Adviezen

RvA no. RA/28-19-AMvRb

Uitgebracht op : 12/09/2019
Publicatie datum: 06/01/2020

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2020
(zaaknummer 2019/028500)

Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 15 augustus 2019 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan bericht de Raad u als volgt.

  1.  Algemeen
     
    Financiële gevolgen voor het Land en de burgers
    Het doel van het onderhavige ontwerp van een algemene maatregel van rijksbestuur (hierna: het ontwerp) is het indexeren van paspoorttarieven op grond van een inflatiecorrectie. Naast deze wijziging worden de tarieven in andere valuta dan de Euro gewijzigd in verband met de gehanteerde administratiekoersen, gecombineerd met een afrondingsmaatregel voor tarieven in Nederlands-Antilliaanse guldens en Arubaanse guldens.[1]
    Uit de brief van de Directeur a.i. van Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Algemene Zaken (hierna: WJZ) d.d. 29 juli 2019, met kenmerk WJZ 19/0327, volgt dat de bedoelde wijziging regulier beleid betreft en zodoende niet op bezwaren zal stuiten zijdens WJZ en Publieke Zaken van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening.
     
    Uit het ontwerp, de toelichting daarop en de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken is niet gebleken dat er met betrekking tot het ontwerp advies is gevraagd van het Ministerie van Financiën. Mede gezien de precaire overheidsfinanciën  is de Raad van oordeel dat het inwinnen van een advies van het Ministerie van Financiën in deze noodzakelijk is. Immers zal, indien de kosten voor het vervaardigen van paspoorten niet volledig doorberekend zouden worden aan de burger c.q. aanvrager, het Land het verschil ten behoeve van de afdracht aan het Rijk moeten bekostigen. Tevens zal vastgesteld moeten worden hoe deze kosten gedekt zullen worden.
    Een ontwerplandsverordening houdende wijziging van de Eilandsverordening leges, precariorechten en retributies Curaçao 1992 (leges paspoorten).

(Zittingsjaar 2014-2015-064) (hierna: ontwerplandsverordening) is op 16 december 2014 aan de Staten aangeboden. Deze ontwerplandsverordening strekt ertoe, in verband met de verlenging van de geldigheidsduur van paspoorten, bedoeld in artikel 9 van de Paspoortwet, de leges verschuldigd voor de afgifte van paspoorten te verhogen. De omvang van de financiële gevolgen voor het Land is afhankelijk van de mate waarin de in het ontwerp opgenomen afdracht aan het Rijk aan de aanvrager van een paspoort bij landsverordening (Eilandsverordening leges, precariorechten en retributies Curaçao 1992) zal worden doorberekend. Geconstateerd wordt dat het in de ontwerplandsverordening vastgestelde bedrag aan leges niet de maximumtarieven die Curaçao mag heffen overschrijdt. Hoewel de behandeling van de  ontwerplandsverordening  bij de Staten in een vergevorderd stadium is, valt thans door de Raad niet met zekerheid te zeggen dat in de ontwerplandsverordening geen wijziging van bedragen van met name de af te dragen gelden aan het Rijk zal optreden.

Gezien het bovenstaande adviseert de Raad de regering advies van het Ministerie van Financiën in te winnen en dit ministerie te verzoeken in ieder geval in te gaan op de gevolgen van de verhoging van de paspoorttarieven, zoals voorgesteld in het ontwerp, voor het Land en ook voor de financiële positie van de burger c.q. aanvrager. Tevens dient aangegeven te worden of er in de ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2020 en de meerjarenbegroting rekening is gehouden met de afdracht van paspoortgelden aan het Rijk.   

  1. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard
     
    Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.
     
    Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging in te stemmen met het ontwerpbesluit, nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.
     
     Willemstad, 12 september 2019
      
    de Ondervoorzitter,                                                     de Secretaris,
     
     
    ___________________                                               ______________________
    mevr. mr. L. M. Dindial                                                mevr. mr. C. M. Raphaëla
     
     

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/28-19-AMvRb

Artikel I

Voorgesteld wordt om in de tabel, onder kolom A, bij nummer 2, in kolom E het cijfer “2” op te laten nemen.

 

[1] Zie de inleiding van paragraaf  “2. Toelichting op tariefswijzigingen” van de nota van toelichting (pagina 1).