens vermeld dat het een ingrijpend groeiproces betreft dat in fasen geïmplementeerd zal worden. Verderop in het voorlaatste tekstblok staat dat de meerjarenbegrotingen in de toekomst, meer dan nu het geval is, inzicht moeten verschaffen in de meerjarige financiële consequenties van beslissingen. De Raad mist daarbij een tijdsplanning zodat een indicatie gegeven kan worden wanneer het gewenste doel bereikt moet worden.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting met inachtneming van het voorgaande aan te vullen.

Korte, middellange- en lange termijn projecten c.q. masterplannen

Concretisering masterplannen

In de memorie van toelichting worden verschillende projecten c.q. masterplannen genoemd. Geconstateerd wordt dat niet altijd duidelijk is of het conceptuele gedeelte van het betrokken masterplan c.q. project al afgerond is. Ook wordt niet altijd in de memorie van toelichting een (korte) beschrijving gegeven wat het project c.q. masterplan concreet inhoudt, de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging daarvan, de daaraan verbonden kosten en wat voor de uitvoering nodig is. Uit de in de memorie van toelichting voorkomende beschrijvingen kan voorts niet altijd - conform het formaat Verantwoorde Beleidsbegroting - opgemaakt worden welk probleem met het bereiken van het vastgestelde doel opgelost zal worden.

In dit kader worden de volgende voorbeelden genoemd.

-     De kosten voor de verschillende projecten van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening worden in de Algemene Beschouwingen niet gespecificeerd. Ook niet daar waar blijkt dat er zeer waarschijnlijk kosten gemaakt zullen worden.

Verwezen wordt naar het derde tekstblok op pagina 55 van het hoofdstuk “Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening” van de Algemene Beschouwingen waar wordt gesproken over een “strategisch, integraal lange termijn Masterplan” dat duurzame ontwikkeling van Curaçao beoogt.

Zie bijvoorbeeld ook pagina 62, voorlaatste tekstblok, waar staat dat er flink geïnvesteerd zal worden in 2018 in verband met de overname van verblijfsvergunningen en hindervergunningen van het Ministerie van Justitie respectievelijk het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur door het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening. Zie verder pagina 63, laatste tekstblok, in verband met investering in opleiding en training van ambtenaren, pagina 64, derde tekstblok, eerste alinea, voor wat betreft de verschillende onderzoeken die verricht zullen worden en voorts pagina 65, eerste tekstblok, de kosten voor 2018 voor de Archiefschool.

-     In het hoofdstuk “Ministerie van Economische Ontwikkeling” van de Algemene Beschouwingen (pagina’s 152 en 153) wordt verwezen naar de Lange Termijn Economische Strategie (hierna: LTES). In laatstgenoemd hoofdstuk is ingegaan op het onderdeel “Nationale Ontwikkelingsplan (NDP) dat onderdeel is van LTES.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting met inachtneming van het bovenstaande waar nodig aan te vullen.

Masterplan en economische groei

In het hoofdstuk “Ministerie van Economische Ontwikkeling”, pagina 143 van de Algemene Beschouwingen wordt in het eerste tekstblok melding gemaakt van het “Masterplan E-commerce” en in het laatste tekstblok van een “masterplan toerisme”. In de memorie van toelichting is niet aangegeven wat de gevolgen van deze plannen voor de economische groei en de meerjarenbegroting zullen zijn.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven wat de impact van voornoemd masterplan en van de overige in de memorie van toelichting genoemde relevante masterplannen zal zijn voor wat betreft de lange termijn economische groei en de meerjarenbegroting.

Algemene visie van de regering

In de Inleiding van de Algemene Beschouwingen (pagina 2) wordt de visie van de regering voor het land Curaçao weergegeven. De Raad constateert dat bij een aantal ministeries een eigen visie is opgenomen bijvoorbeeld bij het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport (pagina 157). Bij de Ministeries van Algemene Zaken, Bestuur, Planning en Dienstverlening, Justitie, Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, Economische Ontwikkeling en Gezondheid, Milieu en Natuur is steeds de algemene visie van de regering overgenomen.

De Raad adviseert de regering erop toe te zien dat de ministeries een eigen beleidsvisie ontwikkelen en dat de visie van elk ministerie steeds gerelateerd is aan de algemene visie van de regering. Daarbij dient tevens de missie van elk ministerie in ter zake doende beleid vertaald te worden.

Het ontbreken van cijfers

Het is de Raad opgevallen dat in de tabellen, opgenomen in de Algemene Beschouwingen, verschillende cijfers ontbreken. Als voorbeeld wordt verwezen naar de tabel op pagina 6 van de Algemene Beschouwingen in het hoofdstuk “Staatsorganen en overige algemene organen”, onder “Functie 01 Bestuursorganen”. Zie bijvoorbeeld ook het hoofdstuk “Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening” waar steeds geen bedragen op de kapitaaldienst in de tabellen zijn opgenomen. Voorts wordt in verschillende tabellen met betrekking tot de Directie Buitenlandse Betrekkingen, van Wetgeving en Juridische Zaken en van de Directie Communicatie en Voorlichting op pagina’s 28, 33, 34 en 39 van de Algemene Beschouwingen in plaats van een bedrag het woord “Salaris” opgenomen. In het hoofdstuk “Ministerie van Financiën”, pagina’s 264 en 265 van de Algemene Beschouwingen zijn geen cijfers in de tabellen opgenomen.

De Raad is van oordeel dat om tot een weloverwogen oordeel te kunnen komen op welke wijze de financiële middelen aangewend zullen worden, het noodzakelijk is om een duidelijk overzicht te hebben op alle cijfers betreffende de dienstjaren 2018 tot en met 2021.

De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de cijfers op de gewone dienst en kapitaaldienst in de Algemene Beschouwingen aan te geven.

Ontbreken van informatie in grafieken

In verschillende grafieken ontbreken de omschrijvingen op de y-assen. Zie bijvoorbeeld de grafieken op pagina’s 24, 30, 31, 33 en 37 van de Nota van Financiën.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting de ontbrekende gegevens in de grafieken op te nemen.

Cijfers meerjarenbegroting identiek

Het doel van een meerjarenbegroting is om inzicht te geven in voor de naaste toekomst verwachte ontwikkelingen en in de effecten van voorgenomen beleid. Hoewel de inrichting van de meerjarenbegrotingen over het algemeen globaal van aard is, geeft de onderhavige meerjarenbegroting naar de mening van de Raad onvoldoende inzicht in de verwachte ontwikkelingen van het voorgenomen beleid.

Geconstateerd is dat de geraamde bedragen op de meerjarenbegroting vaak niet afwijken van de geraamde bedragen voor het dienstjaar 2018. Voor de Raad is dan ook niet duidelijk hoe reëel de in de meerjarenbegroting opgenomen bedragen zijn. Zie bijvoorbeeld het Ministerie van Justitie (pagina’s 68 en 69) waar de gereserveerde middelen per functie steeds hetzelfde blijven voor de dienstjaren 2018 tot en met 2021, het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning voor wat betreft de functies “01 Bestuursorgaan”, “20 Algemeen Beheer VVRP”, “23 Luchtvaart” en “26 Riolering en Waterzuivering” (pagina 96) en het Ministerie van Financiën voor wat betreft de functies “91 Belastingen” over de dienstjaren 2019 tot en met 2021 en “98 Ov. Financ. Alg. dekkingsmidd.” voor de dienstjaren 2018 tot en met 2021.

Gezien het bovenstaande adviseert de Raad de regering in de memorie van toelichting de gebudgetteerde bedragen voor de dienstjaren 2019 tot en met 2021 te heroverwegen en in lijn te brengen met de te verwachten financiële effecten van het voorgenomen beleid van het ene jaar op het andere. Bovendien adviseert de Raad de regering om aan te geven hoe eventuele tegenvallers in de begroting opgevangen zullen worden.

Cijfers betreffende dienstjaren 2016 en 2017

De tabellen in de Algemene Beschouwingen geven in tegenstelling tot die in de Nota van Financiën, géén inzicht in de realisatiecijfers van 2016 en de prognose voor 2017, en zelfs niet in die van de Begroting 2017, waardoor de Algemene Beschouwingen naar het oordeel van de Raad minder bruikbaar zijn als beleidsinstrument. De begrote bedragen voor het dienstjaar 2018 kunnen immers niet worden afgezet tegen die van de dienstjaren 2016 en 2017. Uiteraard kan worden gekeken naar de Begroting 2017, maar ter verhoging van de informatiewaarde is het noodzakelijk deze informatie (realisatiecijfers van 2016 en de prognose voor 2017) op te nemen in de Algemene Beschouwingen. Bovendien kan op grond van de Begroting 2017 niet beoordeeld worden of de daarin gestelde doelen gehaald zijn of zullen worden gehaald. Een indicatie zou naar het oordeel van de Raad gewenst zijn, omdat dan veel beter beoordeeld kan worden of de voor het dienstjaar 2018 begrote bedragen daadwerkelijk aansluiten op de huidige stand van zaken.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting op bovengenoemd punt aan te vullen.

Gehanteerde macro-economische uitgangspunten c.q. kengetallen

De Raad acht macro-economische kengetallen cruciaal onder andere bij de weergave van de stand van de economie en bij het projecteren van macro-economische grootheden. In dit kader worden in onderstaande tabel enerzijds de uitgangspunten van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: CBCS) weergegeven welke de CBCS per augustus 2017 hanteert en anderzijds de in de ontwerpbegroting 2018 door de regering gehanteerde uitgangspunten.

CBCS ontwerpbegroting 2018

Jaar

reële economische groei

inflatie

reële economische groei

inflatie

2016

-1%

0,0%

0,0%

0,0%

2017

-1,5%

1,5%

0,2%

0,4%

2018

0,3%

1,3%

0,2%

0,4%

Aangezien de Raad verschillen constateert bij de uitgangspunten van de CBCS en de ontwerpbegroting 2018 wordt - in het kader van het hanteren van eenduidige cijfers - de aandacht van de regering hiervoor gevraagd.

Risico’s waarmee rekening dient te worden gehouden

Opbouw reserves voor schuldaflossing

Uit de ontwerpbegroting 2018 blijkt dat de regering reserveringen pleegt in 2019 en 2020 ter aflossing van de eerste tranche van de schuld die in 2020 vervalt ten bedrage van NAf 100 miljoen. Volgens de Raad is het evident dat de reserveringen een grote druk zullen leggen op de begrotingen voor de dienstjaren 2019 en 2020 (en verdere jaren, tot en met 2040). Zie in dit kader de onderstaande tabel voor de vervalkalender van de schulden tot en met 2040.

Aflossingsschema: (x NAf 1 miljoen)

Jaar

2020

2025

2030

2035

2040

2043

Aflossingsbedrag

100

140

370

475

582.4

62,6

Indien de overheid er niet in slaagt (een redelijke) economische groei te realiseren zullen vanwege onvoldoende - danwel terugvallende overheidsinkomsten de te plegen aflossingen in de komende jaren tezamen met de overheidsfinanciën, onder zware druk komen te staan. Kortom, volgens de Raad vormen de voorgenomen aflossingen onder de huidige economische omstandigheden een risico voor de overheidsfinanciën. Derhalve vraagt de Raad de aandacht van de regering hiervoor.

Rekening houdend met het hierboven genoemd risico vraagt de Raad of de voorgenomen aflossing van de schuld in 2020 gestoeld is op een beleid van de regering om de schuldquote om te buigen. Indien dit het geval is, wenst de Raad op te merken dat het verlagen van de schuldquote op verschillende manieren mogelijk is, bijvoorbeeld door: (a) het aflossen van de schuld zoals thans het voornemen van de regering is; (b) een economische groei te realiseren of (c) een combinatie van (a) en (b). Het voordeel bij de keuze van mogelijkheden (a) en (b) is dat naast een verlaging van de schuldquote er ook andere positieve effecten optreden zoals de afname van de werkloosheid en extra inkomsten voor de overheid.

De Raad adviseert de regering haar beleid in de memorie van toelichting toe te lichten. Ook wordt geadviseerd om daarbij aan te geven in hoeverre een combinatie van bovengenoemde mogelijkheden (a) en (b) overwogen is, waarbij in plaats van de volledige schuld die vervalt, af te lossen, een deel van het kapitaal aangewend wordt voor het realiseren van meer economische groei.

Gelet voorts op de lage rente op de kapitaalmarkt adviseert de Raad de regering haar keuze om af te lossen middels reservevorming – in plaats van door herfinanciering – in de memorie van toelichting toe te lichten.

b.   Schommelfonds Sociale Verzekeringen

Als gevolg van de tekorten die bepaalde fondsen die door de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) beheerd worden op structurele basis realiseren, zal het Schommelfonds Sociale Verzekering (hierna: Schommelfonds) in de jaren 2017 tot en met 2019 sterk onder druk komen te staan, met een verwacht saldo per eind van het jaar van NAf 1,8 miljoen in 2017, NAf 7,2 miljoen in 2018 en NAf 3,2 miljoen in 2019. Het vorenstaande impliceert dat de overheid extra alert dient te zijn naar het Schommelfonds toe en los van de jaarlijkse dotaties die de overheid de laatste jaren heeft gedaan en voornemens is te doen in de komende jaren, ook extra middelen beschikbaar dient te hebben voor het geval het Schommelfonds in een van de risicojaren in de min dreigt te belanden.

De Raad vraagt de aandacht van de regering voor het bovenstaande.

c.   Opbouw reserves voor eventuele economische schokken

Vanwege het open karakter van de Curaçaose economie is de economie kwetsbaar voor negatieve internationale ontwikkelingen op financieel en economisch gebied. De Raad acht het raadzaam om een reserve achter de hand te hebben om de gevolgen van dergelijke ontwikkelingen voor de conjunctuur op Curaçao te kunnen dempen. Een terugval in de conjunctuur zorgt voor vertragingen bij het streven naar het realiseren van economische groei.

De Raad vraagt de aandacht van de regering voor het bovenstaande.

d.   Gevolgen van de situatie in Venezuela

Het is bekend dat de politieke, sociale en economische situatie in buurland Venezuela precair is. Het is niet uitgesloten dat dit op korte en lange termijn gevolgen zal hebben voor Curaçao, zowel voor wat betreft illegale migratie alsook voor de toeristensector, de olie-industrie en de economie in het algemeen.

Uit de ontwerpbegroting 2018 en de Algemene Beschouwingen blijkt niet in welke mate rekening is gehouden met mogelijke risico’s die met voornoemde situatie in Venezuela verband houden. De Raad denkt daarbij aan kosten voor de opvang en mogelijke uitzetting van migranten uit Venezuela, tegenvallende inkomsten uit de toeristensector en de olie-industrie en het uitblijven van investeerders van Venezolaanse afkomst.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting inzichtelijk te maken op welke wijze de regering voornemens is mogelijke negatieve gevolgen van de situatie in Venezuela op de begroting van Curaçao op te vangen en welke financiële middelen daarvoor zijn gereserveerd.

14. Stimuleren van economische groei

Al de onder punt 12, onder “I. Algemene opmerkingen” van dit advies genoemde risico’s zijn nauw verweven met de economische groei. Geconstateerd wordt dat de in de afgelopen jaren gepleegde inspanningen niet de gewenste economische groei te weeg hebben gebracht. Dit impliceert dat extra inzet is vereist om toch de nodige economische groei te kunnen realiseren. In dit kader is het onder andere relevant impactstudies te doen naar de effecten van de ontwikkelingen met betrekking tot Inselair, Hospitaal Nobo Otrobanda en de raffinaderij voor de economie van Curaçao. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (hierna: IMF) stagneert de economie op Curaçao terwijl de regio een groei noteert van circa 2%. Als oorzaken voor de stagnerende economie op Curaçao ziet het IMF een combinatie van lage productiviteit, het niet flexibel zijn van de arbeidsmarkt en de hoge “cost of doing business”. Volgens de Raad is het imperatief dat de regering in de begroting het wegwerken van de door IMF genoemde obstakels als prioriteit aanmerkt en de richting aangeeft waar het land naar toe wil ontwikkelen. Om deze ambities te realiseren moet de begroting aangeven welke en hoe de middelen zullen worden ingezet.

De Raad adviseert de regering de ontwerpbegroting 2018 en de memorie van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te passen.

15. Subsidies c.q. inkomensoverdrachten

Gewijzigde systematiek in de Begroting 2018

Uit tabel 4 “Gewone dienst” (pagina 23) van de Nota van Financiën en uit de Staat van Inkomensoverdrachten behorende bij de ontwerpbegroting 2018 (pagina 2) wordt de indruk verkregen dat de subsidies aan overheidsbedrijven en –instellingen in 2018 afnemen met circa NAf 14 miljoen ten opzichte van 2017 (ten opzichte van 2016 is de afname in 2018 circa NAf 21 miljoen). Enkele instanties die volgens pagina 2 van de Staat van Inkomensoverdrachten in 2018 helemaal geen subsidie zullen ontvangen zijn:

-     Arbo consult: gaat van NAf 1,2 miljoen in 2017 tot nul in 2018;

-     Belasting Accountants Bureau (BAB): gaat van NAf 13 miljoen in 2017 tot nul in 2018.

Echter, uit verkregen informatie van het Ministerie van Financiën begrijpt de Raad dat niet zozeer op de te verstrekken subsidies is gekort, maar dat de financiële relatie van de overheid met de betreffende instellingen anders is geclassificeerd c.q. verwerkt in de ontwerpbegroting 2018. Volgens het Ministerie van Financiën zijn de subsidies thans terug te vinden onder de andere begrotingsposten “overig uitbesteed werk” en “verbruik van goederen en diensten”.

Ter verhoging van de transparantie van het beleid van de regering en van de Begroting voor het dienstjaar 2018 (hierna: Begroting 2018) adviseert de Raad de regering in de memorie van toelichting duidelijk toe te lichten met welke overheidsbedrijven en –instellingen de overheid een financiële relatie onderhoudt en welke kosten hieruit voortvloeien voor de landsbegroting. Ook wordt geadviseerd om toe te lichten wat de achterliggende gedachte is voor de overheid voor het hanteren van een gewijzigde systematiek in de begroting inzake de inkomensoverdrachten die plaatsvinden door de overheid aan overheidsbedrijven en –instellingen.

b.   Risico’s lagere subsidies

Volgens de realisatiecijfers betreffende het dienstjaar 2016 is in dat jaar NAf 18,3 miljoen aan subsidie aan de University of Curaçao dr. Moises da Costa Gomes verleend. Uit de post 48 Bijzonder hoger onderwijs op de gewone dienst van de ontwerpbegroting 2018 en de meerjarenbegroting kan worden opgemaakt dat voornoemd subsidiebedrag voor de dienstjaren 2017 e.v. tot NAf 15,3 miljoen is verlaagd. Voorts zijn op de kapitaaldienst voor de dienstjaren 2018 e.v. geen gelden voor voornoemde universiteit gereserveerd. Zie in dit verband ook pagina 169, onder “Functie 48 Bijzonder Hoger Onderwijs” van de Algemene Beschouwingen. Voor de Raad is niet duidelijk welke gevolgen (risico’s) de veel lagere subsidie zal hebben voor genoemde universiteit.

Indien sprake is van een substantiële verlaging van subsidies aan overheidsbedrijven en – instellingen adviseert de Raad de regering een en ander in de memorie van toelichting toe te lichten.

16. Schuldquote

a.   Ontwikkeling van de schuldquote

Op pagina 14 van de Nota van Financiën, in tabel 3 “Economische indicatoren 2010-2016” wordt onder andere de schuldquote van Curaçao over de afgelopen jaren weergegeven. Uit voornoemde tabel blijkt dat in de periode 2010 tot en met 2016 de schuldquote met circa 10 procentpunten is gestegen. Vanaf 2015 ligt de schuldquote boven de door het IMF en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten aanbevolen grens van 40% (in 2016 nog 45,1%). Uit grafiek 22 op pagina 60 van de Nota van Financiën is af te lezen dat in de periode 2017-2021 de schuldquote net onder de 40% ligt.

Volgens de Raad geeft de laatstgenoemde grafiek een vertekend beeld van de staatsschuldquote in relatie tot tabel 3 op pagina 14 van de Nota van Financiën. Om deze reden wordt de regering geadviseerd hoger bedoelde grafiek 22 in overeenstemming te brengen met de tabel op pagina 14 van de Nota van Financiën.

Schuldquotenorm wettelijk verankeren

Curaçao kent thans de rentelastnorm als enige wettelijk voorgeschreven schuldnorm welke bedoeld is om disproportionaliteit bij de schuldgroei te voorkomen. Vanwege grote schommelingen bij de rentestand – vooral bij te lage rentestand - kan de rentelastnorm worden uitgehold. Afgezien van het feit dat uit geldleningen rentekosten voortvloeien, dienen de aangegane geldleningen eens ook te worden afgelost. Vooral voor het laatste dienen de verdiencapaciteit van de overheid in goede verhouding te staan tot de aflossingsverplichtingen. Om te voorkomen dat er op termijn een scheefgroei ontstaat tussen de verdiencapaciteit van de overheid en de aflossingsverplichtingen adviseert de Raad de regering op korte termijn een schuldquotenorm vast te stellen en deze in de wet te verankeren.

17. De betalingsbalans

Aangezien het saldo op de betalingsbalans gevolgen met zich mee kan brengen voor het door de CBCS te voeren (monetair)beleid en tevens voor het overheidsbeleid waarbij beide vervolgens van invloed kunnen zijn op de algemene economische situatie op Curaçao acht de Raad het van belang dat uit de memorie van toelichting behorende bij een ontwerpbegroting kan worden opgemaakt welke gevolgen deze voor de betalingsbalans heeft.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting op dit punt aan te vullen.

Inhoudelijke opmerkingen met betrekking tot de memorie van toelichting

Ministerie van Algemene Zaken

Uitvoeringscapaciteit voor het bereiken van de vastgestelde doelstellingen

De algemene doelstelling van de Directie Buitenlandse Betrekkingen (hierna: DBB) (pagina 29, eerste tekstblok, Algemene Beschouwingen) is het optimaal behartigen van de belangen van Curaçao in een internationale context. Ook Wetgeving en Juridische Zaken (hierna: WJZ) heeft een drietal algemene doelstellingen (pagina 34, eerste tekstblok, Algemene Beschouwingen), te weten, het beschikken over goede wettelijke regelingen, het beschikken over een hoogwaardig juridisch instrumentarium en het handelen conform beginselen van behoorlijk bestuur. Ten aanzien van WJZ wordt op pagina 37, eerste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen aangegeven dat WJZ al een tijd met een tekort aan (wetgevings) juristen kampt. Het aantal formatieplaatsen en de stand hiervan voor wat betreft DBB volgt niet uit de tekst van de Algemene Beschouwingen. Het is niet onaannemelijk dat er bij DBB en WJZ onvoldoende personeel beschikbaar is om de algemene doelstellingen van deze twee organisaties te kunnen bereiken. Onduidelijk is op welke wijze de regering op lange en op korte termijn hiermee om zal gaan, wat de daaraan verbonden kosten zijn en in hoeverre op de (ontwerp)begroting 2018 daarmee rekening is gehouden.

De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de ontwerpbegroting 2018 en de memorie van toelichting aan te passen.

De uitrusting van de Landelijk Rampencoördinator en dienstvoertuigen

In onderdeel “12. Uitrusting Landelijke Rampencoördinator” op pagina 52 van de Algemene Beschouwingen wordt aangegeven dat de Landelijke Rampencoördinator voldoende gefaciliteerd dient te worden met goede kleding, middelen en vervoer om de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden veilig en adequaat te kunnen uitvoeren. Voorts wordt in onderdeel “15. Dienstwagen ter uitvoering van taken Rampencoördinator” vermeld dat ten behoeve van de directie Risicobeheersing en Rampenbeleid en de Rampencoördinator twee dienstvoertuigen noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van werkzaamheden. Afgaande op tabel “5.2. Uitgevoerde Landsverordening Rampenbestrijding (LvoR)” op pagina 47 van de Algemene Beschouwingen is slechts rekening gehouden met  een bedrag van NAf 2000,- voor de uitrusting van de Landelijke Rampencoördinator. Op de post “110315 Directeur Risicobeheersing & Rampenbeleid” van de ontwerpbegroting 2018 (pagina 69) zijn ook geen gelden hiervoor op de kapitaaldienst gereserveerd.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting het bovenstaande te verduidelijken. Ook wordt geadviseerd om, gezien het voornemen van de regering, de kapitaaldienst van de ontwerpbegroting 2018 aan te passen.

Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening

Het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Nationaal Archief

Op pagina 57 van de Algemene Beschouwingen staat dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS) in 2017 verzelfstandigd wordt. Vervolgens wordt relatief veel aandacht besteed aan de beleidsontwikkeling van CBS voor de toekomst. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Nationaal Archief als onderdeel van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening.

De Raad adviseert de regering meer aandacht in de memorie van toelichting te besteden aan de beleidsontwikkeling van de verschillende organisatieonderdelen van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening.

Ministerie van Justitie

Het aanpakken van illegaal wapenbezit en illegale migratie uit Venezuela

Op pagina 72, eerste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen staat dat er op impactniveau drie strategische doelstellingen zijn geformuleerd met de bijbehorende algemene doelstellingen. Een van de strategische doelstellingen is “rechtshandhaving”. Daarbij zijn op pagina’s 72, laatste tekstblok en 73, eerste tekstblok, de bijbehorende algemene doelstellingen geformuleerd die worden nagestreefd.

Het illegaal wapenbezit en de illegale migratie uit Venezuela vraagt momenteel de bijzondere aandacht van de regering.

De Raad beveelt de regering aan in de memorie van toelichting op het bovenstaande in te gaan.

Preventie van jeugdcriminaliteit

1°. Strategische doelstelling

Gezien het voorlaatste tekstblok op pagina 73 van de Algemene Beschouwingen is de bestrijding en preventie van jeugdcriminaliteit een andere strategische doelstelling van het Ministerie van Justitie. Er wordt niet vermeld op welke wijze dit zal gebeuren.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven op welke wijze de bestrijding en preventie van jeugdcriminaliteit zal plaatsvinden.

2°. De Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao

De Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao (hierna: Stichting GVI Curaçao) is volgens de Algemene Beschouwingen (pagina, 89, voorlaatste tekstblok) één van de stakeholders binnen het thema bestrijding en preventie van jeugdcriminaliteit. In de Algemene Beschouwingen (pagina 89, derde tekstblok) staat verder dat een goede samenwerking vereist is tussen de ketenpartners voor een juiste informatiedeling en het inzetten van een integrale aanpak. Daarbij is een gemeenschappelijke taal voor diagnostiek, signalering en behandeling van cliënten binnen de keten belangrijk. Daarnaast moet bij de Stichting GVI Curaçao nog een afdeling ontwikkeld worden voor gezinscoaches waar gezinnen begeleid kunnen worden (Algemene Beschouwingen, pagina 91, eerste tekstblok, bij onderdeel 10.6).

Gezien de prominente plaats die de bestrijding en preventie van jeugdcriminaliteit inneemt, is het de vraag of de Stichting GVI Curaçao, die hulp en ondersteuning biedt aan minderjarigen en hun ouders, in voldoende mate ondersteund wordt door de overheid. Een belangrijke voorwaarde voor een adequate uitvoering van de taken van deze stichting is dat zij voldoende subsidie van de overheid ontvangt.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting op het bovenstaande in te gaan.

Tabel “Operationele doelstellingen, in te zetten instrumenten en middelen”

In de Algemene Beschouwingen is in de laatste kolom van de tabel “Operationele doelstellingen, in te zetten instrumenten en middelen” bij onderdeel 3.7 (Formalisering Nieuwe Toelatingsorganisatie) op pagina 75 een bedrag van NAf 1.000,00 opgenomen en zijn, eveneens in de laatste kolom van de tabel op pagina 77, diverse bedragen opgenomen bij onderdeel 7.3 (Upgraden personeel).

De Raad betwijfelt of bovenbedoelde bedragen voldoende reëel zijn om de daarbij vastgestelde operationele doelstellingen te bereiken.

De Raad adviseert de regering aandacht te besteden aan het bovenstaande en indien nodig de memorie van toelichting aan te passen.

Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning

Ambtelijke leiding

Op pagina 97, onder “Functie 20 Algemeen beheer VVRP” van de Algemene Beschouwingen wordt melding gemaakt van een “ambtelijke leiding van het ministerie”.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven wat bedoeld wordt met “ambtelijke leiding van het ministerie”.

Wat gaat het kosten

Op pagina 103 van de Algemene Beschouwingen, staan in de tweede tabel, derde tekstblok, inkomsten onder “wat gaat dat kosten”.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting op dit punt aan te passen.

Onderbouwing begrote bedragen

De onderbouwing in de Algemene Beschouwingen van de door het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning begrote bedragen, is naar het oordeel van de Raad te summier.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting een gedegen onderbouwing te geven met betrekking tot de kosten voor het te voeren beleid in het dienstjaar 2018.

Ministerie van Economische Ontwikkeling

Vatbaarheid Algemene Beschouwingen

Uit pagina 136 van de Algemene Beschouwingen blijkt dat het Ministerie van Economische Ontwikkeling vier algemene doelstellingen nastreeft. Zoals gebruikelijk worden de algemene doelstellingen ondersteund door operationele doelstellingen. Bij de operationele doelstellingen van alle vier de algemene doelstellingen wordt vermeld dat de realisatie van de operationele doelstellingen gebaseerd is op door de overheid te leveren bijdragen. In dit kader wordt verwezen naar pagina 138, derde alinea, pagina’s 143, laatste alinea en 144, eerste alinea, pagina’s 149, laatste alinea en 150, eerste alinea, en pagina 154, tweede alinea. De Raad constateert dat ten aanzien van de door de overheid te leveren bijdragen concretisering ontbreekt. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wanneer de overheid zal aanvangen met het leveren van de bijdragen, welke stappen gezet zijn om de bijdragen te kunnen leveren, hoeveel het de overheid zal kosten, etc.

Voorts dient te worden opgemerkt dat het door dit ministerie uitgestippelde beleid over het algemeen onduidelijk verwoord is. Er worden diverse projecten aangehaald zonder dat ingegaan wordt op de stand van zaken bij deze projecten. Evenmin wordt de impact van deze projecten op de economie vermeld.

De Raad adviseert de regering het gestelde in het hoofdstuk “Ministerie van Economische Ontwikkeling” van de Algemene Beschouwingen te concretiseren teneinde het beleid met toepassing van het formaat van Verantwoorde Beleidsbegroting, vatbaar te maken voor interpretatie.

Nieuw energiebeleid

Op pagina 135, eerste alinea, van de Algemene Beschouwingen wordt in de laatste volzin vermeld dat het Ministerie van Economische Ontwikkeling een nieuw energiebeleid zal opstellen en een energiebureau binnen de overheid zal opzetten.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven wat de aanleiding vormt voor het vervangen van het huidige energiebeleid.

Business boost

Op pagina 134, voorlaatste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen staat dat de overheid vanuit haar stimulerende rol vervolg zal geven aan de invulling van de “business boost” om ondernemers te versterken op het gebied van ondernemerschap.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven hoe de regering de impact van genoemde “business boost” zal meten.

Specificatie kosten

De Raad adviseert de regering in de tabel op pagina 136 van de Algemene Beschouwingen een break-down te geven van de kosten behorende bij de drie sub-instrumenten van instrument 1.1.2 FTAC.

Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport

Gemeenschappelijke uitgaven onderwijs

Uit tabel “Functie 01 Bestuursorganen” op pagina’s 164 en 165 van de Algemene Beschouwingen kan ten aanzien van functie “49. Gemeenschappelijke uitgaven Onderwijs” afgelezen worden dat er in de meerjarenbegroting een daling is in de begrote bedragen op de kapitaaldienst. De Raad mist een uiteenzetting in de Algemene Beschouwingen hiervoor.

De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de memorie van toelichting aan te passen.

Het convenant met betrekking tot de arbeidsomstandigheden van het onderwijspersoneel

Op pagina 180, eerste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen wordt aangegeven dat er tussen de regering en de vakbond SITEK een convenant is gesloten met betrekking tot de arbeidsomstandigheden van het onderwijspersoneel. Om het betreffende convenant uit te kunnen voeren dient per jaar een bedrag van minimaal NAf 5 miljoen op de landsbegroting opgevoerd te worden volgens een beslissing van de Raad van Ministers van 10 augustus 2016. Volgens de regering zijn de financiële gevolgen van dit raadsbesluit nog niet opgenomen in de ontwerpbegroting 2018. Hierdoor zal met name het actief betrekken van het onderwijspersoneel bij het inrichten van de eigen werksituatie en bij de beleidsvorming binnen de onderwijsinstelling geen doorgang kunnen vinden. Immers, binnen de huidige begroting zal het niet mogelijk zijn om de noodzakelijke investeringen in het onderwijs door te voeren.

De Raad is van oordeel dat de regering uit juridisch oogpunt in beginsel gehouden is om bovenbedoelde afspraken na te komen. Dit geldt des te meer nu de regering zelf op pagina’s 183 (laatste tekstblok) en 184 van de Algemene Beschouwingen heeft aangegeven welke de gevolgen zullen zijn van het uitblijven van financiering voor de bekostiging van de vastgestelde operationele doelstellingen in het onderwijs. Bovendien vormt het onderwijs één van de grootste zorgen van ons land volgens het regeerakkoord van 10 mei 2017, “Akuerdo di Gobernashon 2017-2020”.

De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de ontwerpbegroting 2018 en de memorie van toelichting aan te passen.

Operationele doelstellingen van beleidsdomein Cultuur

Op pagina’s 185 tot en met 187 van de Algemene Beschouwingen worden 28 operationele doelstellingen aangegeven die volgens de regering onder het beleidsdomein Cultuur zouden moeten vallen. De Raad vraagt de regering aan te geven waarom bedoelde operationele doelstellingen onder het beleidsdomein Cultuur zijn opgenomen en niet onder het beleidsdomein Onderwijs.

De Raad adviseert de regering op het bovenstaande in de memorie van toelichting in te gaan.

Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn

Onduidelijke doelstelling

Op pagina 201 van de Algemene Beschouwingen onder “Algemene doelstellingen 2018”, punt 5. “Algemene Ouderdomsverzekering / Weduwen- en wezenverzekering (AOV/AWW)” blijkt niet wat de doelstelling inhoudt.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting met inachtneming van het voorgaande aan te passen.

Crisisopvang vluchtelingen

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven welke kosten verbonden zijn aan de voorziening “bed, bad en brood” voor de crisisopvang van vluchtelingen uit landen waar een noodsituatie heerst (pagina 207, tweede tekstblok, van de Algemene Beschouwingen).

Bouw sociale woningen

In het eerste tekstblok op pagina 208 van de Algemene Beschouwingen staat dat er “aanvullend op de 134 woningen” één en ander zal geschieden. Zie ook pagina 210, tweede tekstblok.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven welke 134 woningen het betreft en welke kosten verbonden zijn aan de bouw van bedoelde woningen.

Nieuwe inspectiemedewerkers

In de eerste volzin op pagina 210 van de Algemene Beschouwingen staat dat er nieuwe inspectiemedewerkers geworven zullen worden.

De Raad adviseert de regering de kosten gemoeid met het werven van de nieuwe inspectiemedewerkers in de memorie van toelichting aan te geven.

Kosten specificeren

Op pagina 211 van de Algemene Beschouwingen staat onder “kosten” een bedrag vermeld van NAf 90,2 miljoen (inclusief kapitaaldienst).

De Raad adviseert de regering de totale kosten te specificeren. Dat geldt ook voor de kosten vermeld op pagina’s 218 (NAf 4,5 miljoen), 222 (NAf 17,7 miljoen), 224 (NAf 200.000) en 229 (NAf 19,6 miljoen).

Tripartiete Dialoogconferentie

In het laatste tekstblok op pagina 215 van de Algemene Beschouwingen staat dat het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport een Tripartiete Dialoogconferentie zal organiseren. Uit de context haalt de Raad dat deze conferentie door de regering bekostigd zal worden.

De Raad adviseert de regering de kosten voor de te houden Tripartiete Dialoogconferentie in de memorie van toelichting aan te geven.

Ministerie van Financiën

Doel organisatie-eenheid

In de tweede kolom “Organisatie-eenheden” van de tabel op pagina 261 van de Algemene Beschouwingen worden bij de bullets 04, 06, 07, 00 (geldleningen), 00 (niet in te delen uitgaven/inkomsten) en 01 de bijbehorende doelen in de derde kolom niet weergegeven.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te passen.

Nieuwe Belastingorganisatie (NBC)

In de tweede kolom van de tabel op pagina 261 van de Algemene Beschouwingen wordt bij organisatie-eenheden 06 en 07 gesproken over respectievelijk “NBC Inspectie der Belastingen” en “NBC Landsontvanger”.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven of het traject van de oprichting van een nieuwe belastingorganisatie (NBC) daadwerkelijk is afgerond. Ingeval voornoemd traject nog niet is afgerond of indien de regering van dit voornemen is afgestapt, wordt geadviseerd de ontwerpbegroting 2018 op dit punt aan te passen.

Tax compliance

Volgens pagina 264, onder het tweede punt in het eerste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen en pagina 31, voorlaatste tekstblok, van de Nota van Financiën is de verhoogde tax compliance een van de algemene doelstellingen van het Ministerie van Financiën. Met de verhoogde tax compliance door middel van het project Optimalisatie Belastingorganisatie beoogt de regering structureel hogere belasting- en premieopbrengsten te realiseren zonder de lastendruk voor burgers en bedrijven te verhogen.

Naar het oordeel van de Raad houdt tax compliance in dat belastingplichtigen (beter) moeten voldoen aan de belastingverplichtingen. Dit is een traject waarbij pas na een tijd de compliance het gewenste niveau zal kunnen hebben bereikt.

Gelet op de relevantie van dit belastinginstrument adviseert de Raad de regering in de memorie van toelichting aan te geven of de verhoogde tax compliance per saldo nog effecten sorteert, en zoja, binnen welke termijn verwacht wordt dat deze maatregel zal zijn uitgewerkt c.q. de compliance het gewenste niveau zal hebben bereikt en zullen de belastingopbrengsten een structureel hoger niveau zullen hebben bereikt.

Functie “93 Geldleningen”

Volgens de eerste alinea op pagina 291 van de Algemene Beschouwingen betreffen de uitgaven op de gewone dienst bij functie 93 Geldleningen, rentelasten. De rentelasten bedragen circa NAf 66,3 miljoen in 2018 en groeien naar circa NAf 70,6 miljoen in 2021. Ten aanzien van de rentelasten wordt in de tweede volzin van dezelfde alinea het volgende aangegeven: “Dit is inclusief de rente ter financiering van een eventueel (kortstondige) financieringsbehoefte, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde rente van 3,5%.”

Indien aangenomen kan worden dat de regering reeds in de opgebrachte rentekosten rekening heeft gehouden met een eventuele kortstondige financieringsbehoefte tegen een bepaalde gemiddelde rente, adviseert de Raad de regering in de memorie van toelichting aan te geven welke omvang van kortstondige financieringsbehoefte de regering jaarlijks verwacht.

Functie 95 Algemene Uitgaven en Inkomsten

Uit de tabel 95 “Algemene Uitgaven en Inkomsten” op pagina 291 van de Algemene Beschouwingen blijkt dat op de gewone - en kapitaaldienst verschillende bedragen zijn opgebracht voor de dienstjaren 2018 tot en met 2021. Deze bedragen omvatten een reservedotatie, een reserve ten behoeve van onvoorziene uitgaven en een stelpost. Uit de toelichting op pagina’s 291 en 292 blijkt niet hoe en waaruit de in de tabel opgenomen bedragen zijn samengesteld.

De Raad adviseert de regering per dienstjaar ten aanzien van de op de gewone – en kapitaaldienst opgebrachte bedragen voor hoger bedoelde reservedotatie en stelpost inzichtelijk te maken voor welk doel het gebruikt zal worden. Door dit te doen bevordert de regering een transparant beleid met betrekking tot het aanwenden van bedoelde reservedotatie en stelpost alsmede een gedegen financieel beheer. Door het oormerken daarvan voorkomt de regering naar het oordeel van de Raad bovendien dat oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van bovenbedoelde reservedotaties en stelpost.

Stelpost

Volgens de derde alinea op pagina 292 van de Algemene Beschouwingen is een stelpost ten bedrage van NAf 48,6 miljoen opgevoerd ter dekking van de autonome groei van de personeelslasten als gevolg van de indexering van bezoldigingen van ambtenaren aan het inflatiecijfer en van de beoordelingssystematiek en de invulling van vacatures. Geconstateerd is dat genoemd bedrag niet in de Algemene Beschouwingen is gespecificeerd en/of onderbouwd.

De Raad adviseert de regering deze stelpost functioneel te maken en in de memorie van toelichting een toelichting te geven over de hoogte van bovengenoemd bedrag.

Functie 98 Overige Financiën Algemene Dekkingsmiddelen

1°. Specificeren van verwachte kosten

In de eerste volzin op pagina 293 van de Algemene Beschouwingen wordt met betrekking tot “functie 98 Overige Financiën Algemene Dekkingsmiddelen” aangegeven dat hieronder verschillende onderwerpen vallen. Vervolgens worden de onderwerpen in de tweede tot en met de vierde volzin opgesomd, te weten het bevorderen van de financiële integriteit, de bekostiging van de autonome groei van personeelskosten voor de gehele overheid, hazardspelen en het beleid voor overheidsentiteiten.

Ten aanzien van de vorengenoemde onderwerpen adviseert de Raad de regering de verwachte kosten per onderwerp per jaar in de memorie van toelichting te specificeren.

2°. De bekostiging van de personeelslasten

Voor wat betreft de bekostiging van de autonome groei van de personeelskosten voor de gehele overheid, wenst de Raad op te merken dat in de eerste en tweede volzin op pagina 292, derde alinea, van de Algemene Beschouwingen de regering aangeeft dat bij functie “95 Algemene Uitgaven en Inkomsten” een stelpost gevormd wordt ter dekking van de autonome groei van de personeelslasten als gevolg van de indexering van bezoldigingen van ambtenaren aan het inflatiecijfer en van de beoordelingssystematiek en de invulling van vacatures.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting aan te geven of de op pagina’s 292 en 293 genoemde autonome groei van personeelslasten verschillend zijn. Indien dat niet het geval is, wordt de regering geadviseerd de nodige aanpassingen aan te brengen.

3°. Verwachte kosten ten laste van de kapitaaldienst

Ten aanzien van de kapitaaldienst behorende bij “functie 98 Overige Financiën Algemene Dekkingsmiddelen” wordt op pagina 293, laatste alinea, van de Algemene Beschouwingen aangegeven dat NAf 1,9 miljoen voor de komende jaren gereserveerd wordt voor twee doelen, te weten voor de automatisering van de Wega di Number Kòrsou en verschillende investeringen voor Financial Intelligence Unit of Curaçao (FIU).

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting de verwachte kosten in de komende jaren bij de betreffende doelen te specificeren.

Nota van Financiën

Financieringsbehoefte 2017

Op pagina 21 van de Nota van Financiën, blijkt uit tabel 2 “Recapitulatie” dat de financieringsbehoefte in 2017 NAf 117,2 miljoen bedraagt. Uit de eerder vermelde tabel kan volgens de Raad de volgende samenhang worden afgeleid: financieringsbehoefte = globaal saldo – aflossing op opgenomen leningen + inkomsten uit verkoop onroerende goederen.

Dit levert voor 2017 een financieringsbehoefte op van NAf 125,3 miljoen (-117,3 – 8,2 + 0,2 = -125,3).

De Raad adviseert de regering met inachtneming van het bovenstaande de nodige correcties te plegen in voornoemde tabel 2.

Collectieve lasten: belastingopbrengsten en sociale premies

Uitgangspunten van de ontwerpbegroting 2018

Op pagina 26 van de Nota van Financiën wordt in de tweede alinea, aangegeven dat in de

Begroting 2018 ervan uitgegaan wordt dat de indirecte belastingopbrengsten, de opbrengsten uit loon- en inkomstenbelasting en de winstbelasting en de sociale premies groeien met de reële economische groei, in een verhouding van 1 staat tot 1,1. Vervolgens wordt aangegeven dat per procentpunt reële economische groei (positief of negatief) de indirecte belastingopbrengsten toenemen of afnemen met 1,1%.

Volgens verkregen informatie van het Ministerie van Financiën is het uitgangspunt voor de Begroting 2018 dat niet uitgegaan wordt van enig verband tussen economische groei en opbrengsten uit belastingen en sociale premies. Naar analogie hiervan adviseert de Raad de regering de passage in de tweede alinea op pagina 26 van de Nota van Financiën conform aan te passen.

Ontwikkeling premie-opbrengsten uit sociale verzekeringen

Uit tabel “5. Belastingopbrengsten en Sociale premies” op pagina 26 van de Nota van Financiën blijkt dat de opbrengsten uit premies, bedoeld in de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering en de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering, in de periode 2018 tot en met 2020 jaarlijks afnemen terwijl bij de overige sociale verzekeringen de premie-opbrengsten in dezelfde periode, juist stijgen.

De Raad adviseert de regering de (verwachte) contradictionele ontwikkeling bij bovenbedoelde premie-opbrengsten in de memorie van toelichting toe te lichten.

Onroerende zaakbelasting

Op pagina 32 van de Nota van Financiën wordt in de tweede alinea vermeld dat de Minister van Financiën met een aanschrijving, vrijstelling van onroerende zaakbelasting (hierna: OZB) heeft verleend voor onbebouwde percelen tot een aanslagwaarde van NAf 100.000 en bebouwde percelen tot een aanslagwaarde van NAf 300.000. Geconstateerd wordt dat het gestelde op voornoemde pagina niet in overeenstemming is met de Aanschrijving achterwege laten aanslagen onroerendezaakbelasting en verruiming invorderingstermijnen.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting op dit punt aan te passen.

Logeergastenbelasting

 

Uit tabel “6. Overige directe belastingopbrengsten” op pagina 33 van de Nota van Financiën blijkt dat de regering er vanuit gaat dat de logeergastenbelasting meerjarig NAf 2 miljoen zal opbrengen. Op pagina 34 van de Nota van Financiën wordt in de eerste alinea aangegeven dat logeergastenbelasting vanaf 2016 ingebed is in de omzetbelasting.

De Raad adviseert de regering  in de memorie van toelichting op dit punt in te gaan.

Overige opbrengsten

Op pagina 39 van de Nota van Financiën blijkt uit tabel 8 “Overige opbrengsten” dat de “Dividenden” vanaf 2017 sterk zijn afgenomen in vergelijking met 2016 en dat de opbrengsten uit “Vergunningen telecommunicatie” vanaf 2017 sterk toegenomen zijn in vergelijking met 2016.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting de aanzienlijke veranderingen bij “Dividenden” en “Vergunningen telecommunicatie” vanaf 2017 toe te lichten.

6.   Wettelijke structuren overheidsinstanties en -bedrijven

Op pagina 39 van de Nota van Financiën wordt in de laatste alinea onder “Dividenden” aangegeven dat het proces wordt voortgezet om via bestaande wettelijke structuren voor overheidsinstanties en –bedrijven financiële normen en prestatienormen in te voeren.

De Raad adviseert de regering aan te geven aan welke wettelijke structuren hierboven gerefereerd wordt aangezien de Landsverordening optimalisering overheidsgelieerde entiteiten nog niet in werking is getreden.

Personeelsindicatoren

Op pagina 43 van de Nota van Financiën blijkt uit tabel 9 “Personeelsindicatoren” dat de modale bezoldiging gestegen is van NAf 2.799 in 2017 naar NAf 5.337 in 2018.

Blijkens de van het Ministerie van Financiën verkregen informatie is de modale bezoldiging in 2018 ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2017.

De Raad adviseert de regering, met inachtneming van het bovenstaande de nodige correcties in voornoemde tabel 9 aan te brengen.

Sociale zekerheid

In tabel “12 Sociale zekerheid” op pagina 50 van de Nota van Financiën constateert de Raad drastische toenames bij de lasten van bepaalde fondsen, die door de SVB worden beheerd, in 2017 vergeleken met 2016. Het betreft de stijging van de lasten in 2017 bij de volgende fondsen:

-     het Algemene Fonds Bijzondere Ziektekosten: stijging met circa NAf 12 miljoen (15,3%) ten opzichte van 2016;

-     het Fonds Basisverzekering Ziektekosten: stijging met circa NAf 90 miljoen (18,3%) ten opzichte van 2016;

-     het Ziektefonds en het Ongevallenfonds: stijging met circa NAf 10 miljoen (26,8%) ten opzichte van 2016.

Aangezien de omvang van de lastenstijgingen die zich hebben voorgedaan in 2017 ten opzichte van 2016 zich niet herhaalt in de meerjarenramingen weergegeven in bovengenoemde tabel 12, adviseert de Raad de regering de uitzonderlijke toenames van de lasten in 2017 in de memorie van toelichting te verklaren.

Cessantiafonds

Op pagina 54 van de Nota van Financiën, in de tweede alinea van onderaf, wordt aangegeven dat de regering bij het Cessantiafonds voor 2018 een positief saldo van NAf 36,3 miljoen verwacht.

Gelet op de omvang van de jaarlijkse baten bij het Cessantiafonds – in 2011 van NAf 2,1 miljoen, exclusief financieringsbaten (bron: jaarrekening Cessantiafonds 2011) – adviseert de Raad de regering het voor 2018 verwachte resultaat te verifiëren en indien nodig de memorie van toelichting op dit punt aan te passen.

Investeringen periode 2018-2021

Op pagina 58 van de Nota van Financiën wordt in de eerste alinea verwezen naar tabel 19. Deze tabel 19 zou een overzicht bevatten van voorgenomen investeringen voor de periode 2018-2021. Er ontbreekt echter een tabel 19 in de Nota van Financiën.

De Raad adviseert de regering de bedoelde tabel in te voegen in de Nota van Financiën.

Vervalschema schulden

Op pagina 59 van de Nota van Financiën wordt in grafiek 21 het vervalschema van schulden weergegeven. Uit grafiek 21 kan volgens de Raad worden geconcludeerd dat in 2020 en 2021 alleen schuldpromessen vervallen.

Zoals uit de Begroting 2018 blijkt, vervalt in 2020 ook een schuld ten bedrage van NAf 100 miljoen. Zie bijvoorbeeld de voorlaatste alinea op laatstgenoemde pagina 59.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting grafiek 21 aan te passen aan het vervalschema van schulden c.q. in grafiek 21 de in 2020 te vervallen schuld ook weer te geven.

Schuldpositie

Op pagina 60 van de Nota van Financiën wordt in tabel “16 Schuldpositie”, de stand van de schuldpositie onder andere per eind 2020 en 2021 weergegeven. Ook in deze tabel wordt voorbij gegaan aan het feit dat in 2021 NAf 100 miljoen dient te worden afgelost en dat daardoor de eindstand per 2021 NAf 100 miljoen lager zal bedragen.

De Raad adviseert de regering rekeninghoudend met het vorenstaande in de hiervoor bedoelde tabel 16 in de memorie van toelichting de eindstand per 2021 aan te passen.

13. Het groeipad

Op pagina 60 van de Nota van Financiën luidt de laatste alinea als volgt: “De Schuld stijgt als gevolg van de financiering van de kapitaaluitgaven op de kapitaalmarkt teneinde het groeipad te kunnen uitvoeren en op die manier de sociaal-economische effecten te kunnen beheersen.”

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting toe te lichten om welk groeipad het gaat.

14. Stelpost

Uit de tabel op pagina 63 van de Nota van Financiën blijkt dat er een stelpost is gevormd voor de periode 2018-2021.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting voor de periode 2018-2021 inzichtelijk te maken welk deel van de stelpost maximaal voor welk doel gebruikt zal worden. Door dit te doen bevordert de regering een transparant beleid met betrekking tot de aanwending van de stelpost alsmede een gedegen financieel beheer. Door het oormerken van de stelpost voorkomt de regering naar het oordeel van de Raad bovendien dat van de stelpost oneigenlijk gebruik wordt gemaakt.

Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard

Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening niet bij de Staten in te dienen dan nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

Willemstad, 28 augustus 2017

de Ondervoorzitter,                                                     de Secretaris,

 

___________________________                              _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                                mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/19-17-LV

Zowel de ontwerpbegroting 2018 als de memorie van toelichting heeft (wets)technische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

De ontwerpbegroting 2018

De considerans

Voorgesteld wordt in de tweede overweging na “onderhavige landsverordening” het woord “voorts” in te voegen en na “leningsplafond” de zinsnede “voor het dienstjaar 2018”.

De memorie van toelichting

Algemene Beschouwingen

1°. Inleiding

Vindplaats van wettelijke regelingen

Geconstateerd wordt dat niet altijd de vindplaats van wettelijke regelingen waarnaar in de memorie van toelichting wordt verwezen, vermeld wordt. Zie bijvoorbeeld pagina’s 17 en 19 van de Algemene Beschouwingen waar de vindplaats van de Landsverordening ombudsman respectievelijk de Landsverordening administratieve rechtspraak niet wordt vermeld.

Voorgesteld wordt om steeds de vindplaats te vermelden van wettelijke regelingen waarnaar in de memorie van toelichting wordt verwezen en consistentie in de wijze van vermelding daarvan te betrachten.

Afkortingen

In de memorie van toelichtingen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van afkortingen.

Geadviseerd wordt om bij de eerste vermelding van een afkorting aan te geven waarvoor de afkorting voorstaat.

2°. Staatsorganen en overige algemene organen

Pagina 5

Voorgesteld wordt om in de tweede gedachtepunt van het eerste tekstblok “Raad van advies” te vervangen door “Raad van Advies”.

Pagina 9

Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het eerste tekstblok “spoedadvies verzoeken” te vervangen door “spoedadviesverzoeken”.

Pagina 16

In de eerste volzin van het eerste tekstblok wordt verwezen naar een USONA-project van 2012 tot medio 2014. Geadviseerd wordt om de juiste benaming en aanduiding van dit project aan te geven.

Pagina 21

Voorgesteld wordt om in de tweede volzin van het laatste tekstblok “wordt gebruikt gemaakt” te vervangen door “wordt gebruik gemaakt”.

3°. Ministerie van Algemene Zaken

Algemeen

De Raad adviseert de regering om het betreffende gedeelte van de memorie van toelichting alsnog aan een redactionele toets te onderwerpen.

Pagina 29

Voorgesteld wordt om in punt 1 van het laatste tekstblok de zinsnede “de link leggen van Curaçaos beleid aan buitenlands beleid” te vervangen door “de link leggen tussen het Curaçaos beleid en het buitenlands beleid”.

Pagina 31

In punt 2 van het eerste tekstblok dient “behartigd” te worden vervangen door “behartigen”. Voorgesteld wordt verder om in de eerste volzin van het tweede tekstblok een spatie na “doelstellingen,” op te nemen en om “vertegenwoordigt” te vervangen door “vertegenwoordigd”. Voorts dient de redactie van punt 1.1.6 van het laatste tekstblok nagegaan te worden.

Pagina 36

In het eerste tekstblok dient “wet en regelgeving” vervangen te worden door “wet- en regelgeving”. In de eerste volzin van het derde tekstblok dient “Landsverordening Administratieve rechtspraak” vervangen te worden door “Landsverordening administratieve rechtspraak” en  “bezwaren procedure”  door “bezwaar- en beroepsprocedure”.

Pagina 38

Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het derde tekstblok “Landscourant” op grond van artikel 3, eerste lid, van de Bekendmakingsverordening te vervangen door “Curaçaose Courant”. Dezelfde aanpassing dient ook te geschieden in de rest van de memorie van toelichting. In de vierde volzin van hetzelfde tekstblok dient “wetten.nl” vervangen te worden door “www.wetten.nl” en “het bekendmakingsverordening”  door “de Bekendmakingsverordening”.

Pagina 48

In de tweede volzin van het tweede tekstblok dient “de dagelijks leven” te worden vervangen door “het dagelijks leven”.

Pagina 50

In de eerste volzin van het tweede tekstblok dient “Artikel 91 van de Staatsregeling” te worden vervangen door “Artikel 96 van de Staatsregeling van Curaçao”.

Pagina 51

Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het tweede tekstblok “art. 2 lid 2c” te vervangen door “artikel 2, tweede lid, onder c”. In de eerste volzin van het derde tekstblok dient “art. 2 lid 2.a” vervangen te worden door “artikel 2, tweede lid, onder a”. Voorts dient in de eerste volzin van het laatste tekstblok “art. 2 lid 2e” te worden vervangen door “artikel 2, tweede lid, onder e”.

4°. Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening

Pagina 56

Voorgesteld wordt in de eerste regel “is” na “”accountability”” te schrappen.

Pagina 65

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, de laatste volzin, te schrappen.

Voorgesteld wordt in de laatste volzin van het laatste tekstblok “besteedt” te vervangen door “besteed”.

5°. Ministerie van Justitie

Pagina 66

Voorgesteld wordt om in het eerste tekstblok “een” in te voegen tussen “en” en “duurzame” en in het tweede tekstblok “de” tussen “voor” en “rechtsorde”.

Pagina 67

Voorgesteld wordt in de eerste volzin “belangrijk” te vervangen door “belangrijke”. Voorgesteld wordt in de tweede volzin de komma na “samenwerking” te schrappen en in de derde volzin “draagt ook bij dat” te vervangen door “draagt er ook aan bij dat”.

Pagina 73

Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok in de laatste volzin “het” in te voegen tussen “en” en “zichtbaar”.

Pagina 75

Voorgesteld wordt in de middelste kolom van de tabel bij onderdeel 3.7., bij de tweede gedachtestreep, “herziende” te vervangen door “herziene”.

Pagina 76

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de tabel bij onderdeel 4.3., “herziende” te vervangen door “herziene”.

Pagina 79

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de tabel bij onderdeel 10.6., “gemeenschappelijk” te vervangen door “gemeenschappelijke”.

Pagina 80

Voorgesteld wordt om in het voorlaatste tekstblok “Binnen rechtshandhaving en openbare orde” te vervangen door “Binnen de thema’s rechtshandhaving en openbare orde”.

Pagina 83

Voorgesteld wordt om in het eerste tekstblok in de tweede volzin en in het derde tekstblok in de derde volzin “herziende” te vervangen door “herziene” en in de eerste volzin van het tweede tekstblok “bevorderd” door “bevordert”.

Pagina 85

Voorgesteld wordt in het derde tekstblok in de vierde volzin “aan bij” te vervangen door “aan”.

Pagina 86

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok “in staat stelt” te vervangen door “in staat stellen” en in de eerste volzin in het derde tekstblok bij onderdeel 7.2 “de proefproject” door “het proefproject”, “op gebied” door “op het gebied” en “en ook de Voogdijraad” door “als de Voogdijraad”.

Pagina 87

Voorgesteld wordt na te gaan of de indeling van de tekst in het eerste tekstblok bij onderdeel 7.5 juist is en in het tweede tekstblok “op dermate niveau” te vervangen door “op een dermate niveau”.

Pagina 88

Voorgesteld wordt in de laatste volzin in het laatste tekstblok “aan verdere daling” te vervangen door “aan de verdere daling”.

Pagina’s 81 tot en met 92

Met betrekking tot de indeling wordt voorgesteld de opschriften “Algemene doelstelling” vooraf te doen gaan door het desbetreffende thema waar de algemene doelstelling betrekking op heeft.

6°. Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning

Pagina 93

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok het woord “een” in te voegen vóór “duurzame” en in het tweede tekstblok in de tweede volzin het woord “het” tussen “om” en “Curaçao” te schrappen.

Pagina 105

Voorgesteld wordt nadere invulling te geven aan de term “veerkrachtig” onder “Algemene doelstelling”.

Voorgesteld wordt voorts in de eerste kolom van de laatste tabel, onderaan “Het zorgdragen voor verkeerveiligheid” te vervangen door “Het zorgdragen voor de verkeersveiligheid”.

Pagina 107

In het voorlaatste tekstblok wordt een ander lettertype gebruikt dan in de rest van de Algemene Beschouwingen.

Voorgesteld wordt één lettertype aan te houden.

Pagina 112

Voorgesteld wordt in de tekst onder het opschrift “Luchthaven (WA verzekering)” de zinsnede “aan verplichting” te vervangen door “aan de verplichting”.

Pagina 113

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de tabel, in het laatste blok “voor juridische” te vervangen door “voor een juridische”.

Pagina 114

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de eerste tabel, in het tweede blok “van luchtruim” te vervangen door “van het luchtruim” en in de tekst onder het opschrift “Doelstelling Meteorologische Dienst Curaçao” het woord “een” in te voegen tussen “en” en “bijdrage”.

Pagina 119

Voorgesteld wordt in de tweede kolom van de tweede tabel, bij de tweede gedachtestreep “op uitvoering” te vervangen door “op de uitvoering” en bij de derde gedachtestreep “achterstallige” te vervangen door “achterstallig”.

Pagina 120

Voorgesteld wordt in de tweede kolom van de tweede tabel, in het laatste blok bij de eerste gedachtestreep “nieuwe” te vervangen door “nieuw”.

Pagina 121

Voorgesteld wordt in de tweede kolom van de tabel, in het tweede blok bij de eerste bullet “verkaveling plannen” te vervangen door “verkavelingsplannen”.

7°. Ministerie van Economische Ontwikkeling

Algemeen

De Raad adviseert de regering om het betreffende gedeelte van de memorie van toelichting alsnog aan een redactionele toets te onderwerpen.

Pagina 135

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok, in de eerste volzin het zinsdeel “van (de afhankelijkheid) van” te vervangen door “van (de afhankelijkheid van)”.

Pagina 139

Voorgesteld wordt in de tabel, in de derde kolom, bij de tweede bullet, in het laatste blok het woord “per” eenmaal te schrappen.

Pagina 148

In de tabel op deze pagina zijn bij instrument 3.1.1. “Promotie en investeringen ter verbetering/bevordering van de lucht- en zeehaven en de daaraan aanverwante industrieën.” de bijbehorende verwachte kosten niet ingevuld in de laatste kolom. Geadviseerd wordt het bijbehorende bedrag in te vullen in de laatste kolom van bedoelde bijlage.

Pagina 150

Voorgesteld wordt in de derde alinea het woord “buitenlandse” weg te laten.

Pagina 152

Voorgesteld wordt in de tweede tabel, in de tweede kolom bij instrument 4.1.1. “Nationale Development Plan” te vervangen door “National Development Plan”.

Pagina 153

Voorgesteld wordt in het voorlaatste tekstblok “economisch beleidsinitiatieven” te vervangen door “economische beleidsinitiatieven”.

Pagina 154

Voorgesteld wordt in de vierde alinea bij de opsomming van de instrumenten, bij instrument 4.1.1. “Nationale Development Plan” te vervangen door “National Development Plan”. 

Voorts wordt voorgesteld dezelfde wijziging door te voeren in de tabel, in de tweede kolom bij hetzelfde instrument.

Pagina 155

Voorgesteld wordt bij instrument 4.1.2, in derde kolom met indicatoren bij de zevende bullet de zin te herformuleren. Ook wordt voorgesteld bij de achtste bullet “ontourenbeleidsplan” te vervangen door “contourenbeleidsplan”.

8°. Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport

Pagina 159

Voorgesteld wordt om in de laatste volzin van het laatste tekstblok de zinsnede “het maken resultaatafspraken” te vervangen door “het maken van resultaatafspraken”.

Pagina 161

Voorgesteld wordt om in de middelste kolom van de tabel bij punt 01 de benaming “secretaris generaal”, in navolging van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie te vervangen door “Secretaris-generaal”. Deze aanpassing dient ook elders in de memorie van toelichting aangebracht te worden.

Pagina’s 185, 186 en 187

De Raad vraagt de aandacht voor de nummering van de doelstellingen op pagina’s 185,186 en 187 van de Algemene Beschouwingen. Het valt op dat doelstelling 3.2. ontbreekt.

9°. Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn

Algemeen

Bij het lezen van het hoofdstuk “Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn” valt op dat veel herhaald wordt. Zie bijvoorbeeld pagina’s 206, eerste tekstblok, tweede alinea en 217, voorlaatste tekstblok (verplichte registratie) en 215, voorlaatste tekstblok en 217, laatste tekstblok (publieke voorlichting).

Voorgesteld wordt de tekst van de memorie van toelichting op herhalingen te controleren en deze uit de tekst te halen.

Schuldenproblematiek

Op pagina’s 201, tweede tekstblok, zevende bullet, wordt gesproken van “schuldhulpverlening”, op pagina 202, eerste tekstblok, onder punt 2 van “schuldenproblematiek” en op pagina 202 in het tweede tekstblok onder punt 1 van “problematische schulden” (zie ook pagina 207, eerste tekstblok en pagina 209, eerste tekstblok).

Voorgesteld wordt om in het kort aan te geven wat de regering in verband met het voorgaande beoogt.

Pagina 206

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, tweede alinea, tweede volzin, “dwingen” te vervangen door “verplichten”.

Pagina 209

Voorgesteld wordt in het derde tekstblok “conformde” te vervangen door “conform de”.

10°. Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur

Pagina 241

Voorgesteld wordt in de voorlaatste volzin van het voorlaatste tekstblok “governance structuur” te vervangen door “bestuurlijke structuur”.

Voorts lijkt het erop dat er een opsomming van geprioriteerde wet- en regelgeving zal volgen, maar wordt slechts melding gemaakt van de Landsverordening Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg.

Voorgesteld wordt de opsomming te completeren.

11°. Ministerie van Financiën

Pagina 265

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de tabel, bij instrument 1.3.6 het zinsdeel “het functionele ministeries” te vervangen door “de functionele ministeries”.

Pagina 270

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de tabel, bij instrument 2.3.1 “anderebelastingformulieren” te vervangen door “andere belastingformulieren”.

Pagina 271

Voorgesteld wordt in de eerste kolom van de tabel bij instrument 2.5.1 “vastgesteldeindieningstermijnen” te vervangen door “vastgestelde indieningstermijnen”, bij instrument 2.7.3 het haakje aan het eind te schrappen en bij instrument 2.7.4 “onnodige bezwaarschrift” te vervangen door “onnodige bezwaarschriften”.

Pagina 272

Voorgesteld wordt in het opschrift van de tweede tabel die betrekking heeft op de derde algemene doelstelling, in de tweede regel “doelmatigeuitvoering” te vervangen door “doelmatige uitvoering”.

Pagina 274

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, in de derde volzin “waardooractief” te vervangen door “waardoor actief”.

Pagina 275

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok ná de vijfde opsomming een spatie aan te brengen.

Voorgesteld wordt in de derde volzin van het tekstblok onder punt 5 “omgrotere” te vervangen door “om grotere” en in de vierde volzin “Tevenszal” te vervangen door “Tevens zal”. In de laatste volzin wordt voorgesteld “taks complianceals” te vervangen door “tax compliance als” en “Inkomsten- en Winstbelastingsfeer” door “inkomsten- en winstbelastingsfeer”.

Pagina 276

Voorgesteld wordt in de eerste volzin “2018de” te vervangen door “2018 de” en “opde” te vervangen door “op de”.

In het tweede tekstblok, eerste volzin, wordt voorgesteld “elektronischeaangifte” te vervangen door “elektronische aangifte”.

In de eerste volzin van het laatste tekstblok wordt voorgesteld “belastingorganisatieonderdelen” te vervangen door “belastingorganisatie-onderdelen”.

Pagina 277

Uit de eerste twee regels kan worden opgemaakt dat de bedoeling is om een opsomming te geven van de instrumenten die zullen worden ingezet om de vastgestelde operationele doelen te bereiken. Ter wille van de duidelijkheid wordt voorgesteld de tekst na ”onder andere” te voorzien van opsommingstekens.

In het eerste tekstblok wordt voorgesteld:

-     in de eerste volzin “begrotingsjaar 2018ingezet” te vervangen door “dienstjaar 2018 ingezet”.

-     de tweede volzin te herformuleren.

in de derde volzin wordt “enknelpuntenanalyse” te vervangen door “en knelpuntenanalyse”, “enbeheer” door “en beheer” en een spatie aan te brengen tussen de derde en de vierde volzin.

in de vijfde volzin “organisatieenpersoneelsontwikkelingsinstrumenten” te vervangen door “organisatie- en personeelsontwikkelingsinstrumenten”, “implementatieen monitoring”, door “implementatie en monitoring” en “Gevalideerde” door “gevalideerde”.

in de zesde volzin “zoveel mogelijk verlies” te vervangen door “zo min mogelijk verlies”, “afdrukken” door “afgedrukt” en een spatie aan te brengen tussen de zesde volzin en de zin hierna.

Pagina 278

Voorgesteld wordt in de vijfde volzin “te maken voor;” te vervangen door “te maken voor:”

Pagina 279

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, tweede volzin van onderaf, “anderePunda, Otrabanda” te vervangen door “andere Punda, Otrobanda”.

In het tweede tekstblok wordt voorgesteld:

- in de eerste volzin “uitvoeringzijn” te vervangen door “uitvoering zijn” en

- een spatie aan te brengen tussen de eerste volzin en de tweede volzin.

Pagina 280

Voorgesteld wordt bij de eerste bullet “belastingorganisatieonderdelen” te vervangen door “belastingorganisatie-onderdelen”.

Bij de tweede bullet wordt voorgesteld een spatie aan te brengen tussen de eerste en tweede volzin.

In de laatste volzin op deze pagina wordt voorgesteld “begrotingsjaar” te vervangen door “ dienstjaar” en “het bereik van” te vervangen door “het bereiken van”.

Pagina 281

Voorgesteld wordt in de tweede kolom van de tabel, bij de zevende bullet “inclusiefgebrek” te vervangen door “inclusief gebrek”.

In de eerste kolom van de tabel bij de derde operationele doelstelling wordt voorgesteld “gevraagdenongevraagd” te vervangen door “gevraagd en ongevraagd”.

In de eerste kolom van de tabel bij de vierde operationele doelstelling wordt voorgesteld “Taxcomplianceinclusief” te vervangen door “Tax compliance inclusief”.

Pagina 283

Voorgesteld wordt in de derde kolom van de tabel, bij nummer 2.1 “aantal gehouden voorlichting” te vervangen door “aantal gehouden voorlichtingen” en “aantal radio/tv programma” te vervangen door “aantal radio/tv programma’s”.

In de derde kolom bij nummer 2.1.1 wordt voorgesteld “Aantalaanmeldingen” te vervangen door “Aantal aanmeldingen” en “aantalverstrekteaccountnummers” te vervangen door “aantal verstrekte accountnummers”.

In de derde kolom bij nummer 2.1.2 wordt voorgesteld “Aantalverzondenformulieren” te vervangen door “Aantal verzonden formulieren”.

In de vierde kolom bij nummer 2.1.1 wordt voorgesteld “compliancehet” te vervangen door “compliance, het”.

Pagina 288

In het tweede tekstblok, bij instrument 4.1.3 wordt voorgesteld achter het woord “Douane” een (afsluit)haakje te plaatsen.

Pagina 289

Voorgesteld wordt bij instrument 4.6.9, in de vierde regel “werkenv” te vervangen door “werken”.

Pagina 293

In de tweede tabel op deze pagina de nummeraanduiding van het tweede instrument (“2.1.10”) aan te passen en in de tekst wordt voorgesteld “Douane portal” te vervangen door “Douane Portaal”.

Pagina 296

Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok, bij instrument 5.1.2 “Douane Portal” te vervangen door “Douane Portaal”.

Pagina 297

Voorgesteld wordt het opschrift in de tweede alinea, namelijk “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.1” te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.1”.

Voorgesteld wordt het opschrift in de derde alinea - bij operationele doelstelling nummer 5.2., “een effectiefgebruik” te vervangen door “een effectief gebruik”.

Voorgesteld wordt het opschrift in de laatste alinea, namelijk “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.2” te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.2”.

Pagina 298

Voorgesteld wordt in het opschrift in de tweede alinea “terrorismefinanciering” te vervangen door “terrorisme financiering”.

Voorgesteld wordt het opschrift in de laatste alinea “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.3” te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.3”.

Pagina 299

Voorgesteld wordt in het opschrift in de tweede alinea “internationaleinformatie-uitwisseling” te vervangen door “internationale informatie-uitwisseling”.

Voorgesteld wordt het opschrift in de vijfde alinea “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.4” te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.4”.

In het opschrift in de zesde alinea wordt voorgesteld “afdelingToezicht” te vervangen door “afdeling Toezicht”.

Pagina 300

Voorgesteld wordt het opschrift in de derde alinea “Indicatorenbijoperationeledoelstelling5.5” te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.5.”.

In het opschrift in de vierde alinea wordt voorgesteld “ondermeldgroepeninzake” te vervangen door “onder meldgroepen inzake”.

Pagina 301

Voorgesteld wordt het opschrift in de derde alinea “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.6” te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.6”.

In de derde alinea, bij de tweede bullet wordt voorgesteld “evt” te vervangen door “eventuele”.

In het opschrift in de vierde alinea wordt voorgesteld “verdereuitvoering” te vervangen door “verdere uitvoering”, “bijhaar” te vervangen door “bij haar” en “opgemerkteverbeterpunten” te vervangen door “opgemerkte verbeterpunten”.

Voorgesteld wordt het opschrift in de tweede alinea van onderaf, namelijk “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.7”, te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.7”.

Pagina 302

Voorgesteld wordt in het opschrift in de derde alinea “operationeledoelstelling 5.8” te vervangen door “operationele doelstelling 5.8” en het opschrift in de vierde alinea, namelijk “Indicatorenbijoperationeledoelstelling 5.8”, te vervangen door “Indicatoren bij operationele doelstelling 5.8”.

Voorgesteld wordt in de laatste regel van het voorlaatste tekstblok “wordejn” te vervangen door “worden”.

c.   De Nota van Financiën

Pagina 7

Voorgesteld wordt in de vierde alinea, in de tweede volzin “een soepeler ficaal beleid” te vervangen door “een soepeler fiscaal beleid”.

Voorgesteld wordt de laatste volzin op deze pagina te herformuleren.

Pagina 9

Voorgesteld wordt in de laatste regel op deze pagina “werkoodheidspercentage” te vervangen door “werkloosheidspercentage”.

Pagina 12

Voorgesteld wordt in de laatste volzin van de eerste alinea het zinsdeel “als gevolg van van de” te vervangen door “als gevolg van de”.

Pagina 13

Voorgesteld wordt in de laatste alinea, in de eerste volzin “krimp voor 2016 van -1,0%” te vervangen door “krimp voor 2016 van 1%”. In dezelfde alinea wordt voorts voorgesteld in de derde volzin “krimp van -3,6%” te vervangen door “krimp van 3,6%”.

Pagina 15

Voorgesteld wordt in de vierde alinea, in de eerste volzin “begrotinhstekorten” te vervangen door “begrotingstekorten”.

Pagina 18

Voorgesteld wordt de eerste volzin op deze pagina te herformuleren en toe te voegen dat met “voorgaande begrotingen” wordt bedoeld de begrotingen vóór 2016.

Pagina 19

Voorgesteld wordt de volzin in de tweede alinea te herformuleren met de toevoeging dat “vanaf 2016” de baten en lasten van de gewone dienst substantieel hoger zijn vergeleken met voorgaande jaren.

Pagina 26

Voorgesteld wordt in de derde alinea het zinsdeel “alsook in de Realisatie 2016” te vervangen door “alsook de Realisatie 2016”.

Pagina 28

De Raad wenst op te merken dat pagina 28 leeg is.

Pagina 30

Voorgesteld wordt de zin in de derde alinea, vanwege de inconsistentie bij de gebruikte jaartallen, te herformuleren.

Pagina 31

Voorgesteld wordt in de laatste alinea, in de vierde volzin het zinsdeel “van kracht zal zijn” te vervangen door “van kracht is”.

Pagina 38

Voorgesteld wordt de eerste volzin in de tweede alinea te herformuleren en toe te voegen dat vanaf 2016 hogere baten worden gerealiseerd op de gewone dienst.

Pagina 49

Voorgesteld wordt in de eerste alinea, de derde volzin af te sluiten door een punt te plaatsen achter het woord “gehalveerd”.

Pagina 53

Voorgesteld wordt in de tabel “Schommelfonds” bij de stand van het Ouderdomsfonds (“AOV”) per 1 januari 2016 het bedrag “104,7” te vervangen door “-104,7”.

Pagina 65

Voorgesteld wordt in de eerste volzin het zinsdeel “dat een aantal ministeries” te vervangen door “dat bij een aantal ministeries”.

Pagina 101

Voorgesteld wordt in de tabel “Schommelfonds”, het bedrag voor het Ouderdomsfonds per 1 januari 2016, namelijk “104,7”, te vervangen door “-104,7”.

 

[1] Zie onderdeel “2. Een beleidsarme begroting, onder “I.”, van het advies over de ontwerpbegroting 2017 (zaaknummer 2016/028187) d.d. 24 augustus 2017 (RvA no. RA/37-16-LV).