Adviezen

RvA no. RA/34-17-LV

Uitgebracht op : 06/12/2017
Publicatie datum: 27/12/2017

Ontwerpnota van wijziging bij de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de Begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2018 (zaaknummer 2017/040815)

Advies: Met verwijzing naar uw spoedadviesverzoek d.d. 2 november 2017, dat de Raad van Advies op 8 november 2017 heeft ontvangen, om het oordeel van de Raad inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op  6 december 2017 bericht de Raad u als volgt.

Algemene opmerkingen

Toetsing van de ontwerpnota van wijziging bemoeilijkt door ontoereikende toelichting

Bij brief van 7 juli 2017 (zaaknummer 2017/022679) stelt de Sectordirecteur Financieel Beleid en Begrotingsbeheer van het Ministerie van Financiën dat de Begroting voor het dienstjaar 2017 (hierna: Begroting 2017) als basis heeft gediend voor de ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2018 (hierna: de ontwerpbegroting 2018). In verband met de regeringswisseling begin juni 2017 was het namelijk niet haalbaar geweest om in de ontwerpbegroting 2018 de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet te verwerken. Volgens voornoemde brief zou de vertaalslag van het nieuwe regeerakkoord c.q. –programma in een nota van wijziging tot uitdrukking moeten komen. De Raad van Ministers is op 22 juli 2017 hiermee akkoord gegaan.

Op 12 september 2017 is de ontwerpbegroting 2018 aan de Staten aangeboden.

Thans is aan de Raad ter toetsing aangeboden de ontwerpnota van wijziging bij de ontwerpbegroting 2018 (hierna: ontwerpnota van wijziging 2018). In de brief met zaaknummer 2017/040815 stelt de Sectordirecteur Financieel Beleid en Begrotingsbeheer van het Ministerie van Financiën dat in de onderhavige ontwerpnota van wijziging de beleidsvoornemens van het huidige kabinet zijn verwerkt conform het regeerakkoord en het regeerprogramma 2017-2021 “Ontplooien van Curaçaos potentieel”. De Raad van Ministers is op 25 oktober 2017 met de ontwerpnota van wijziging 2018 akkoord gegaan.

Naar het oordeel van de Raad geeft de ontwerpnota van wijziging 2018 onvoldoende invulling aan het karakter van een nota van wijziging in die zin dat niet expliciet duidelijk wordt gemaakt wat de beleidsmatige aanpassingen zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 2018. Hierdoor is er ook geen eenduidige vertaalslag van nieuwe c.q. aangepaste beleidsvoornemens naar cijfermatige wijzigingen.

Het ontbreken van een duidelijk verband tussen beleidswijzigingen en de cijfermatige wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbegroting 2018 maakt het moeilijk om te toetsen of de cijfermatige wijzigingen daadwerkelijk gekoppeld zijn aan het nieuwe c.q. aangepaste beleid dat voortvloeit uit het regeerprogramma 2017-2021 en in hoeverre de in dit verband opgebrachte bedragen toereikend zijn.

De Raad geeft als voorbeeld de Algemene Beschouwingen van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn en het Ministerie van Economische Ontwikkeling waar cijfermatige wijzigingen waargenomen kunnen worden die niet in verband worden gebracht met nieuw beleid c.q. beleidsaanpassingen op grond van het regeerprogramma 2017-2021. Bovendien zijn in bepaalde gevallen aanzienlijke bedragen intern verschoven terwijl uit de Algemene Beschouwingen bij de desbetreffende ministeries niet opgemaakt kan worden welke beleidsafwegingen ten grondslag hebben gelegen aan de interne verschuivingen op de desbetreffende begrotingen.

De Raad adviseert de regering ter verhoging van de transparantie van de Begroting voor het dienstjaar 2018 (hierna: Begroting 2018) de nieuwe c.q. aangepaste beleidsvoornemens expliciet toe te lichten en de samenhang tussen deze beleidsvoornemens van de regering en de interne verschuivingen op de begroting per ministerie toe te lichten.

“Result Based Management”- methode

De organisatieonderdelen van de ministeries zijn door het Ministerie van Financiën verzocht om bij het aanleveren van informatie voor het opstellen van de ontwerpnota van wijziging 2018 de nieuwe "Richtlijnen Nota van Wijziging op de Ontwerpbegroting 2018" te volgen. Die richtlijnen houden onder andere in dat voor de ontwerpnota van wijziging 2018 gebruik gemaakt wordt van de zogenoemde “Result Based Management”- methode. De richtlijnen zijn per 20 september 2017 naar de organisatieonderdelen van de ministeries verzonden terwijl de ministers hun ontwerpnota van wijziging uiterlijk 29 september 2017 bij de Minister van Financiën moesten indienen.

In de brief met zaaknummer 2017/040815 stelt voornoemde sectordirecteur dat vooruitgang is geboekt in het gebruik van het nieuwe format voor de algemene beschouwingen voor de weergave van de koppeling van het beleid en de middelen (ook meerjarig). In genoemde brief wordt echter ook aangegeven dat meer dan de helft van de ministeries gebruik heeft gemaakt van het oude format, terwijl bij twee ministeries de middelen niet gekoppeld zijn aan de “outputs”.

Hoewel de Raad het overstappen op de “Result Based Management”- methode een goede stap richting verdere professionalisering vindt, is het de Raad opgevallen dat de beoogde overstap naar de “Result Based Management”- methode niet vlekkeloos is verlopen.

De Raad adviseert de regering om tijdig informatie en vooral ondersteuning door het Ministerie van Financiën te laten bieden aan de diensten bij het toepassen van de nieuwe richtlijnen voor de toepassing van de “Result Based Management”- methode.

De presentatie van de toelichting

In de Algemene Beschouwingen behorende bij een ontwerplandsverordening tot vaststelling van een begroting van het land Curaçao (hierna: een ontwerpbegroting), wordt het beleid uiteengezet welke vervolgens vertaald wordt naar middelen die hiervoor in een bepaald dienstjaar en ook meerjarig zullen worden aangewend. De Algemene Beschouwingen behorende bij een ontwerpnota van wijziging van een ontwerpbegroting (hierna: een ontwerp nota van wijziging) dienen in het licht van het voorgaande, primair een toelichting te geven op de voorgenomen beleidswijzigingen van een eerder door de regering bij de Staten ingediende ontwerpbegroting. Daar waar deze beleidswijzigingen niet binnen de eerder bij de Staten ingediende begroting kunnen worden uitgevoerd en er dus ook cijfermatige wijzigingen nodig zijn, dient er een koppeling te worden gemaakt met de gewijzigde bedragen.

De ideale opzet van de Algemene Beschouwingen behorende bij een ontwerpnota van wijziging op een ontwerpbegroting, is dat per ministerie in een inleidende paragraaf aangegeven wordt welke wijzigingen ten opzichte van de reeds bij de Staten ingediende ontwerpbegroting met de ontwerpnota van wijziging worden beoogd. In een volgende paragraaf zouden eventueel de gewijzigde Algemene Beschouwingen – dus na de verwerking van de voorgenomen wijzigingen – kunnen worden opgenomen die gebaseerd zijn op de “Result Based Management”- methode. In een algemeen inleidend hoofdstuk dient de gekozen opzet van de Algemene Beschouwingen toegelicht te worden.

De Raad beseft dat in het korte tijdbestek dat nog rest voor de indiening van de onderhavige ontwerpnota van wijziging 2018, het haast onmogelijk is voor de ministeries om de Algemene Beschouwingen in bovenbedoelde zin aan te passen.

De thans gehanteerde opzet geeft echter een vertekend beeld van hetgeen met de ontwerpnota van wijziging 2018 beoogd wordt, omdat ten onrechte geconcludeerd kan worden dat alle aangegeven beleidsvoornemens nieuwe c.q. gewijzigde beleidsvoornemens zijn.

De Raad geeft als voorbeeld het onderdeel in de Algemene Beschouwingen over de Raad van Advies (pagina’s 15 tot en met 19). Voor de Raad van Advies zijn er geen cijfermatige wijzigingen in de ontwerpnota van wijziging 2018 en ook geen beleidsaanpassingen. Door in de Algemene Beschouwingen behorende bij de ontwerpnota van wijziging 2018 echter een onderdeel over de Raad van Advies op te nemen kan de indruk ontstaan dat er wel sprake is van beleidsaanpassingen in het daarin opgenomen beleid ten opzichte van de eerder bij de Staten ingediende ontwerpbegroting 2018.

Stimulering van economische groei

Op pagina 2 van de Algemene Beschouwingen wordt aangegeven dat het regeerprogramma 2017-2021 met de ontwerpnota van wijziging 2018 concreet wordt uitgewerkt in de Begroting 2018 en dat er concrete uitwerking wordt gegeven aan de prioriteiten die de regering stelt om de bestaande sociale verdeeldheid en de stagnerende economie het hoofd te bieden. Gewezen wordt op de armoedeproblematiek en de prioriteiten van de regering voor wat betreft de bestrijding van armoede in wijken, tegelijk met het opstarten van grote projecten om werkgelegenheid en inkomen te creëren.

Ten aanzien van de bovengenoemde voornemens van de regering wenst de Raad op te merken dat in de Algemene Beschouwingen niet uiteen is gezet hoe en in welke mate de stagnerende economie het hoofd zal worden geboden en middels welke grote projecten werkgelegenheid en overheidsinkomen zullen worden gecreëerd.

Voorts is uit de memorie van toelichting bij de ontwerpbegroting 2018 op te maken dat het jaar 2017 afstevent op een economische krimp van 1,5% terwijl voor 2018 de regering een economische groei verwacht van 0,3%. Noch uit de ontwerpbegroting 2018 noch uit de onderhavige ontwerpnota van wijziging 2018 of de toelichting daarop is af te leiden welke ontwikkelingen zullen leiden danwel bijdragen tot de omslag van een krimp van 1,5% in 2017 tot een groei van 0,3% in 2018.

De Raad adviseert de regering op het voorgaande in te gaan.

Budget neutrale wijziging en het regeerprogramma 2017-2021

Volgens de hiervoor aangehaalde brief van Sectordirecteur Financieel Beleid en Begrotingsbeheer hebben een aantal ministeries en staatsorganen - ondanks het feit dat de richtlijnen aangeven dat nieuwe beleidsvoornemens budgetneutraal gecompenseerd dienen te worden – zich niet daaraan gehouden. Het Ministerie van Financiën heeft volgens die brief daarom slechts de budget neutrale wijzigingen meegenomen.

Het lijkt er aldus op dat bij het opstellen van de ontwerpnota van wijziging 2018 slechts het criterium “budgetneutraliteit” een rol heeft gespeeld en dat naar aanleiding van de door de diensten aangeleverde niet-budget neutrale wijzigingen, geen overleg over een eventuele aanpassing van hun prioriteiten is geweest.

In een dergelijk scenario zal van enige beleidsprioriteitsafweging binnen de ministeries en overheid breed geen sprake zijn geweest. Indien dat juist is, rijst de vraag of de implementatie van het regeerprogramma 2017-2021 als gevolg van het toepassen van alleen het criterium “budgetneutraliteit” niet in de knel dreigt te komen.

De Raad vraagt de bijzondere aandacht van de regering voor het voorgaande.

Risico m.b.t. verwachte opbrengsten voor het jaar 2018

Het is de Raad opgevallen dat de regering op 17 november 2017[1] een verplichtingenstop voor de resterende weken van 2017 heeft afgekondigd in verband met tegenvallende overheidsinkomsten over het jaar 2017. Voorts is te constateren dat zowel de inkomsten als de uitgaven in de aan de Staten aangeboden ontwerpbegroting 2018 neerwaarts zijn bijgesteld met NAf 46,8 miljoen. In dit verband zijn de begrote opbrengsten van premies van sociale verzekeringen, waarmee de Sociale Verzekeringsbank met de uitvoering daarvan is belast (hierna: sociale premie-opbrengsten), in de aan de Staten aangeboden ontwerpbegroting 2018 verlaagd van NAf 854,3 miljoen tot NAf 807,2 miljoen. Volgens de Financiële Management Rapportage (hierna: FMR) over de maand september 2017 bedragen de geprognosticeerde sociale premie-opbrengsten voor het hele jaar 2017, NAf 805,4 miljoen. Gelet op de geringe deviatie tussen de prognose voor 2017 en de Begroting 2018 acht de Raad de voor 2018 begrote sociale premie-opbrengsten haalbaar. Op basis van een analyse van onder andere de FMR over de maand september 2017 komt de Raad tot dezelfde bevinding met betrekking tot de begrote belastingopbrengsten voor 2018 en de thans voor 2017 geprognosticeerde belastingopbrengsten. Echter voor wat betreft de overige opbrengsten voor het jaar 2017 constateert de Raad het volgende.

In de toentertijd bij de Staten ingediende ontwerpbegroting 2017 werd uitgegaan van NAf 254,8 miljoen aan opbrengsten, vervolgens is deze verwachting zoals uit de ontwerpbegroting 2018 blijkt, neerwaarts bijgesteld tot NAf 192,7 miljoen. Thans bedraagt de prognose voor het jaar 2017 - volgens de FMR over de maand september 2017, NAf 162 miljoen, waarvan tot en met september 2017 NAf 83,7 miljoen gerealiseerd is. Dit soort baten, namelijk de overige opbrengsten, is in de ontwerpbegroting 2018 opgenomen voor NAf 250,8 miljoen. Gelet op het feit dat de geprognosticeerde overige opbrengsten voor het jaar 2017 met circa NAf 93 miljoen zijn verlaagd (ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2017) en de realisatie hiervan toch sterk achterloopt op de prognose en deze post voor het jaar 2018 begroot is op NAf 250,8 miljoen, acht de Raad het door de regering gehanteerde uitgangspunt een aanzienlijk risico voor de Begroting 2018.

De Raad adviseert de regering in de Algemene Beschouwingen haar gehanteerde uitgangspunt ten aanzien van de overige opbrengsten in de ontwerpbegroting 2018 toe te lichten.

Inhoudelijke opmerkingen

Ministerie van Algemene Zaken

Verschil in bedragen kapitaaldienst Algemeen Beheer Algemene Zaken

Het valt op dat de bedragen voor de kapitaaldienst op de meerjarenbegroting in tabel “03 Algemeen Beheer Algemene Zaken” op pagina 33 van de Algemene Beschouwingen van verschillende grootte zijn. De Raad mist een onderbouwing om welke reden dit zo is.

De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de Algemene Beschouwingen op dit punt aan te vullen.

Ministerie van Economische Ontwikkeling

Import groente en fruit

Volgens punt 1.1 van het onderdeel “Samenhang met output en activiteiten” op pagina 103 van de Algemene Beschouwingen worden voorwaarden en condities gecreëerd voor een goed werkende markt en ter bevordering van eerlijke concurrentie, toegankelijkheid van producten en diensten (door het elimineren van het verbod op import van groenten en fruit) en bescherming van consumenten.

Voorts wordt op pagina 109 van de Algemene Beschouwingen bij punt 3.3 als output genoemd de toename van de productie van eigen voedsel en de vermindering van de afhankelijkheid van import.

Het elimineren van het verbod op import van groenten en fruit kan in de weg staan van het streven om de afhankelijkheid van importen te verminderen.

Om deze reden adviseert de Raad de regering beide voornemens in de Algemene Beschouwingen toe te lichten.

b. COSME

Zoals uit de tweede tabel op pagina 104 van de Algemene Beschouwingen (punt 2.1.1) blijkt is het COSME programma een van de activiteiten, op basis waarvan het Ministerie van Economische Ontwikkeling haar tweede outcome zal nastreven. Alhoewel in de Algemene Beschouwingen genoemd ministerie verder niet ingaat op de inhoud van het COSME programma, rijst bij de Raad de vraag of het begrote bedrag ad NAf 15.700 voldoende is om deze activiteit naar behoren te kunnen uitvoeren.

De Raad vraagt de regering hierop in te gaan.

c. SBES vs CINEX

In de vierde alinea op pagina 105 van de Algemene Beschouwingen wordt aangegeven dat de werkzaamheden van de Sector Buitenlandse Economische Samenwerking (hierna: SBES) onder andere inhouden, investeerders aan te trekken en de landing van investeerders op Curaçao te versoepelen. De Raad constateert een samenval tussen de taken van SBES en die van de CINEX.

De regering wordt geadviseerd in de Algemene Beschouwingen aan te geven wat het verschil is tussen de werkzaamheden van CINEX en SBES.

d.   Overheidsbijdragen bij output

1º Subsidieverstrekking

Ter realisering van de door het Ministerie van Economische Ontwikkeling vastgestelde outputs zal de overheid volgens de eerste bullet in het voorlaatste tekstblok op pagina 106 van de Algemene Beschouwingen onder meer financiële middelen (subsidie) verstrekken aan verschillende organisaties die actief zijn op het gebied van innovatie en die het ondernemerschap ondersteunen. Uit de Algemene Beschouwingen kan niet worden opgemaakt wat de omvang daarvan zal zijn.

De Raad adviseert de regering de Algemene Beschouwingen op dit punt aan te vullen.

2º Samenwerkingsovereenkomsten

Ter realisering van door voornoemd ministerie vastgestelde outputs zal de overheid volgens de tweede bullet (voorlaatste tekstblok) op pagina 106 van de Algemene Beschouwingen ook samenwerkingsovereenkomsten aangaan met economisch relevante landen. Uit de Algemene Beschouwingen kan niet worden opgemaakt met welke landen en op welke gebieden in dit verband samengewerkt zal worden.

De Raad adviseert de regering de Algemene Beschouwingen op dit punt te concretiseren.

3º Incentivesprogramma’s

Om de door het Ministerie van Economische Ontwikkeling vastgestelde outputs te bereiken is de overheid blijkens de derde bullet (voorlaatste tekstblok) op pagina 106 van de Algemene Beschouwingen ook voornemens incentivesprogramma’s en trainingen voor startende ondernemers op te zetten. Er wordt hier echter niet verder op ingegaan.

De Raad adviseert de regering in de Algemene Beschouwingen de voorgenomen incentives, programma’s en trainingen nader toe te lichten en voorts aan te geven of de trainingen een incidenteel dan wel een permanent karakter zullen hebben.

e. Instrumenten verbetering ondernemingsklimaat

Volgens de derde alinea op pagina 107 van de Algemene Beschouwingen wordt met het in gebruik nemen van een aantal van de op deze pagina genoemde instrumenten getracht ondernemers te faciliteren in termen van opleiding, trainingen, het geven van incentives en het optimaliseren van het vestigingsvergunningssysteem waardoor het ondernemersklimaat verbeterd wordt.

De regering wordt geadviseerd in de Algemene Beschouwingen concreet aan te geven welke van de in de tweede alinea op pagina 107 van de Algemene Beschouwingen genoemde activiteiten zullen worden ingezet ter verbetering van het ondernemersklimaat en ook toe te lichten hoe die zullen worden ingezet.

f.    Behandeltermijn vergunningen

In de laatste tabel op pagina 107 van de Algemene Beschouwingen, punt 2.5, wordt als indicator van het terugdringen van “red tape” en in plaats daarvan implementeren van “red carpet”, het met een week terugdringen van de termijnen voor het krijgen van vergunningen, gehanteerd.

De Raad beveelt aan om in de Algemene Beschouwingen aan te geven hoe lang het nu duurt en vervolgens toe te lichten in hoeverre de regering denkt dat de voorgenomen reductie tot het gewenste resultaat zal leiden.

g.   Overheidsbijdragen derde outcome

In de tweede alinea op pagina 109 van de Algemene Beschouwingen worden de overheidsbijdragen opgesomd voor het realiseren van de operationele doelstellingen (outputs). Uit de Algemene Beschouwingen kan echter niet worden opgemaakt welke de outputs zijn met betrekking tot de derde outcome.

De Raad adviseert de regering om de outputs concreter in de Algemene Beschouwingen te formuleren en de overheidsbijdrage om deze te realiseren nader toe te lichten.

h.   Uitvoeringsorganisatie Internationale Visserijsector

In de voorlaatste alinea op pagina 109 van de Algemene Beschouwingen is aangegeven dat het verder ontwikkelen van de Internationale Visserijsector afhankelijk is van een uitvoeringsorganisatie die zorgdraagt voor de monitoring van de visserijvloot en visvangstquota.

De Raad vraagt de regering in de Algemene Beschouwingen toe te lichten of de bedoelde uitvoeringsorganisatie reeds bestaat in Curaçao, en anders aan te geven op welke termijn dit gerealiseerd wordt en welke concrete stappen daartoe zijn gezet.

Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur

Het programmabureau

1°. De organisatie van het programmabureau

Op pagina 175 van de Algemene Beschouwingen wordt gesproken over een programmabureau in de vorm van een stichting, die opgericht gaat worden.

De Raad vraagt zich af welke overwegingen een rol hebben gespeeld om een stichting, met al haar corporate governance en financiële beheersvraagstukken en –risico’s, in het leven te roepen om preventiedoelen te realiseren die eveneens op het pad van de ambtelijke organisatie liggen. Geadviseerd wordt in de Algemene Beschouwingen op het voorgaande in te gaan.

2°. Financiering van het programmabureau

Op pagina 176, tweede tekstblok, van de Algemene Beschouwingen staat dat de stichting voor haar inkomsten afhankelijk is van donaties van de Sociale Verzekeringsbank en andere overheidsentiteiten, zoals de Refineria di Kòrsou, Aqualectra, Curoil, Gaming Control Board en Fundashon Wega di Number Kòrsou.

De Raad vraagt zich af of reeds met voornoemde entiteiten overleg is gevoerd ter zake de financiering van het programmabureau mede in verband met hun (statutaire) doelstellingen, de aanwending van financiële middelen, hun financiële positie en de daarmee verband houdende financiële uitdagingen. Geadviseerd wordt in de Algemene Beschouwingen op het bovenstaande in te gaan

Het nationaal zorgsysteem

Op pagina 179 van de Algemene Beschouwingen staat dat de regering zich heeft voorgenomen een aanvang te maken met de invoering van een nationaal zorgsysteem.

Voor de invoering van een nationaal zorgsysteem, als hiervoor bedoeld, zijn op de ontwerpbegroting 2018 geen middelen specifiek hiervoor geraamd. Hierdoor is het onduidelijk of het nationaal zorgsysteem een op zichzelf staand project is of deel vormt van een ruimere doelstelling waarvoor wellicht wel middelen op de begroting zijn opgevoerd.

De Raad adviseert de regering in de Algemene Beschouwingen hierop in te gaan.

Ministerie van Financiën

a.   Nieuwe Belastingorganisatie (NBC)

In de tabel op pagina 188 van de Algemene Beschouwingen, onder “91 Belastingen” wordt in de tweede kolom bij organisatie-eenheden 06 en 07 gesproken over respectievelijk “(NBC) Inspectie der Belastingen” en “NBC Landsontvanger”.

De Raad adviseert de regering om in de Algemene Beschouwingen aan te geven of het traject van de oprichting van een nieuwe belastingorganisatie (NBC) daadwerkelijk is afgerond. Ingeval voornoemd traject nog niet is afgerond of indien de regering van dit voornemen is afgestapt, wordt geadviseerd de Algemene Beschouwingen op dit punt aan te passen.

b.   Stimulering overheidsgelieerde financiële instellingen

Op pagina 192 van de Algemene Beschouwingen (tweede tekstblok) geeft de regering aan dat de overheidsgelieerde financiële instellingen gestimuleerd zullen worden om meer te investeren in lokale projecten.

De regering wordt gevraagd in de Algemene Beschouwingen concreet aan te geven welke maatregelen de regering voornemens is te nemen die de overheidsgelieerde financiële instellingen zullen prikkelen om meer te investeren.

c.   Financiering van activiteiten bij de vierde outcome

In het laatste tekstblok op pagina 199 van de Algemene Beschouwingen worden voornemens van de regering met betrekking tot de Belastingdienst, Stichting Belasting Accountants Bureau, Douane, Financial Intelligence Unit en de Sector Fiscale Zaken aan de orde gesteld, die moeten resulteren in een effectiever financieel beleid van de overheid (vierde outcome). Vervolgens meldt de regering in de eerste alinea op pagina 200 dat het beschikbaar zijn van voldoende financiële middelen en de benodigde capaciteit op de arbeidsmarkt knelpunten zijn.

Het is gebruikelijk dat bij het opstellen van een begroting en dus ook van een wijziging daarop er een prioriteitsafweging plaatsvindt op beleidsniveau en dat die afweging zich terugvertaalt in het beschikbaar stellen van de nodige middelen om de prioriteiten te realiseren. Aangezien in de Algemene Beschouwingen wordt aangegeven dat de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen een knelpunt kan zijn voor het realiseren van deze doelstelling, wordt de regering in overweging gegeven om nader aan te geven of deze doelstelling daadwerkelijk een prioriteit is en zo ja, hoe de nodige financiële ruimte alsnog gecreëerd kan worden om dit – al dan niet gefaseerd - te realiseren.

Nota van Financiën

Saldo op de gewone dienst

In de eerste alinea op pagina 4 van de Nota van Financiën geeft de regering aan dat de gewone dienst met een positief saldo sluit in 2018.

Uit tabel 1e Recapitulatie gewone dienst op pagina 21 en tabel 4 gewone dienst op pagina 24 van de Nota van Financiën behorende bij de ontwerpbegroting 2018 blijkt dat de gewone dienst – inclusief alle kosten en dus ook de rentekosten – in 2018 afsluit met een saldo van nul.

Vervolgens blijkt uit de ontwerpnota van wijziging 2018 dat de gewone dienst geen wijzigingen ondergaat.

Gelet op het vorenstaande adviseert de Raad de regering haar constatering met betrekking tot het saldo op de gewone dienst in de Nota van Financiën toe te lichten.

Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerpnota van wijziging niet bij de Staten in te dienen dan nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

Willemstad, 6 december 2017

de Ondervoorzitter,                                                     de Secretaris,

_________________________                                              _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                                mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/34-17-LV

Zowel de ontwerpnota van wijziging 2018 als de toelichting daarop heeft (wets)technische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Ontwerpnota van wijziging

Het opschrift

Voorgesteld wordt in het opschrift “Begroting” te vervangen door “begroting”.

Inhoudsopgave

Een inhoudsopgave vormt geen onderdeel van de regeling. Conform aanwijzing 151 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt, indien het wenselijk is, een inhoudsopgave bij de bekendmaking van een regeling achter de regeling opgenomen. Bij de indiening van een voorstel voor een landsverordening kan een inhoudsopgave afzonderlijk bij de stukken worden gevoegd.

Gezien het bovenstaande dient de pagina met de aanduiding “INHOUDSOPGAVE” achterwege gelaten te worden. In de toelichting bij de ontwerpnota van wijziging 2018  kan worden opgenomen dat na goedkeuring van de ontwerpbegroting 2018, zoals gewijzigd bij nota van wijziging, door de Staten de inhoudsopgave gewijzigd zal worden. Bij de bekendmaking van de Begroting 2018 zal de gewijzigde inhoudsopgave achter deze begroting worden opgenomen.

De aanhef

Voorgesteld wordt in de aanhef “De ontwerp” te vervangen door “Het ontwerp”.

Onderdeel A

Voorgesteld wordt in onderdeel A “Artikel I” te vervangen door “Artikel 1”.

De memorie van toelichting

Algemene Beschouwingen

1o. Algemeen

De Raad constateert dat de tekstdelen in de Algemene Beschouwingen veelal als op zich staande, losse delen overkomen, in plaats van als een samenhangend geheel. Zie in dit verband pagina 103, vierde tekstblok, “Samenhang met output en activiteiten. Onduidelijk is waarvan de samenhang wordt gegeven met output en activiteiten.

Vervolgens worden in het vijfde tekstblok van voornoemde pagina de bijdragen opgesomd die de overheid levert aan het realiseren van de operationele doelstellingen. Ten eerste wenst de Raad in dit verband op te merken dat in de Algemene Beschouwingen de begrippen “outcome” en “operationele doelstellingen” door elkaar worden gebruikt. Voorts is het onduidelijk op welke operationele doelstelling de opgesomde overheidsbijdragen betrekking hebben.

Zie in dit verband ook het onderdeel “Risico’s” op pagina 103, voorlaatste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen. In het laatste tekstblok op dezelfde pagina is een opsomming opgenomen, waarbij onduidelijk is of die opsomming de erboven beschreven risico’s betreft.

Ook constateert de Raad dat aansluitingszinnen tussen de verschillende tekstdelen ontbreken.

De regering wordt geadviseerd aan het voorgaande aandacht te besteden.

2°. Inleiding (pagina 2)

Voorgesteld wordt in de eerste volzin “in de begroting 2018” te vervangen door “bij de aanbieding aan de Staten van de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2018 (ontwerpbegroting 2018)” en “regeerprogramma” door “het regeerprogramma 2017-2021”.

Voorgesteld wordt in de tweede volzin “de begroting” te vervangen door “de ontwerpbegroting 2018”.

Voorgesteld wordt in de laatste volzin “de regeerprogramma” te vervangen door “het regeerprogramma”.

3°. Staatsorganen en overige algemene organen

Pagina 18

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, de tweede volzin, “zorgen” te vervangen door “dat bereikt wordt”.

Pagina 22

Voorgesteld wordt om in het onderdeel “Wetswijzigingen” het opschrift “Wijziging landsverordening Sociaal Economische Raad (P.B. 2017, no. 70)” te vervangen door “Wijziging Landsverordening Sociaal Economische Raad (P.B. 2017, no. 70)”.

Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het onderdeel “Initiatief ontwerplandsverordening ter instelling van een Raad voor Onderwijs en Arbeidsmarkt” het woord “uitwerking” te vervangen door “in werking”.

4°. Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening

Pagina 59

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok, tweede volzin, het jaartal waarin het rapport van Transparency International is uitgebracht, te vermelden.

Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok, de laatste volzin te vervangen door:

“Het huidige systeem is zeer inefficiënt, omdat dezelfde exercities meerdere keren gedaan moeten worden voor verschillende organisaties. Dat kost tijd en geld.”

Pagina 60

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, voorlaatste volzin, “kiesreglement” te vervangen door “kiesreglement Curaçao”.

Geadviseerd wordt in de eerste tabel, onder punt 1.1, tweede kolom “Indicatoren” de vraag in de tweede rij te beantwoorden.

Pagina 62

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, laatste volzin, “zij” te vervangen door “hij”.

5°. Ministerie van Justitie

Pagina 63

Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok in de derde volzin het woord “er” in te voegen tussen de woorden “draagt” en “ook”.

Pagina 70

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok “Gezinsvoogdijinstelling” te vervangen door “Gezinsvoogdij Instelling Curaçao”.

6°. Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning

Pagina 85

Voorgesteld wordt in de eerste volzin van het derde tekstblok (onderdeel “2.4. Verbeteren internationale bereikbaarheid”) het woord “moeten” in te voegen tussen de woorden “strategieën” en “geformuleerd”.

Pagina 87

Voorgesteld wordt in de laatste volzin van het tweede tekstblok (onderdeel “Samenhang met de centrale thema’s en impacts”) de zinsnede “Landsverordening Ruimtelijke Ontwikkeling Curaçao" te vervangen door “Landsverordening Ruimtelijke Ontwikkeling Curaçao”.

7°. Ministerie van Economische Ontwikkeling

Pagina 6

Voorgesteld wordt in de volzin onder de eerste tabel, “heef” te vervangen door “heeft”.

Pagina’s 102 en 103

In de laatste tabel op pagina 102 – met als titel “Goed functionerende markten” – worden bij activiteit 1.1.2 FTAC, twee sub activiteiten genoemd, te weten “Mededingingsautoriteit” en “Consumentenautoriteit”. Voorts worden op pagina 103 in de laatste alinea, de activiteiten, genoemd in de eerder vermelde tabel, wederom opgesomd Daarbij wordt bij activiteit 1.1.2 FTAC, ook een derde sub activiteit vermeld, namelijk “Regulatory Board”. Indien de activiteit 1.1.2 FTAC inderdaad drie subactiviteiten telt, wordt de regering gevraagd ook in de laatste tabel op pagina 102 bij activiteit 1.1.2 de derde sub activiteit toe te voegen.

Voorgesteld wordt in de voorlaatste volzin op pagina 102 “en de prijs/kwaliteit” te vervangen door “c.q. de prijs/kwaliteit”. Voorts wordt geadviseerd de laatste volzin op deze pagina te herformuleren.

Pagina 103

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok, in de tweede volzin “opgericht” te vervangen door “op te richten”.

Voorgesteld wordt in het derde tekstblok, de eerste volzin “Voor een” te vervangen door “Voor het”.

In het derde tekstblok van onderaf worden de bijdragen opgesomd die de overheid levert voor het realiseren van de operationele doelstellingen. Volgens de Raad is het niet uit de tekst te halen waar de operationele doelstellingen zijn genoemd c.q. aan welke concrete operationele doelstellingen gerefereerd wordt.

De regering wordt gevraagd het bovenstaande te verduidelijken.

In het voorlaatste tekstblok op pagina 103 worden risico’s genoemd. De Raad kan niet afleiden waarop deze risico’s betrekking hebben.

De regering wordt gevraagd hierop in te gaan.

In het laatste tekstblok staat een opsomming zonder een kop.

De regering wordt geadviseerd te verduidelijken waar deze opsomming betrekking op heeft.

Pagina 105

Voorgesteld wordt in het derde tekstblok, de tweede volzin een (afsluit)haakje te plaatsen achter “overige diensten”, of anders de zin te herformuleren.

Pagina 106

In het vierde tekstblok waar het om de samenhang met output en activiteiten gaat, is het onduidelijk, waarvan de samenhang met output en activiteiten wordt weergegeven.

De regering wordt gevraagd hierop in te gaan.

Voorts heeft het laatste tekstblok als kop “Risico’s”.

De Raad vraagt de regering te verduidelijken waarop deze risico’s betrekking hebben.

Pagina 107

In het tweede tekstblok worden activiteiten opgesomd die in de tweede tabel op pagina 104 staan.

De regering wordt gevraagd de relevantie van de (herhaalde) opsomming van de activiteiten aan te geven.

Pagina 108

Uit de titel van de tweede tabel blijkt niet helder dat deze tabel betrekking heeft op de derde outcome.

De Raad adviseert de regering ten minste de benaming outcome in de titel van de tabel op te nemen opdat duidelijk is waar aan de tabel refereert. Deze opmerking geldt voor de meeste tabellen en de aanhef van de onderdelen in het hoofdstuk “Ministerie van Economische Ontwikkeling”.

De aanhef van het tekstblok onder de tweede tabel luidt “Samenhang met de centrale thema’s en impacts”. Het is onduidelijk waarvan de samenhang in deze wordt weergegeven.

De Raad vraagt de aandacht van de regering hiervoor. Deze opmerking geldt voor alle overige gevallen waar getracht wordt de samenhang  te weergeven.

De aanhef van het laatste tekstblok luidt “Samenhang met output en activiteiten”.

De Raad vraagt de regering in de aanhef te verduidelijken waarvan de samenhang in deze wordt weergegeven.

Pagina 109

De in het vijfde tekstblok genoemde activiteiten zijn overgenomen uit de tweede tabel op pagina 108, behorende bij de derde outcome.

De Raad vraagt de regering toe te lichten wat de relevantie is van de herhaling van de activiteiten op pagina 109.

Voorgesteld wordt voorts in het voorlaatste tekstblok, de eerste volzin “Het verdere” te vervangen door “Het verder”.

Pagina 110

In de eerste tabel ontbreken de bij de genoemde output behorende indicatoren.

De Raad vraagt de regering de tabel te vervolledigen.

Met betrekking tot de aanhef van het voorlaatste tekstblok, “Samenhang met de centrale thema’s en impacts” wordt de regering gevraagd aan te geven waarvan de samenhang wordt besproken.

Pagina 111

Met betrekking tot de aanhef van het tweede tekstblok, “Samenhang met output en activiteiten”, wordt de regering gevraagd aan te geven waarvan de samenhang wordt weergegeven.

De aanhef van het vierde en vijfde tekstblok te weten “Risico’s” en “Activiteiten” behoeven meer uitbreiding c.q. verduidelijking waarop deze betrekking hebben.

Voorgesteld wordt laatstgenoemde pagina op dit punt aan te passen.

8°. Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport

Pagina 131

Voorgesteld wordt om in de eerste volzin “21ste Eeuwes” te vervangen door “21ste eeuwse”.

9°. Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur

Pagina 175

Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok, tweede volzin, “de alleen” te vervangen door “alleen de’.

Pagina 176

Voorgesteld wordt in het voorlaatste tekstblok “VIC” te vervangen door “Volksgezondheid Instituut Curaçao”.

Pagina’s 177 en 179

Het vierde tekstblok wordt op pagina 179, tweede tekstblok, herhaald. Voorgesteld wordt de Algemene Beschouwingen op dit punt aan te passen.

10°. Ministerie van Financiën

Pagina 188

Uit de tabel op deze pagina blijkt dat de doelen bij de volgende organisatie-eenheden niet zijn ingevuld: 04 Stichting Belasting Accountants Bureau (BAB), 06 Inspectie der Belastingen en 07 Landsontvanger.

Voorgesteld wordt voornoemde tabel aan te vullen.

Pagina 191

In de tabel op deze pagina staat “Apparaatskosten” op plaatsen waar bedragen horen te staan.

Voorgesteld wordt in de bedoelde gevallen “Apparaatskosten” telkens te vervangen door bedragen.

Voorgesteld wordt voorts in de tabel, de nummering in de eerste kolom aan te passen.

Pagina 192

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok, in de eerste volzin “de investeringsklimaat” aan te passen in “het investeringsklimaat”.

Pagina 193

Voorgesteld wordt in de eerste tabel op deze pagina, in de tweede kolom - de tweede rij “Grote van” te vervangen door “Grootte van”.

Voorts wordt geadviseerd in de tweede tabel op deze pagina, in de kolommen voor de jaren 2018 tot en met 2021 “Apparaatskosten” telkens te vervangen door bedragen.

Pagina 199

Voorgesteld wordt in de titel van de tweede tabel op deze pagina “overhead” te vervangen door “overheid”. Voorts wordt voorgesteld in dezelfde tabel, in de rij van het instrument 4.2.1, het woord “Apparaatskosten” telkens te vervangen door bedragen.

Pagina 201

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok, de derde volzin, het punt achter “de dienstverlener” weg te laten en de puntkomma achter “spelregels zijn” te vervangen door een komma. 

De Nota van Financiën

Pagina 3

De Raad vraagt de regering de tekst onder de kop “Recapitulatie” aan te passen aangezien er geen mutaties op de totaalbedragen zijn en voorts om – als gevolg van het laatste - tabel 1 op deze pagina achterwege te laten.

Pagina 4

Voorgesteld wordt in (de enige zin van) de tweede alinea, achter “veranderen niet” het woord “in” of “volgens” in te voegen. Voorts wordt voorgesteld in (de enige zin in) de vierde alinea “in de de eerste” aan te passen in “in de eerste”.

 

[1] Brief d.d. 17 november 2017 (met kenmerk 2017/044333) van de Minister van Financiën aan alle organisatieonderdelen van de ministeries