Adviezen

RvA no. RA/15-17-LV

Uitgebracht op : 22/08/2017
Publicatie datum: 01/06/2018

Ontwerplandsverordening houdende wijziging van de Bekendmakingsverordening
(zaaknummer 2016/025855)

Advies:  Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 23 mei 2017 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 21 augustus 2017, bericht de Raad u als volgt.

Bovenstaand adviesverzoek heeft betrekking op zowel de onderhavige ontwerplandsverordening tot wijziging van de Bekendmakingsverordening (hierna: het ontwerp) als het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 4, tweede en derde lid, 6A, eerste en derde lid, en 12, van de Bekendmakingsverordening (Landsbesluit bekendmaking wettelijke regelingen en instelling van het Centraal Register van wettelijke regelingen) (zaaknummer 2016/025855) (RvA no. RA/15A-17-LB). Over genoemd ontwerplandsbesluit zal de Raad de regering separaat adviseren.

Algemeen

De financiële gevolgen van het ontwerp

De kosten voor hosting en onderhoud van de betreffende website

Volgens de bij het ontwerp behorende memorie van toelichting (hierna: memorie van toelichting) maakt de overheid jaarlijks gemiddeld NAf 221.000,- aan kosten voor de uitgifte van Publicatiebladen en de Curaçaosche Courant. De overstap naar het elektronisch uitgeven van het Publicatieblad en de Landscourant vergt een kleine investering maar zal de kosten aanzienlijk verminderen. Verdere ontwikkeling van de betreffende website zal maandelijks kosten met zich meebrengen bestaande uit een bedrag voor hosting en onderhoud van de website. Deze komen ten laste van de post: 4372 Onderhoud kantooruitrusting van de UO (110312) Wetgeving en Juridische Zaken.[1]

De Raad adviseert de regering de bedragen behorende bij de kosten voor hosting en onderhoud van de website in de financiële paragraaf van de memorie van toelichting te vermelden, zodat duidelijk is welk bedrag ten laste komt van voornoemde begrotingspost.

De huidige drukker van Publicatiebladen

In de brief van de Sectordirecteur Financieel Beleid en Begrotingsbeheer van het Ministerie van Financiën (hierna: Sectordirecteur) d.d. 4 oktober 2016, no. 2016/025855, aan de Minister van Financiën staat dat de hostingskosten NAf 228,- per maand zullen bedragen en dat het voornemen bestaat een overeenkomst te sluiten met de webbeheerder van wetten.nl, hetgeen een eenmalige investering van € 20.000,- inhoudt en een jaarlijkse van € 10.000,-.

Verder is het de verwachting dat met de inwerkingtreding van het ontwerp een besparing wordt bereikt van meer dan NAf 175.000,-, omdat de kosten voor het drukken en uitgeven van de Curaçaosche Courant komen te vervallen. In genoemde brief van de Sectordirecteur wordt ook gewezen op het besluit van de Raad van Ministers d.d. 11 februari 2015, om te onderhandelen met de drukkerij “De Curaçaosche Courant N.V.” over een retainersovereenkomst. Mocht deze gesloten worden, dan komt bedoelde kostenbesparing te vervallen. Alsdan dient in een budgetneutrale dekking van de kosten die zijn verbonden aan het ontwerp te worden voorzien. Geschat wordt dat deze kosten NAf 114.000,- zullen bedragen voor de eerste drie jaren.

De Raad adviseert de regering op het bovenstaande in te gaan in de financiële paragraaf van de memorie van toelichting.

Voorlichting

In een goed functionerende rechtsorde is het belangrijk dat algemeen verbindende voorschriften toegankelijk en kenbaar zijn. Burgers en bedrijven zullen ruim vóór de inwerkingtreding van de onderhavige landsverordening moeten worden geïnformeerd over de nieuwe vorm van bekendmaking van deze voorschriften.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting toe te lichten op welke wijze in de voorlichting over het ontwerp wordt voorzien en indien daar kosten aan verbonden zijn deze in de financiële paragraaf te vermelden.

II.   Inhoudelijke opmerkingen

Het ontwerp

Artikel I, onderdeel A (artikel 1)

Op grond van het in artikel I, onderdeel A, van het ontwerp nieuw voorgestelde artikel 1, tweede lid, worden het Publicatieblad en de Landscourant (de vml. Curaçaosche Courant) van de ene op de andere dag niet meer in gedrukte vorm maar elektronisch uitgegeven.

Tegen die achtergrond is het aan te bevelen een overgangsregeling te treffen met ingang van de periode van het digitaal uitgeven van het Publicatieblad en de Landscourant. De overgangsregeling zou kunnen inhouden dat de gedrukte versie van het Publicatieblad en de Landscourant gedurende een bepaalde periode nog verkrijgbaar zal zijn.

De Raad adviseert de regering aandacht te besteden aan het bovenstaande.

Artikel I, onderdeel C (artikel 4)

1°. Delegatie

In het nieuw voorgestelde tweede en derde lid van artikel 4 is delegatie naar een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voorzien. Daarbij is de mogelijkheid opgenomen tot subdelegatie naar een ministeriële regeling met algemene werking voor het gehele onderwerp, hoewel aanwijzing 19 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: Aanwijzingen) voor het delegeren van regelgevende bevoegdheid aan een minister voorwaarden verbindt.

Onder verwijzing naar aanwijzing 19 van de Aanwijzingen adviseert de Raad de regering de in het nieuw voorgestelde artikel 4, tweede en derde lid, gecreëerde mogelijkheid tot subdelegatie naar een ministeriële regeling met algemene werking van het gehele onderwerp, te heroverwegen.

2°. De betrouwbaarheid en de beveiliging van het elektronisch uit te geven Publicatieblad en de Landscourant

Artikel 4, eerste lid, van de Bekendmakingsverordening bepaalt dat de zorg voor de uitgifte van het Publicatieblad en van de Curaçaosche Courant, welke laatste in het ontwerp wordt gewijzigd in “de Landscourant”, bij de Minister van Algemene Zaken berust. In het nieuw voorgestelde artikel 4, tweede, derde en vierde lid, in artikel I, onderdeel C, van het ontwerp, worden nadere regels gesteld voor het elektronisch doen uitgeven van het Publicatieblad en de Landscourant.

Opgemerkt wordt dat in voornoemd artikel 4 niets is opgenomen over te stellen eisen aan de betrouwbaarheid en beveiliging van de elektronische uitgifte van het Publicatieblad en de Landscourant.

De Raad adviseert de regering in artikel I, onderdeel C, van het ontwerp te bepalen dat de Minister van Algemene Zaken zorg draagt voor de betrouwbaarheid en beveiliging van de elektronische uitgifte van het Publicatieblad en de Landscourant. In dat kader kan tevens worden bepaald dat bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, eisen kunnen worden gesteld waaronder technische eisen.

3°. De mogelijkheid tot verkrijging van een gedrukt afschrift van een Publicatieblad of Landscourant

Voor het inzien van een elektronisch uitgegeven Publicatieblad of Landscourant worden geen kosten in rekening gebracht ingevolge het in artikel I, onderdeel C van het ontwerp nieuw voorgestelde vierde lid van artikel 4. Dit betreft alleen het inzien.

Aangezien niet iedereen op Curaçao over de middelen beschikt om elektronisch toegang te verkrijgen tot Publicatiebladen en Landscouranten dient in het ontwerp een voorziening te worden getroffen om een gedrukt afschrift, dus een afschrift op papier, van een Publicatieblad of Landscourant tegen vergoeding van de kosten te kunnen verkrijgen. De instantie waar de gedrukte afschriften kunnen worden verkregen dient daarbij te worden aangewezen. Het aanwijzen van de instantie zou gedelegeerd kunnen worden naar een ministeriële regeling met algemene werking.

De Raad adviseert de regering het ontwerp aan te passen met inachtneming van het bovenstaande.

Artikel I, onderdeel D (artikel 5)

Op grond van artikel 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna: het Statuut), kan Curaçao onderlinge regelingen sluiten met andere landen van het Koninkrijk. Dit is in het verleden gebeurd en de onderlinge regelingen zijn destijds gepubliceerd. Gewezen wordt op onder andere de Samenwerkingsregeling Meteorologische Dienstverlening Aruba en Curaçao (A.B. 2010, no. 113), de Samenwerkingsregeling Scheepvaart Aruba en Curaçao (A.B. 2010, no. 124) en de Onderlinge regeling Ambtelijk Wetgevingsoverleg Koninkrijksrelaties (P.B. 2013, no. 9).

In het nieuw voorgestelde artikel 5, in artikel I, onderdeel D, van het ontwerp is de “onderlinge regeling” echter niet vermeld.

De Raad adviseert de regering in het nieuw voorgestelde artikel 5, tweede lid, in artikel I, onderdeel D, van het ontwerp, ook de onderlinge regeling, bedoeld in artikel 38 van het Statuut, op te nemen. Tevens adviseert de Raad in het ontwerp op te nemen dat de bepaling van voornoemd artikellid ook van toepassing is op andere, niet met name genoemde documenten ten aanzien waarvan wordt besloten dat zij in het Publicatieblad worden bekendgemaakt.

Artikel I, onderdeel F (artikel 6A)

1°. Het ter beschikking stellen van doorlopende teksten

Gelet op het woord “kunnen” in het nieuw voorgestelde artikel 6A, eerste lid, in artikel I, onderdeel F, van het ontwerp, is het niet verplicht de teksten van wettelijke regelingen in de vorm van doorlopende teksten ter beschikking te stellen op de website.

In de memorie van toelichting wordt echter juist benadrukt dat het bij de hand hebben van geactualiseerde wettelijke regelingen van groot belang is voor het publiek.[2] De Raad onderschrijft dit en beveelt aan het beschikbaar stellen van doorlopende teksten op de website verplicht te stellen.

De Raad adviseert de regering het nieuw voorgestelde artikel 6A in artikel I, onderdeel F, van het ontwerp te heroverwegen met inachtneming van het bovenstaande.

2°. De beschikbaarheid van de diverse doorlopende teksten van een regeling

Op grond van het nieuw voorgestelde artikel 6A, derde lid, blijft een op de website geplaatste doorlopende tekst beschikbaar op de website als de regeling na die beschikbaarstelling is ingetrokken. Betrokkenen kunnen dan te allen tijde relatief eenvoudig nagaan wat hun rechtspositie was net vóór de intrekking van de regeling.

Opgemerkt wordt dat een wettelijke regeling vele malen kan worden gewijzigd. Ook de doorlopende tekst van die wettelijke regeling moet dan gewijzigd worden. Het is de vraag of in dat geval alle gewezen doorlopende teksten van die regeling beschikbaar blijven, met dien verstande dat men kan terugzoeken hoe de geconsolideerde tekst van die regeling op een bepaald moment luidde. Voor burgers en bedrijven is het immers van belang om hun rechtspositie op een bepaald moment in het verleden op een gemakkelijke manier te kunnen vaststellen.

De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting aan te vullen met inachtneming van het bovenstaande en indien nodig het ontwerp aan te passen.

De memorie van toelichting

In de memorie van toelichting staat dat er een start is gemaakt met een digitaliseringstraject.[3] De Raad vindt dit een positieve ontwikkeling. In de memorie van toelichting wordt echter niet verder uitgeweid over de bedoeling en reikwijdte van het digitaliseringstraject.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting een nadere toelichting te geven op bedoeld digitaliseringstraject en daarbij aan te geven of in de nabije toekomst ook de memories van toelichting van vastgestelde landsverordeningen digitaal toegankelijk zullen worden gemaakt.

Verordeningen van zelfstandige bestuursorganen en openbare lichamen

Wettelijke regelingen

Op grond van artikel 2, onderdeel i, van de Staatsregeling van Curaçao (hierna: Staatsregeling), zijn de regelingen met algemene werking van openbare lichamen en zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in de artikelen 110 en 111 van de Staatsregeling, wettelijke regelingen van het land Curaçao.

Verordeningen van zelfstandige bestuursorganen

Artikel 111, derde lid, van de Staatsregeling bepaalt dat de afkondiging van verordeningen van een zelfstandig bestuursorgaan geschiedt door plaatsing in het Publicatieblad met vermelding van de datum van uitgifte.

In het ontwerp en de memorie van toelichting is geen voorziening getroffen voor het bekendmaken van deze verordeningen in het Publicatieblad. Het is evenmin geregeld op welke wijze het contact met de betreffende zelfstandige bestuursorganen zal moeten verlopen in verband met de overdracht van de vastgestelde, te publiceren verordeningen van deze bestuursorganen. Dit moet naar het oordeel van de Raad alsnog gebeuren.

De Raad adviseert de regering het ontwerp aan te passen en de memorie van toelichting aan te vullen met inachtneming van het bovenstaande.

Verordeningen van openbare lichamen

Aan de afkondiging van verordeningen van de besturen van openbare lichamen zijn geen eisen gesteld in artikel 110 van de Staatsregeling.

In het belang van de toegankelijkheid en kenbaarheid van wettelijke regelingen, in dit geval verordeningen van besturen van openbare lichamen, adviseert de Raad de regering om na te gaan op welke wijze deze verordeningen kunnen worden bekendgemaakt.

Ten overvloede

De term “ministeriële beschikking met algemene werking”

In artikel 5, tweede en derde lid, van de Bekendmakingsverordening komt de term “ministeriële beschikking met algemene werking” voor. Deze term kwam voor in artikel 2, onderdeel h, van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen. In voornoemd artikel 2 stond een opsomming van de geldende wettelijke regelingen van het voormalige land de Nederlandse Antillen.

In de Staatsregeling van Curaçao komt deze term echter niet voor. In artikel 2, onderdeel h, van de Staatsregeling van Curaçao wordt de ministeriële regeling met algemene werking aangemerkt als een geldende wettelijke regeling in het land Curaçao.

Met inachtneming van het bovenstaande adviseert de Raad de regering de term “ministeriële beschikking met algemene werking” te schrappen uit de Bekendmakingsverordening en deze indien nodig te vervangen.

Het formulier voor bekendmaking van een ministeriële regeling met algemene werking

In het formulier van bekendmaking van een ministeriële regeling met algemene werking in artikel 9 van de Bekendmakingsverordening ontbreekt de uitdrukking “Gelet op”. Deze uitdrukking verwijst naar de hogere regeling waarop de regelgevende bevoegdheid van de minister is gebaseerd.

De Raad adviseert de regering in artikel 9 van de Bekendmakingsverordening tussen “Overwegende:” en “Heeft besloten” in te voegen “Gelet op:”.

III. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening niet bij de Staten in te dienen dan nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

Willemstad, 22 augustus 2017

de Ondervoorzitter,                                                     de Secretaris,

___________________                                              _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                                mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/15-17-LV

Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

Het ontwerp

De considerans

Voorgesteld wordt:

1°. na “In overweging genomen hebbende:” een blanco-regel in te voegen;

2°. in het tweede tekstblok het woord “elektronisch” in te voegen tussen “het” en “uitgeven”;

3°. in de overwegingen tevens op te nemen dat het wenselijk is de Bekendmakingsverordening te wijzigen.

Artikel I, onderdeel B

Onder verwijzing naar de zinsnede “de Landscourant” in de onderdelen A, C en D, van artikel I van het ontwerp, wordt voorgesteld in artikel I, onderdeel B, van het ontwerp “De Landscourant” te vervangen door “de Landscourant” en “12” door “12, onderdeel d”.

Artikel I, onderdeel C

Voorgesteld wordt in het nieuwe artikel 4:

1°. in het tweede lid, met verwijzing naar aanwijzing 24 van de Aanwijzingen, het woord “regels” te vervangen door “nadere regels”;

2°. in het tweede lid na “uitgaven” het woord “elektronisch” in te voegen;

3°. in het derde lid “in de Landscourant” te vervangen door “en de Landscourant”.

Artikel I, onderdeel D

Voorgesteld wordt in het nieuw voorgestelde artikel 5:

1°. in het tweede lid “Koninklijke Besluiten” te vervangen door “koninklijke besluiten”;

2°. in het derde lid, na “en het landsbesluit” in te voegen de zinsnede “, bedoeld in het tweede lid,”, en “het besluit” te vervangen door “het landsbesluit”.

Artikel I, onderdeel G

Voorgesteld wordt “G. Artikel 11, komt te luiden:” te vervangen door “G. Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:” en in het nieuw voorgestelde artikel 11, tweede lid, het woord “uitgegeven” te vervangen door “bekendgemaakt”.

Artikel I, onderdeel H

Voorgesteld wordt in het nieuw voorgestelde artikel 12, onderdeel c, na de zinsnede “landsbesluiten, houdende algemene maatregelen,” te schrappen “landsbesluiten,”.

Artikel I, onderdeel I

Voorgesteld wordt artikel 13 als volgt te doen luiden: “De aanduiding “I.” en het woord “en” worden geschrapt.”

Artikel III

Onder verwijzing naar aanwijzing 142 van de Aanwijzingen wordt voorgesteld de tekst in artikel III te vervangen door “De artikelen van deze landsverordening treden in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.”

De memorie van toelichting

Algemeen

Voorgesteld wordt:

1°. de pagina’s van de memorie van toelichting van een eigen nummering te voorzien;

2°. in onderdeel “I. Algemeen” de zinsnede “onderhavige landsverordening” te vervangen door “onderhavige ontwerplandsverordening” aangezien het voorgestelde in het ontwerp aan de goedkeuring van de Staten is onderworpen.

 Pagina 5

Voorgesteld wordt:

1°. in het eerste tekstblok in onderdeel “1. Algemeen” in de tweede volzin de zinsnede “en is voornemer” te vervangen door “en is voornemens”;

2°. in het tweede tekstblok in onderdeel “1. Algemeen” in de eerste volzin aan te geven wat elektronisch wordt uitgegeven en in de laatste volzin “Met onderhavige Landsverordening” te vervangen door “Met de onderhavige landsverordening”. Verder wordt voorgesteld nader toe te lichten wat met “hetzelfde niveau” wordt bedoeld;

3°. in het derde tekstblok in onderdeel “1. Algemeen” aan te geven waarom de effectiviteit van de overheid wordt vergroot en de rechtszekerheid wordt versterkt en “Effectiviteit” te vervangen door “De effectiviteit”;

4°. in het vierde tekstblok in onderdeel “1. Algemeen” in de laatste volzin te verduidelijken op welke ontwikkeling wordt gedoeld;

5°. in het vijfde tekstblok in onderdeel “1. Algemeen” de zinsnede “Digitale informatie is vlotter in de omgang” te vervangen door “Digitale informatie is doorgaans onbeperkt en op veel plaatsen bereikbaar”.

Pagina 6

Voorgesteld wordt:

1°. in de tweede zin in het eerste tekstblok na “Wetgeving en Juridische Zaken” in te voegen “van het Ministerie van Algemene Zaken (WJZ)”;

2°. in het laatste tekstblok de derde volzin te vervangen door “De meest passende benaming is dan de Landscourant, gelijk Aruba en Sint Maarten het van landswege uitgegeven blad hebben aangeduid.”;

3°. in het laatste tekstblok de vierde volzin te vervangen door “Met de nieuwe benaming wordt het elektronisch uit te geven blad onderscheiden van het gedrukte uitgegeven blad.”

Pagina 7

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok in de vierde volzin “inzien in” te vervangen door “inzien van” en in het laatste tekstblok “het voorgestelde zin” door “de voorgestelde zin”.

 

[1] Memorie van toelichting, pagina’s 5, laatste tekstblok en 6, eerste tekstblok.

[2] Memorie van toelichting, pagina 7, de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel F.

[3] Memorie van toelichting, pagina 5, laatste tekstblok.