Adviezen

RvA no. RA/34-18-LV

Uitgebracht op : 01/11/2018
Publicatie datum: 12/02/2020

Ontwerplandsverordening houdende vaststelling van de Jaarrekening van Curaçao voor het dienstjaar 2015
(zaaknummer 2018/043283)

Advies: Met verwijzing naar uw spoed adviesverzoek d.d. 2 oktober 2018 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp, dat de Raad op 5 oktober 2018 heeft ontvangen, en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 1 november 2018, bericht de Raad u als volgt.

      I.    Algemeen 

  1. Procedureel
  2. Artikel 51, tweede lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010

Artikel 51, tweede lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 (hierna: Lvc 2010) bepaalt dat bij een ontwerplandsverordening tot vaststelling van een jaarrekening worden gevoegd:

  • een accountantsverklaring en het daarbij behorende verslag van de accountant van het Land, de Stichting Overheidsaccountantsbureau (hierna: SOAB);
  • het door de Algemene Rekenkamer Curaçao (hierna: Rekenkamer) uitgebrachte rapport van haar bevindingen met betrekking tot de jaarrekening.

De bevindingen van de SOAB en de Rekenkamer met betrekking tot een jaarrekening zijn van cruciaal belang voor een gedegen beoordeling van die jaarrekening en voor de verantwoording die aan de Staten wordt afgelegd met het indienen daarvan.

  1. De controleverklaring en het accountantsverslag van de SOAB
    Bij brief d.d. 10 november 2016, kenmerk 16/0921C/JH, heeft de SOAB de controleverklaring[1] (hierna: Controleverklaring SOAB) bij de Jaarrekening van Curaçao voor het dienstjaar 2015 (hierna: Jaarrekening 2015) aan de Minister van Financiën (hierna: Minister) aangeboden.
    Het accountantsverslag naar aanleiding van de controle van de Jaarrekening 2015 (hierna: Verslag SOAB) is aan de Minister aangeboden d.d. 8 november 2016 (kenmerk 16/0926C/JH).

De Controleverklaring SOAB en het Verslag SOAB zijn bij de toelichting op de Jaarrekening 2015 gevoegd.

Naar het oordeel van de SOAB geeft de Jaarrekening 2015 geen getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van het Land per 31 december 2015 en van het resultaat over de periode 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015. De SOAB is tevens van oordeel dat de in de Jaarrekening 2015 verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2015 niet voldoen aan alle eisen van financiële rechtmatigheid.[2] De SOAB geeft de Jaarrekening 2015 om die redenen een afkeurend oordeel ten aanzien van zowel de getrouwe weergave als de financiële rechtmatigheid.[3]

Bovenvermeld oordeel van de SOAB wordt in de Controleverklaring SOAB en het Verslag SOAB onderbouwd aan de hand van een overzicht van geconstateerde afwijkingen en onzekerheden.

  1. Het verslag van bevindingen van de Rekenkamer

Volgens de memorie van toelichting op de Jaarrekening 2015 (hierna: memorie van toelichting) is de Jaarrekening 2015 d.d. 29 augustus 2016 aan de Rekenkamer aangeboden.[4] Ingevolge artikel 50, derde lid, van de Lvc 2010 dient de Rekenkamer na uiterlijk anderhalve maand nadat hij een afschrift van het Verslag SOAB heeft ontvangen een verslag van bevindingen uit te brengen. De Rekenkamer geeft in zijn verslag van bevindingen informatie aan de Staten over onder meer de controle van die jaarrekening door de SOAB, het financieel beheer en over bijzonderheden betreffende de rechtmatigheid van de uitgaven.

Het verslag van bevindingen van de Rekenkamer over de Jaarrekening 2015 is echter niet bij het ontwerp gevoegd aangezien de Minister dit verslag nog niet heeft ontvangen.[5]

Hoewel het dossier met betrekking tot dit adviesverzoek niet volledig is vanwege het ontbreken van voornoemd verslag van de Rekenkamer, zal de Raad, mede gelet op artikel 51, derde lid, van de Lvc 2010, toch advies uitbrengen aan de regering. Op grond van laatstgenoemd artikellid is de regering na het verstrijken van bovengenoemde termijn van anderhalve maand niet gehouden om op het verslag van bevindingen van de Rekenkamer te wachten om het traject van totstandkoming van de jaarrekening te vervolgen.

Voor een eventuele oorzaak van het tot nog toe uitblijven van het verslag van de Rekenkamer verwijst de Raad naar het hierna volgende onderdeel d van zijn advies.

De Raad vraagt de regering hem het verslag van bevindingen van de Rekenkamer toe te sturen nadat de regering dit heeft ontvangen. Mocht dit verslag daartoe aanleiding geven dan zal de Raad een aanvullend advies ter zake uitbrengen.

  1. Overschrijding van de termijn waarbinnen de Jaarrekening 2015 bij de Staten moet zijn ingediend conform artikel 51, eerste lid, van de Lvc 2010

Ervan uitgaande dat de Minister de Jaarrekening 2015 reeds op 29 augustus 2016 aan de SOAB en de Rekenkamer voor controle heeft gezonden, moet worden geconcludeerd dat de termijn waarbinnen de landsverordening tot goedkeuring van de Jaarrekening 2015 moest zijn vastgesteld ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Lvc 2010, opnieuw ruimschoots is overschreden. In de memorie van toelichting wordt hierop eveneens gewezen.[6]

Al eerder, bijvoorbeeld in het advies van de Raad over de vaststelling van de Jaarrekening van Curaçao voor het dienstjaar 2014 (hierna: Jaarrekening 2014)[7], heeft de Raad geconstateerd dat de termijn voor de indiening van de jaarrekening bij de Staten steeds wordt overschreden. Aan de termijnoverschrijding met betrekking tot de Jaarrekening 2014 bleken diverse oorzaken ten grondslag te liggen. Volgens de SOAB en de Rekenkamer is de voornaamste oorzaak de staat van het financieel beheer, hetgeen belemmerend werkte op de controle van en het onderzoek naar deze jaarrekening. Daarbij constateerde de Raad ook dat de communicatie tussen de diverse actoren in dit verband verbeterd moet worden en adviseerde de regering, met een beroep op artikel 2 van de Lvc 2010, een projectorganisatie “jaarrekening controle” op te zetten met het oog op een betere samenwerking en communicatie ter zake.[8]

De Raad sluit niet uit dat ook thans de staat van het financieel beheer een oorzaak zou kunnen zijn voor het overschrijden van de termijn voor het uitbrengen van de verslagen van de SOAB en de Rekenkamer in combinatie met een niet optimale communicatie tussen voornoemde controlerende instanties en het Ministerie van Financiën.

De Raad adviseert de regering met voortvarendheid het nodige te doen teneinde op korte termijn een jaarrekening met een goedkeurende accountantsverklaring tijdig vast te kunnen stellen. In dit kader verwijst de Raad naar onderdeel 2, onder a en onderdeel 3, onder a. 2°van dit advies.

  1. De kwaliteit van de Jaarrekening 2015 

a.   Jaarrekening 2014 versus Jaarrekening 2015

Ten aanzien van de Jaarrekening 2014 gaf de SOAB met betrekking tot de getrouwheid een oordeelonthouding en met betrekking tot de financiële rechtmatigheid, een afkeurend oordeel. Thans heeft de SOAB met betrekking tot de Jaarrekening 2015 een afkeurende verklaring gegeven ten aanzien van zowel de getrouwheid als de financiële rechtmatigheid.

Met het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (hierna: Cft) is, zoals uit het persbericht d.d. 17 oktober 2018 blijkt, onlangs door de regering afgesproken om de jaarrekening over het dienstjaar 2021 tijdig en zodanig vast te stellen dat deze van een goedgekeurde accountantsverklaring kan worden voorzien. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is volgens het Cft het op orde brengen en houden van het financieel beheer. Zonder gedegen financieel beheer is een ordentelijk begrotingsproces niet mogelijk. Tegelijkertijd blijkt de kwaliteit van de verantwoording in de Jaarrekening 2015 juist achteruit te zijn gegaan ten opzichte van die over het dienstjaar 2014. Volgens de Raad is de kwaliteit van de financiële verantwoording sterk afhankelijk van de kwalitatieve en kwantitatieve bemensing van de financiële functies op de ministeries, de inrichting van de Administratieve Organisatie/Interne Beheersing (hierna AO/IB), het handelen conform de richtlijnen betreffende de AO/IB en het in acht nemen van de relevante wet- en regelgeving. Een afkeurende verklaring van de accountant met betrekking tot de Jaarrekening 2015 voor zowel de getrouwheid als de financiële rechtmatigheid impliceert grote tekortkomingen op de eerder vermelde vlakken.

Gezien het feit dat het verbeteren c.q. het op orde krijgen en houden van het financieel beheer een proces behelst dat veel tijd in beslag kan nemen, wordt de regering geadviseerd – rekening houdend met het voorop gestelde doel met betrekking tot de jaarrekening over het dienstjaar 2021 - spoedig in samenwerking met de SOAB een helder en haalbaar integraal traject daartoe uit te stippelen en prioriteit te geven aan de facilitering van de in dit verband noodzakelijke voorwaarden.

b.   Doel reacties regering in de memorie van toelichting

In de memorie van toelichting wordt door de regering ingegaan op diverse opmerkingen van de SOAB waarbij het onduidelijk is of deze reacties hebben kunnen leiden tot aanpassingen bij de door de SOAB gemaakte opmerkingen en gevelde oordelen. In dit verband wenst de Raad op te merken dat terwijl de regering in de memorie van toelichting bij diverse onderwerpen probeert te staven dat constateringen en aangemerkte onzekerheden door de SOAB niet correct zouden zijn, de diverse discussies niet worden afgerond met een concluderend besluit, waardoor de divergerende standpunten intact blijven.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting hierop in te gaan en tevens in de toekomst dergelijke niet afgeronde discussies in de memorie van toelichting te trachten te vermijden door betere afstemming met de SOAB.

3. Beïnvloedingsfactoren kwaliteit van de financiële verantwoording

Uit de bij het adviesverzoek gevoegde stukken kan de Raad verschillende factoren afleiden die de kwaliteit van de financiële verantwoording door de regering door middel van de Jaarrekening 2015 mede hebben beïnvloed. Deze factoren zijn of hangen samen met het volgende.

  1. Oorzaken afkeurende verklaring

De meest aangehaalde redenen door de SOAB voor het geven van de afkeurende verklaring voor de Jaarrekening 2015 zijn het ontbreken of niet ontvangen van de onderliggende documenten en significante tekortkomingen in de AO/IB. Hierop wenst de Raad nader in te gaan hieronder.

1°. Factoren die samenhangen met het ontbreken van de onderliggende documenten 

-     De regering is niet in staat de informatie uit de financiële administratie te destilleren.

Indien de regering de gewenste informatie niet heeft kunnen aanleveren vanwege het ontbreken van de onderliggende documenten, ligt het volgens de Raad in de lijn der verwachting dat de regering in dat geval middels een plan van aanpak aangeeft welke acties ondernomen zullen worden en op welke termijn de benodigde informatie beschikbaar zal komen. De Raad mist de verwachte werkwijze echter.

De regering wordt geadviseerd – zoals reeds eerder geadviseerd[9] - in dergelijke gevallen de hierboven voorgestelde werkwijze in acht te nemen in plaats van een reactie te geven waaruit niet blijkt dat de tekortkoming in de toekomst zal worden geëlimineerd.

 -     Onvolledig overgedragen dossiers door het voormalige eilandgebied Curaçao

Als gevolg van de onvolledige dossiers overgedragen door het voormalige eilandgebied Curaçao in het kader van de staatkundige vernieuwingen vinden jaarlijks dezelfde discussies plaats tussen de SOAB en de regering over met name leningen en materiële vaste activa, zonder dat er zicht is op een uitkomst.

De regering wordt geadviseerd met de SOAB een werkbare modus overeen te komen opdat deze discussie in het traject van voorbereiding van de volgende jaarrekening kan worden afgerond.

 -     Gevolgen van de boedelscheiding

In de managementsamenvatting van het Verslag SOAB geeft deze aan dat hard wordt gewerkt aan het wegwerken van diverse onzekerheden in hun controle door middel van verdere afronding van de boedelscheiding van het voormalige land de Nederlandse Antillen. Hierbij wordt de regering geadviseerd in overleg met de SOAB concrete acties te ondernemen teneinde onzekerheden die zich jaarlijks manifesteren op de balans van het land Curaçao voortvloeiende uit de boedelscheiding van het voormalige land de Nederlandse Antillen, in de volgende jaarrekening te minimaliseren.

 -     Het opvragen van informatie bij overige ministeries

Uit de memorie van toelichting is te concluderen dat het Ministerie van Financiën in bepaalde gevallen niet op de hoogte is van de informatiebehoefte bij de SOAB en de informatieverstrekking door de overige ministeries. Dit leidt ertoe dat de SOAB in die gevallen uiteindelijk de benodigde informatie niet krijgt opgestuurd.

In dit verband wordt de regering geadviseerd het instellen van een centraal coördinatiepunt in overweging te nemen (bij het Ministerie van Financiën) voor gecentraliseerde communicatie met de SOAB en informatieverstrekking aan de SOAB.

2°.  Significante tekortkomingen in AO/IB

Zoals uit de memorie van toelichting blijkt, zijn – in samenwerking met de SOAB - trajecten lopende ter verbetering van het financieel beheer en ter verbetering van de financiële administratie. Met betrekking tot de tekortkomingen op het vlak van AO/IB in de Jaarrekening 2015 adviseert de Raad de regering te inventariseren, welke tekortkomingen opgevangen zullen worden met de trajecten – gericht op de verbetering van het financieel beheer en de financiële administratie - die reeds in uitvoering zijn en welke additionele trajecten noodzakelijk zijn om de in de Jaarrekening 2015 door de SOAB geconstateerde euvels op dit gebied weg te werken. Voorts wordt geadviseerd een matrix op te stellen van de bestaande tekortkomingen met betrekking tot AO/IB, samen met de bijbehorende noodzakelijk te ondernemen acties in dit verband en de termijnen waarbinnen effecten te verwachten zullen zijn.  

b.   Communicatiekloof

Volgens de Raad is de relatie tussen de gecontroleerde en de controleur een cruciale factor bij de totstandkoming van een jaarrekening.

Uit de memorie van toelichting constateert de Raad echter dat de communicatie tussen de regering en de SOAB niet optimaal verloopt. In tal van gevallen had volgens de Raad een betere communicatie kunnen bijdragen tot meer zekerheid ten aanzien van de jaarrekening. Voorbeelden hiervan zijn redeneringen die de regering in de Jaarrekening 2015 volgt zonder daarover met de SOAB te hebben gecommuniceerd. Zo gaat de regering er soms van uit dat bepaalde informatie uit de beschikbare gegevens af te leiden is terwijl de SOAB wellicht anders redeneert en niet tot die zelfde conclusie komt. In zulke gevallen leidt de – van de regering - afwijkende redenering door de SOAB tot (meer) onzekerheden in de Jaarrekening 2015. Volgens de regering zou de SOAB onder andere weleens bedragen eigendunkelijk hebben ingevoerd en op basis daarvan conclusies hebben getrokken en zich niet gehouden hebben aan eerder gemaakte afspraken en daardoor hun eerder gemaakte opmerkingen hebben gehandhaafd. Dit duidelijk gebrek aan communicatie draagt niet bij tot een beter inzicht in de financiële verantwoording door de regering. De Raad vermoedt dat de intenties bij beide partijen tekort schieten om zaken in overleg - met het principe van hoor en wederhoor - te verhelderen, welke de beoordeling van de Jaarrekening 2015 niet ten goede komt. De Raad acht een soepele communicatie en samenwerking tussen de regering en de SOAB imperatief. De bestaande communicatiekloof is een obstakel waardoor de samenwerking niet optimaal is.

De regering wordt geadviseerd met spoed te werken aan het optimaliseren van de communicatie en de relatie met de SOAB te herstellen, eventueel middels tijdelijke inschakeling van een mediator.

c.  Beschikbare personeelscapaciteit bij de overheid

Uit de memorie van toelichting constateert de Raad dat de regering er in bepaalde gevallen voor kiest om naar aanleiding van bepaalde opmerkingen van de SOAB, te zwijgen of eerdere reacties te herhalen die de kwaliteit van de financiële verantwoording niet ten goede komen. Gelet op dergelijke situaties en het uitblijven van verbeteringen in de kwaliteit van de Jaarrekening 2015 in vergelijking met de Jaarrekening 2014 rijst bij de Raad de vraag of het overheidsapparaat wellicht specifieke kennis en capaciteit tekort komt waardoor er onvoldoende vooruitgang te bemerken is met betrekking tot het opstellen van een jaarrekening.

De regering wordt geadviseerd het vorenstaande na te gaan en indien nodig, eventueel tijdelijk, de capaciteit met de nodige voortvarendheid uit te breiden.

  1. Het indienen van een ontwerplandsverordening tot vaststelling van een jaarrekening bij de Staten zonder de controleverklaring en het accountantsverslag van de SOAB en/of het verslag van bevindingen van de Rekenkamer
     

In de memorie van toelichting stelt de regering wederom dat zij voornemens is de procedure tot vaststelling van een jaarrekening stipt te volgen en dat bij vertraging bij het uitbrengen van de rapportages van de SOAB en/of de Rekenkamer, de regering de betreffende jaarrekening, conform artikel 51, derde lid, van de Lvc 2010, dus zonder rapportages, bij de Staten zal indienen.[10] 

De Raad onderkent het belang van het tijdig indienen van een jaarrekening en is dan ook van mening dat de enorme termijnoverschrijdingen voor het indienen van een jaarrekening bij de Staten moet worden teruggedrongen. Over het terugdringen van deze termijnoverschrijding verwijst de Raad naar onderdeel I-1d op pagina 2 van dit advies.

De Raad wijst er echter nogmaals [11] op dat het ontbreken van de rapportages van de SOAB en/of de Rekenkamer een kwalitatief ondermaatse jaarrekening met een geringe informatiewaarde tot resultaat kan hebben. Controle door de SOAB kan onder andere leiden tot correcties in een jaarrekening waardoor het getrouwheidsgehalte van die jaarrekening wordt vergroot. Tegelijkertijd onderkent de Raad dat bij een te ruime termijnoverschrijding voor het indienen van bedoelde rapportages, eveneens afbreuk wordt gedaan aan de informatiewaarde van de betreffende jaarrekening omdat de actualiteit dan in het geding is.

Tot slot wijst de Raad de regering erop dat ingeval een jaarrekening zonder bedoelde rapportages bij de Staten wordt ingediend, de indiening conform artikel 51, derde lid, van de Lvc 2010 een mededeling moet bevatten waarin wordt aangegeven wat de oorzaak is van het niet beschikbaar zijn van de rapportages. In de mededeling moet tevens staan binnen welk tijdvak deze rapportages alsnog aan de Staten worden toegezonden. Voorts dient in het vervolgtraject voor de vaststelling van bedoelde jaarrekening artikel 28 van de Landsverordening Algemene Rekenkamer Curaçao in acht te worden genomen.

Om te voorkomen dat een jaarrekening niet beantwoordt aan haar functie als verantwoordingsinstrument omdat deze weinig informatiewaarde heeft, adviseert de Raad de regering een ontwerplandsverordening tot vaststelling van een jaarrekening pas nadat de rapportages van de SOAB en de Rekenkamer beschikbaar zijn bij de Staten in te dienen, en de oorzaken die aan de termijnoverschrijdingen voor het indienen van een jaarrekening ten grondslag liggen, aan te pakken.

II.    Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening bij de Staten in te dienen, nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

 

Willemstad, 1 november 2018

de Ondervoorzitter,                                                     de Secretaris,

____________________                                             _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                                mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/34-18-LV

Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

  1. Het ontwerp
  1. Het formulier van bekendmaking (artikelen 7 en 10 van de Bekendmakingsverordening en aanwijzing 152 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: Awr))

Er wordt hierbij op gewezen dat het ontwerp (no. 2) ná de aanbieding door de Minister (no. 1) moet volgen. Daarbij dient, na artikel 2 van het ontwerp, de Jaarrekening 2015 te volgen, beginnende met de “Inhoudsopgave” op pagina 1 en eindigende met het onderdeel “Stichtingen/Geselecteerde Instellingen” op pagina 166 van de Jaarrekening 2015.

Vervolgens dient het onderschrift van het formulier van bekendmaking inclusief de medeondertekening van de onderhavige landsverordening (vanaf “Gegeven te Willemstad,” tot en met “Uitgegeven de………….De Minister van Algemene Zaken,”) te worden verplaatst ná voornoemd onderdeel “Stichtingen/Geselecteerde Instellingen”.

  1. De considerans

Voorgesteld wordt in de considerans:

  • in de eerste overweging “land” te vervangen door “Land”, en
  • in de tweede overweging “de jaarrekening voor het dienstjaar 2015” te vervangen door “de Jaarrekening voor het dienstjaar 2015”.
  1. De memorie van toelichting
    1. Algemeen
  • Consistentie in de spelling van woorden

In de memorie van toelichting komen de woorden “regering” en “Regering” voor, bijvoorbeeld op pagina’s 14, eerste tekstblok en 15, derde tekstblok. In verband met de consistentie in de spelling van woorden[12] wordt voorgesteld in de memorie van toelichting “Regering” telkens te vervangen door “regering”.

  • Afkortingen

In de memorie van toelichting wordt gebruik gemaakt van afkortingen voor benamingen van organisaties zonder de naam van deze organisaties eerst uit te schrijven zodat duidelijk wordt waar deze afkortingen voor staan. Voorbeelden daarvan zijn:

. pagina 4, derde tekstblok: CUROIL, UTS en RdK;

. pagina 6, derde tekstblok: GMN en SVB;

. pagina 9, derde tekstblok: FKP;

. pagina 10, vierde tekstblok: OWCS;

. pagina 13, eerste tekstblok: CBCS en PWC;

. pagina 16, vierde tekstblok: CTDB.

De Raad adviseert de regering om bij de eerste vermelding van een afkorting eerst aan te geven waar de afkorting voor staat en daarna de afkorting tussen haakjes te vermelden. Voor een voorbeeld verwijst de Raad naar de vermelding van de Stichting Overheidsaccountantsbureau en de Algemene Rekenkamer Curaçao in het eerste tekstblok op pagina 1 van de memorie van toelichting.

    1. Pagina 1

Voorgesteld wordt:

-     in het eerste tekstblok, in de eerste volzin, het woord “Land” tussen “toezicht” en “Curaçao” te schrappen en “College Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten” te vervangen door “College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten”;

-     in het tweede tekstblok, in de eerste volzin, “daarbij behorende” in te voegen tussen “het” en “verslag” en na “Landsverordening comptabiliteit 2010” op te nemen “(hierna: LvC 2010)”;

-     in het derde tekstblok, in de eerste volzin, “in onderdeel b artikel 51” te vervangen door “in onderdeel b van artikel 51, tweede lid, “;

-     in het voorlaatste tekstblok, in de eerste volzin, “Landsverordening comptabiliteit 2010 (hierna LvC 2010)” te vervangen door “LvC 2010”.

    1. Pagina 2

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok, in de eerste volzin, “een maand na het uitbrengen van het verslag van de ARC” te vervangen door “twee maanden na het uitbrengen van het verslag van de ARC”, aangezien de betreffende termijn van een maand ingaande 19 september 2015 is gewijzigd in twee maanden (P.B. 2015, no. 50).

Om dezelfde reden wordt voorgesteld in de tweede kolom van de tabel, in de laatste rij “Binnen 1 maand ná verslag ARC” te vervangen door “Binnen 2 maanden ná verslag ARC”.

Voorgesteld wordt in het tekstblok onder de tabel op pagina 2, in de laatste volzin “artikel 3 lid 5 van de comptabiliteitsverordening 2010” te vervangen door “artikel 3, vijfde lid, van de LvC 2010”.

    1. Pagina 3

Voorgesteld wordt:

  •  in het derde tekstblok van onderaf, in de eerste volzin, “ministerie van Justitie” te vervangen door “Ministerie van Justitie” en het woord “hierop” te schrappen;
  • in het tweede tekstblok van onderaf, in de eerste volzin, “is verantwoord betreft” te vervangen door “zijn verantwoord betreffen”.
    1. Pagina 4

Voorgesteld wordt:

  • in het tweede tekstblok “EGC” te vervangen door “eilandgebied Curaçao (EGC)”;
  • in het vijfde tekstblok de zinsnede “(al jaren staan) vermeld” te vervangen door “(al jaren) staan vermeld”;
  • in het laatste tekstblok, in de laatste volzin, “Land” te vervangen door “land”.
    1. Pagina 5

Voorgesteld wordt:

-     in het eerste tekstblok bij de eerste bullet, in de eerste volzin, “ministerie van Financiën” te vervangen door “Ministerie van Financiën” en in de tweede volzin, “LvC” door “LvC 2010”;

-     in het tweede tekstblok, in de eerste volzin en in het derde tekstblok “ministerie van financiën” te vervangen door “Ministerie van Financiën”;

-     in het derde tekstblok, in de eerste volzin, het woord “de” in te voegen tussen “accountant” en “met”;

-     in het laatste tekstblok, in de tweede volzin, “artikel 30f LvC” te vervangen door “artikel 30, onderdeel f, van de LvC 2010”.

    1. Pagina 6

Voorgesteld wordt:

  • in het tweede tekstblok, in de tweede volzin, “Land Curaçao” te vervangen door “land Curaçao”;
  • in het vierde tekstblok in de derde volzin “konden” te vervangen door “kon”. 
    1. Pagina 7

Voorgesteld wordt:

  • in het voorlaatste tekstblok, in de eerste volzin, het woord “een” in te voegen tussen “de SOAB” en “dergelijke” alsook “Raad van Minister” te vervangen door “Raad van Ministers”, en in de laatste volzin “het door de SOAB gevoerde controle” te vervangen door “de door de SOAB gevoerde controle”;
  • in het laatste tekstblok tweemaal “Land” te vervangen door “land”.
    1. Pagina 8

Voorgesteld wordt:

  • in het eerste tekstblok, in de tweede volzin, “onderkent” te vervangen door “onderkend”;
  • in het tweede tekstblok, in de tweede volzin, “onroerende goederen van het Land Curaçao” te vervangen door “onroerende zaken van het land Curaçao” en in de laatste volzin “Land Curaçao” door “land Curaçao”;
  • in het derde tekstblok, in de tweede volzin, “Eilandgebied Curaçao (EGC)” vervangen door “EGC”, in de derde volzin “het voormalig Land de Nederlandse Antillen” te vervangen door “het voormalige land de Nederlandse Antillen” en in de laatste volzin “onroerende goederen” door “onroerende zaken”;
  • in het laatste tekstblok “zijn opgevraagd” te vervangen door “is opgevraagd”.
    1. Pagina 9

Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok:

- in de tweede volzin van onderaf “naar mening van” te vervangen door “naar de mening van”;

- in de laatste volzin “ovevloede” te vervangen door “overvloede”.

    1. Pagina 10

Voorgesteld wordt:

  • in het derde tekstblok het woord “is” tussen “het bovenstaande” en “een herhaling” te schrappen;
  • in het laatste tekstblok, in de eerste volzin, “beschikbaar zijn” te vervangen door “beschikbaar is”.
    1. Pagina 11

Voorgesteld wordt:

  • in het eerste tekstblok, in de eerste volzin, de afkorting “ONV’s” uit te schrijven, en in de tweede volzin “welke aflossingsschema” te vervangen door “welk aflossingsschema” alsook “bedoeld” te vervangen door “bedoelt”;
  • in het derde tekstblok, in de derde volzin, “zijn overgekomen” te vervangen door “is overgekomen” en in de vierde volzin “ontbreken” te vervangen door “ontbraken”;
  • in het vierde tekstblok, in de tweede volzin, het woord “omtrent” te schrappen;
  • in het laatste tekstblok, in de derde volzin, “artikel 30f LvC” te vervangen door “artikel 30, onderdeel f, van de LvC 2010”.
    1. Pagina 12

Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok, in de laatste volzin, “voor controle zijn opgevraagd” te vervangen door “voor controle is opgevraagd”.

    1. Pagina 13

Voorgesteld wordt:

  • in het eerste tekstblok, in de laatste volzin, tweemaal “Land Curaçao” te vervangen door “land Curaçao”;
  • in het tweede tekstblok, in de tweede volzin, “hebben ontvangen” te vervangen door “heeft ontvangen” en in de derde volzin “met cc aan” door “met een kopie aan”;
  • in verband met de consistentie in de spelling van woorden,[13] in het vierde tekstblok, in de eerste en tweede volzin “ontvanger” te vervangen door “Ontvanger” en in de laatste volzin “Naf” door “NAf”;
  • in het laatste tekstblok “Eilandgebied Curaçao” te vervangen door “EGC”.
    1. Pagina 14

Voorgesteld wordt:

  • in het eerste tekstblok, in de tweede volzin, “Eilandgebied Curaçao” te vervangen door “EGC” en in de laatste volzin “beschikbaar zijn” te vervangen door “beschikbaar is”;
  • in het vierde tekstblok, in de eerste volzin “het” in te voegen tussen “van” en “APC pensioenfonds”, en “over” in te voegen tussen “noch” en “een”.
    1. Pagina 15

Voorgesteld wordt:

- in het vierde tekstblok, in de eerste volzin, het woord “is” in te voegen tussen “reeds” en “gemeld”;

- in het vijfde tekstblok, in de laatste volzin, de zinsnede “ook per 1 januari 2018” te schrappen.  

 

[1] Gedateerd 10 november 2016.

[2] De Controleverklaring SOAB, pagina 1.

[3] Idem als in voetnoot 2.

[4] Memorie van toelichting, pagina 1, eerste tekstblok.

[5] Aanbieding van de Jaarrekening 2015 door de Minister van Financiën d.d. 1 oktober 2018 aan de Gouverneur (zaaknummer 2018/043283), met het verzoek aan de Gouverneur deze jaarrekening voor advies aan de Raad voor te leggen en pagina 2 van de memorie van toelichting.

[6] Memorie van toelichting, pagina 2.

[7] Advies van de Raad d.d. 9 mei 2018, RvA no. RA/15-18-LV (zaaknummer 2018/012074) (hierna: het advies over de Jaarrekening 2014).

[8] Het advies over de Jaarrekening 2014, pagina’s 4, laatste tekstblok en 5, eerste tekstblok.

[9] Het advies d.d. 9 mei 2014 over de Jaarrekening 2014, onderdeel 1 “Verbeterplannen” onder II.  

[10] Memorie van toelichting, pagina 3, eerste tekstblok.

[11] Advies d.d. 9 mei 2018 over de  Jaarrekening 2014, pagina 5, onderdeel d.

[12] Aanwijzing 70, eerste lid, van de Awr met de toelichting daarop (onder b).

[13] Aanwijzing 161, tweede lid, vierde gedachtestreep, van de Awr.