Adviezen

RvA no. RA/10-20-LV

Uitgebracht op : 24/04/2020
Publicatie datum: 08/05/2020

Ontwerplandsverordening tot wijziging van de Landsverordening van de 30ste december 2019 tot vaststelling van de Begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2020 (Eerste Suppletoire begroting 2020)
(zaaknummer 2020/012846)

Advies: Met verwijzing naar uw spoedadviesverzoek d.d. 16 april 2020 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp bericht de Raad u als volgt.     

  1. Algemeen

1. Aanleiding voor wijzigingen in een Eerste Suppletoire begroting 2020

Het ontwerp van de Eerste Suppletoire begroting 2020 (hierna: het ontwerp) is – zoals uit de stukken gevoegd bij het adviesverzoek kan worden opgemaakt - opgesteld naar aanleiding van enerzijds voortschrijdend inzicht en nadere beschikbare realisatiecijfers alsook adviezen van het College financieel toezicht Curaçao en Sint-Maarten (hierna: Cft) en anderzijds de gevolgen van de uitbraak van het COVID-19 virus (hierna: coronavirus). De uitbraak van het coronavirus heeft een diepgaand effect op de economische activiteiten wereldwijd, met name op landen met een kleine open-economie zoals die van Curaçao. De dreiging van dit coronavirus voor de gezondheid van het volk van Curacao heeft de regering genoopt tot het nemen van drastische maatregelen. In dit verband is de regering genoodzaakt geweest de grenzen per 17 maart j.l. te sluiten voor personenverkeer met het buitenland en is tevens per 30 maart j.l. een (gedeeltelijke) nationale “lockdown” afgekondigd. Met de vorenstaande weliswaar zeer noodzakelijke maatregelen is de economie van Curaçao zo goed als lam komen te liggen, met desastreuze gevolgen voor onder andere de werkgelegenheid, bedrijvigheid en overheidsfinanciën. Om te voorkomen dat de toch al te hoge werkloosheid in Curaçao onverantwoord verder toeneemt en vele bedrijven failliet gaan en de reeds jaren zwakke economie verder ontwricht raakt, heeft de regering besloten hiervoor binnen de kaders van de bestaande wet- en regelgeving noodmaatregelen te nemen voor de duur van 3 tot 3,5 maanden (het zogenaamde “Alivio pakket 1 en 2/Noodregeling Overbrugging Werkgelegenheid). De noodmaatregelen behelzen volgens de regering een bedrag van NAf 765,6 miljoen dat uiteraard niet inpasbaar is binnen de Begroting voor het dienstjaar 2020 (hierna: Begroting 2020).

 De cijfermatige wijzigingen in het ontwerp

a.   De gewone dienst

Op de gewone dienst worden op basis van voortschrijdend inzicht, nadere beschikbare relevante realisatiecijfers en adviezen van het Cft, in combinatie met de gevolgen van de sluiting van de grenzen met het buitenland, de inkomsten in het ontwerp verlaagd met NAf 416.996.500. Voorts worden ter financiering van de maatregelen die deel uitmaken van het Alivio 1 + 2-pakket de uitgaven verhoogd met NAf 348.893.100.

Uitgaande van een sluitende gewone dienst in de Begroting 2020 resulteren bovengenoemde voorgestelde wijzigingen in een tekort van NAf 765.889.600 op de gewone dienst.

b.   De kapitaaldienst

Op de kapitaaldienst worden ten opzichte van een sluitende kapitaaldienst in de Begroting 2020 de uitgaven verhoogd met NAf 30 miljoen. Deze verhoging betreft een extra leningscapaciteit in verband met uitvoering van het Groeiakkoord ”Naar hersteld vertrouwen en voor een welvarend Curaçao” (hierna: Groeiakkoord). Het vorenstaande resulteert in een tekort van NAf 30 miljoen op de kapitaaldienst met als gevolg dat er een financieringsbehoefte ontstaat van NAf 795.889.600, zijnde de som van NAf 765.889.600 en NAf 30 miljoen.

Ten aanzien van de gewone dienst kan worden opgemerkt dat met het begrote tekort van NAf 765,9 miljoen de gewone dienst niet voldoet aan de financiële normen, opgenomen in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (hierna: Rft). Echter heeft de raad van ministers van het Koninkrijk (hierna: RMR) op 27 maart j.l. op grond van artikel 25, eerste lid, van de Rft besloten dat Curaçao mag afwijken van artikel 15, eerste lid, van genoemde rijkswet. Dit houdt in dat een tekort op de gewone dienst tijdelijk geoorloofd is.   

 3. Overzicht en Financiering Alivio 1 + 2-pakket

  1. Overzicht Alivio 1 + 2 -pakket

Uit het rapport “Pakket van Sociaal Economische Steunacties - Alivio 1 & 2” (hierna: rapport Alivio 1+ 2) van de door de regering ingestelde Commissie Noodfonds        COVID-19 Curaçao (hierna: Commissie Noodfonds) blijkt dat de regering voornemens is het volgende steunpakket aan te bieden voor de duur van 3 tot 3,5 maanden  aan de door de coronaviruscrisis getroffenen in Curaçao, waarbij in onderstaand overzicht tevens het advies c.q. de reactie van het Cft ten aanzien van de verschillende onderdelen is aangegeven.

Kosten steunmaatregelen (x NAf miljoen)

advies/reactie van Cft

 Alivio-1

 

 

fiscale faciliteiten (inkomstenderving) + uitgaven

33,9

 

Alivio-2

 

 

behoud werkgelegenheid

werknemers

126

versoberen

behoud werkgelegenheid zelfstandigen/zzp’ers

30

versoberen

kredietfaciliteit voor MKB

38

hogere bijdrage private sector

steun ontslagen flexwerknemers en vaste werknemers

20,7

Mist link tussen sociale zekerheid en dit sociaal vangnet

weerbaarheid onderstandtrekkers

20,6

Ziet geen relatie met huidige crisis

overige sociaal-maatschappelijke initiatieven

30

onvoldoende uitgewerkt

(subtotaal

265,3)

 

organisatie, uitvoerings- en auditkosten

26,5

(inmiddels vervallen)

niet uitgewerkt

bijdragen Sociale Verzekeringsbank

54,4

niet uitgewerkt + onvoldoende zicht in liquiditeitspositie SVB

A: totaal

380,1

 

Inkomstenverlagingen (x NAf miljoen)

 

Covid-19 gerelateerd

304,2

acht dit realistisch

niet Covid-19 gerelateerd

81,3

 

 B: totaal

385,5

 

 

  1. Financiering Alivio 1 en 2 pakket
    Uit de cijfers, opgenomen in het bovenstaand overzicht, blijkt dat de totale kosten gemoeid met het Alivio 1 en 2 pakket op NAf 765,6 miljoen uitkomen (de som van de onderdelen A en B). De Nederlandse regering is benaderd met het verzoek om liquiditeitssteun voor het volledige bedrag van NAf 765,6 miljoen. Op basis van het advies van het Cft in dit verband, uitgebracht op 7 april j.l. op verzoek van de RMR, is door de RMR besloten voor zes weken, namelijk voor de maand april en de eerste twee weken mei, NAf 177 miljoen ter beschikking te stellen in de vorm van een renteloze bulletlening met een aflossingstermijn van twee jaar.
    Uitgaande van het bovenstaand overzicht resteert er thans een financieringsgat van NAf 588,6 miljoen. Indien rekening wordt gehouden met de inmiddels vervallen kosten “organisatie, uitvoerings en audit” ad NAf 26,5 miljoen is het financieringsgat NAf 562,1 miljoen.

Naar aanleiding van het vorenstaande wordt de regering gevraagd met dit aanbod van de Nederlandse regering in het ontwerp rekening te houden en aan te geven hoe de financiering van het restantbedrag zal worden afgewikkeld. Indien de afwikkeling van de rest van de financiering rentelasten voor 2020 met zich mee zal brengen – wat niet onwaarschijnlijk is - dienen die verwerkt te worden in het ontwerp met een dekking ervoor.

 Kanttekeningen bij het bovenstaande overzicht

De Raad heeft de volgende kanttekeningen met betrekking tot het bovenstaande overzicht:

-     Uit het ontwerp heeft de Raad niet kunnen opmaken dat er enige versobering heeft plaatsgevonden bij maatregelen die volgens het Cft versoberd moeten worden, noch dat is toegelicht waarom de regering een versobering niet mogelijk en/of wenselijk acht, indien dat het geval is.

-     Bij een aantal maatregelen is door het Cft geconstateerd dat die onvoldoende zijn uitgewerkt en de gehanteerde bedragen onvoldoende zijn onderbouwd.

Ook de Raad constateert dat de onderbouwingen van sommige bedragen te wensen overlaten. Voor wat de onderbouwing van de noodmaatregelen in het ontwerp betreft tracht de Raad die in samenhang met het rapport Alivio 1 + 2 te bezien, echter behoeven enkele maatregelen toch nadere aanscherping in het ontwerp, zoals 1. overige sociaal-maatschappelijke initiatieven ad NAf 30 miljoen en 2. kredietfaciliteit MKB/ZZP-ers ad NAf 38 miljoen.

-     Conform het advies van het Cft richting de regering van Curaçao om mogelijkheden te bekijken teneinde bepaalde kosten uit de eigen begroting te bekostigen, is de Commissie Noodfonds gevraagd die exercitie te doen. De Raad constateert dat de uitkomsten van deze excercitie nog niet in het ontwerp zijn opgenomen.

De Raad vraagt de regering verbeterslagen te maken met betrekking tot de hierbij benadrukte aspecten.

  Visie c.q. beleid

 De Raad constateert dat de integrale visie c.q. het beleid van de regering inzake de omgang met de financiële gevolgen van de coronaviruscrisis, áls die reeds ontwikkeld of bepaald is, niet in het ontwerp tot uiting komt. De steunmaatregelen, zoals voorgesteld door de Commissie Noodfonds, zijn integraal door de regering overgenomen. Echter de financiering van deze steunmaatregelen is uiterst onzeker. De door het Cft in zijn advies van 7 april 2020 op pagina 7, onder punt c, genoemde te maken keuzes in de huidige begroting om financiële ruimte te creëren vindt de Raad in het onderhavige ontwerp niet terug.

De regering wordt geadviseerd deze keuzes alsnog te maken en het resultaat daarvan in het ontwerp tot uiting te brengen, of, indien er goede redenen zijn om dat niet te doen, daar in de memorie van toelichting nader op in te gaan.

 5. Risico’s

a.   De omvang van de werkelijke inkomstenderving

In grote lijnen kan gesteld worden dat de gevolgen van de coronaviruscrisis voor de economie enerzijds veroorzaakt worden door de sluiting van de grenzen met het buitenland en anderzijds door de (gedeeltelijke) nationale “lockdown”. In het ontwerp wordt uitgegaan van een krimp van de economie van 14,9%. Deze prognose is enkel gebaseerd op de gevolgen van de sluiting van de grenzen met het buitenland. De gevolgen van de “lockdown” lijken hier niet meegenomen te zijn. De in het ontwerp neerwaarts aangepaste overheidsinkomsten waarbij rekening is gehouden met de effecten van de coronaviruscrisis zijn danook enkel gestoeld op de sluiting van de grenzen met het buitenland terwijl ook de “lockdown” sowieso een impact zal hebben op de overheidsinkomsten, waarmee vooralsnog geen rekening gehouden is.

Rekening houdend met het vorenstaande wenst de Raad te benadrukken dat de werkelijke inkomstenderving voor de overheid over de betreffende drie maanden veel hoger kan uitvallen dan waarvan uit is gegaan bij de gemaakte ramingen in het ontwerp. Hierdoor is het niet uitgesloten dat de Begroting 2020 binnen korte tijd weer aanpassing zal behoeven en de druk op de overheidsfinanciën verder zal toenemen. 

De Raad adviseert de regering met het bovenstaande rekening te houden.

b.   Duur van de coranaviruscrisis

De uitgangspunten in het ontwerp zijn gebaseerd op sluiting van de grenzen met het buitenland voor drie maanden. Hierbij is er geen garantie dat deze niet langer zal duren. Indien het laatste manifest wordt, zal dit rampzalige gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën. De regering wordt geadviseerd te anticiperen op verlengde duur van de sluiting van de grenzen met het buitenland en scenario’s uit te werken hoe met die ontwikkeling zal worden omgegaan.

6.  Staat van opgenomen leningen

  1. De stand van de schulden per 1 januari 2020

Volgens de Begroting 2020 bedraagt de stand van de schulden per 1 januari 2020: NAf 2.478.555.600, terwijl het ontwerp voor de stand per dezelfde datum uitgaat van NAf 3.375.727.100.

De regering wordt gevraagd de stand van de schuld per 1 januari 2020 in het ontwerp te verifiëren. Indien deze correctie behoeft, dienen uiteraard ook de overige bedragen in de staat die samenhangen met de stand per 1 januari 2020, te worden aangepast.

 Staatsschuld van NAf 108.181.800

In de Begroting 2020 werd uitgegaan van een aflossing op de staatsschuld van NAf 108.181.800 middels herfinanciering. Aangezien in het ontwerp geen wijzigingen daaromtrent zijn aangetroffen, rijst de vraag of die aflossing middels herfinanciering nog overeind staat.

De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting in te gaan op het vorenstaande.

  1. Algemene beschouwingen

1. Inleiding

Groeiakkoord: heroverwegingsoperatie

Op pagina 3, tweede alinea, van de Algemene beschouwingen wordt vermeld dat met het tekenen van het Groeiakkoord met Nederland gewerkt wordt aan het keren van een neergaande economische ontwikkeling, sanering van de overheidsfinanciën, verbetering van het financieel beheer, toewerken naar een efficiënte en slagvaardige overheidsorganisatie en versterking van de sociale samenhang. Verder wordt aangegeven dat voor de structurele maatregelen en hervormingen begin 2020 een brede heroverwegingsoperatie is opgestart onder meer voor de onderwerpen zorg, onderwijs en strategische grondexploitatie. 

Tijdens het proces van de totstandkoming van de Begroting 2020 werd door de regering uitgelegd dat per augustus 2019 met een eerste ronde van heroverwegingen zou worden gestart waarbij de budgettaire effecten van de aanbevelingen in de Begroting voor het dienstjaar 2019, middels een begrotingswijziging, en de Begroting 2020 zouden worden meegenomen. In deze eerste ronde zouden in ieder geval de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt worden opgepakt, waarbij onder andere gestart zal worden met de revisie van de arbeidswetgeving. Volgens de regering zouden de daarmee belaste werkgroepen in het eerste kwartaal van 2020 hun rapporten uitbrengen.

Gelet op de relevantie van deze heroverwegingen als onderdeel van het Groeiakkoord wordt de regering gevraagd in de memorie van toelichting kort in te gaan op de uitkomsten van de heroverwegingen waarover in het eerste kwartaal van 2020 rapportage moet hebben plaatsgevonden.

 2. Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning

  1. Functie 27 Ruimtelijke Ordening, woning en bouwgrondexploitatie

Uit pagina’s 7 en 8 van de Algemene beschouwingen blijkt dat voor de functie 27 Ruimtelijke Ordening, woning en bouwgrondexploitatie NAf 13,5 miljoen is opgevoerd voor het creëren van extra kavels voor woningbouw binnen het stedelijk woongebied teneinde aan de grote vraag naar betaalbare woningen te kunnen voldoen. De regering wordt gevraagd dit doel in de memorie van toelichting nader te concretiseren door dit doel te kwantificeren en te koppelen aan een tijdspanne. Behalve dat hierdoor de informatiewaarde van de memorie van toelichting wordt verhoogd zal dit tevens de ex ante evaluatie van dit voornemen ten goede komen.

 b.   Gemeenschappelijke uitgaven

Uit pagina’s 9 en 10 van de Algemene beschouwingen blijkt dat onder de functie 27 Ruimtelijke Ordening, woning en bouwgrondexploitatie NAf 10 miljoen is opgevoerd voor onder andere de vernieuwing van het onderwijs door de modernisering van onderwijshuisvesting. De regering wordt gevraagd deze modernisering in de memorie van toelichting nader toe te lichten aangezien de verstrekte informatie te beknopt is; zo is het niet duidelijk welk deel van het bedrag van NAf 10 miljoen voor dit doel bestemd is, op welke onderwijsniveau’s deze modernisering van toepassing zal zijn, binnen welke termijn het doel moet zijn bereikt, etc.

 3. Ministerie van Financiën  

a.   Mkb-kredietfaciliteit

Volgens pagina 18 van de Algemene beschouwingen stelt de regering NAf 38 miljoen beschikbaar ten behoeve van de sector van midden- en kleinbedrijf (hierna: MKB-sector) in de vorm van een kredietfaciliteit. De bedoeling van deze faciliteit is om bedrijven in genoemde sector – naast ondersteuning in hun loonkosten – ook ondersteuning te bieden met hun andere doorlopende kosten, met name voor huur. De beschikbaar gestelde fondsen zullen worden beheerd door Korpodeko. Wanneer de toegekende leningen terugbetaald worden, gaan deze gelden terug in het Kredietfonds zodat anderen (of weer dezelfde bedrijven) in aanmerking kunnen komen voor een lening.

De Raad adviseert de regering om nadat de huidige crisis voorbij is, na te gaan wat dan de structurele behoefte van deze sector aan kapitaal is. Mocht het door de overheid ingelegde bedrag van NAf 38 miljoen die behoefte overschrijden dan is het advies in dat geval het overtollige kapitaal van het Kredietfonds te onttrekken aan het fonds en aan te wenden voor begrotingsdoeleinden, zoals compensatie van tekorten uit voorgaande jaren.

 b.   Kapitaaldienst

In onderdeel “Kapitaaldienst” op pagina 22 van de Algemene beschouwingen wordt aangegeven dat NAf 5 miljoen van de NAf 30 miljoen aan extra leningscapaciteit is bestemd voor het opstellen van een vernieuwd en modern overheidshuisvestingstelsel, gericht op het creëren van een efficiënte, flexibele en dynamische werkomgeving.

De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting aan te geven wanneer bovengenoemd doel gerealiseerd zal zijn en waarom deze investering thans prioriteit geniet.

 Nota van Financiën

  1.  
  1. Referentie voor het ontwerp

Op pagina 2 van de Nota van Financiën worden in de tweede alinea een aantal zaken genoemd die volgens de regering de aanleiding vormen voor het ontwerp. In dit verband worden de realisatiecijfers over de maand januari van 2020 als referentie voor het ontwerp gehanteerd. Echter wordt in de tweede overweging van de considerans van het ontwerp vermeld dat de Eerste Suppletoire begroting 2020 uitgaat van realisatiecijfers over de eerste drie maanden van 2020 en realisatiecijfers 2019.

De regering wordt gevraagd éénduidigheid aan te brengen in de aan het ontwerp gerefereerde realisatiecijfers.  

  1. Gewijzigde baten

Uit tabel 4 “Mutatie op gewone dienst” op pagina 4 van de Nota van Financiën volgt dat de baten met NAf 417 miljoen worden verlaagd. In tabel 5, pagina 5 “Mutaties op de belastingopbrengsten” en in tabel 6, pagina 7 “Niet-belastingontvangsten”  worden de eerder genoemde mutaties verder gespecifieerd. Volgens de Raad is het evident dat de coronaviruscrisis de hoofdoorzaak is in deze, echter ook andere overwegingen spelen een rol bij bepaalde wijzigingen. Zoals door de regering aangegeven is de intentie van de Nota van Financien om de cijfers toe te lichten en waar nodig inzicht te bieden in de totstandkoming van de cijfers. De Raad constateert echter dat dat de totstandkoming van de gewijzigde baten onvoldoende inzichtelijk wordt gemaakt in de Nota van Financiën.

Ter verhoging van de informatiewaarde van de Nota van Financiën en om invulling te geven aan de informatiefunctie van de Begroting 2020 wordt de regering gevraagd de mutaties op zowel de belasting- als de niet-belastingopbrengsten adequaat in de Nota van Financiën toe te lichten.

 Opbrengsten uit omzetbelasting en algemene bestedingsbelasting

  1. Omvang van de verlaging van opbrengsten

Bij de vierde overweging van de considerans van het ontwerp wordt aangegeven dat de ramingen van de opbrengsten uit algemene bestedingsbelasting worden aangepast op basis van de nieuwe datum van inwerkingtreding per 1 juli 2020. Voorts blijkt uit tabel 5 op pagina 5 van de Nota van Financién dat de opbrengsten uit de algemene bestedingsbelasting worden verlaagd met NAf 404,6 miljoen en die uit omzetbelasting worden verhoogd met NAf 257,9 miljoen. Bij de totstandbrenging van de Begroting 2020 ging de regering uit van opbrengsten uit algemene bestedingsbelasting over het hele jaar van NAf 542 miljoen. Gezien de negatieve effecten van de coronaviruscrisis ligt het voor de hand dat de er zich een flinke daling van de bestedingen zal voordoen en daardoor ook van de opbrengsten uit de algemene bestedingsbelasting. Deze daling is significant waarbij slechts 27% van de eerder begrote opbrengsten wordt gehandhaafd. De regering wordt gevraagd deze verlaging van de opbrengsten in de Nota van Financiën nader te onderbouwen.  

  1. Discrepantie in geraamde opbrengsten uit omzetbelasting

In onderdeel “Omzetbelasting/ Algemene Bestedingsbelasting” op pagina 6 van de Nota van Financiën wordt aangegeven dat de opbrengsten uit omzetbelasting naar beneden worden aangepast, terwijl uit tabel 5 op pagina 5 van de Nota van Financiën juist blijkt dat deze belastingopbrengsten met NAf 257,9 miljoen opwaarts worden aangepast.

De regering wordt gevraagd de cijfers met betrekking tot de opbrengsten uit omzetbelasting in tabel 5 op pagina 5 van de Nota van Financiën en de eerder bedoelde tekst met elkaar in overeenstemming te brengen. 

  1. Rentelasten extra leningscapaciteit

Blijkens pagina 12 van de Nota van Financiën heeft de Voortgangscommissie van het Groeiakkoord in de voortgangsrapportage van 13 december 2019 geconcludeerd dat het bedrag van NAf 30 miljoen aan extra leningscapaciteit kan worden vrijgegeven omdat door Curaçao voldaan is aan de in het kader van het Groeiakkoord gestelde voorwaarden. Hiertoe is in tabel 8 “Toelichting op de allocatie van de middelen op de kapitaaldienst” op pagina 13 van de Nota van Financiën een specificatie gegeven van de aanwending van het bedrag van NAf 30 miljoen. Uit de eerdergenoemde tabel blijkt dat in het jaar 2020 de lening zal worden aangesproken, waarvoor rentelasten opgebracht zijn van NAf 0,9 miljoen in de laatste kolom van de tabel.

De regering wordt gevraagd in de Nota van Financiën aan te geven of voornoemde lening reeds afgesloten is.  Indien dit het geval is, wordt geadviseerd om ook aan te geven onder welke voorwaarden (vorm van lening en duur) deze is geschied. Voorts indien hieruit rentelasten met betrekking tot het dienstjaar 2020 te verwachten zijn, zoals uit de laatste kolom van tabel 4 blijkt, wordt gevraagd in de Nota van Financiën aan te geven waarom deze rentelasten niet terug te vinden zijn in tabel 4 “Mutatie op gewone dienst” op pagina 4 van de Nota van Financiën waarin de mutaties bij de lasten zijn gepresenteerd.

 Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard

 Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integral onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening niet bij de Staten in te dienen dan nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

Willemstad, 24 april 2020

de Ondervoorzitter,                                                    de Secretaris,

____________________                                            _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                               mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/10-20-LV

 Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting heeft (wets)technische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

 De considerans van het ontwerp

Voorgesteld wordt in de vierde overweging “algemene bestedingsbelasting” te vervangen door “opbrengsten uit algemene bestedingsbelasting” en “het nieuwe datum van inwerking treding” te vervangen door “de nieuwe datum van inwerkingtreding van de landsverordening betreffende algemene bestedingsbelasting”.

Voorgesteld wordt bij de vijfde overweging “voor de van de effecten” te vervangen door “voor de effecten”.

Voorgesteld wordt om de zesde overweging zodanig aan te passen dat daaruit blijkt dat het gaat om de kosten verbonden aan het bieden van noodhulp aan burgers en bedrijven ten einde negatieve effecten van de coronaviruscrisis te mitigeren.

  1. De Algemene beschouwingen

 Pagina 6

Voorgesteld wordt de eerste volzin te schrappen aangezien in die zin “korte termijn” betrekking zou hebben op het jaar volgend na 2020 en wordt aangegeven dat compensatie op korte termijn ook geen realistische optie is, terwijl volgens de tweede volzin in de tweede alinea de regering juist voornemens is vanaf 2021 te compenseren.

Pagina 22

Voorgesteld wordt in de laatste volzin “overheidshuisvestingstelsel” te vervangen door “overheidshuisvestingsstelsel” en het zinsdeel “een efficient, flexibel en dynamisch werkomgeving” te vervangen door “een efficiënte, flexibele en dynamische werkomgeving”.

  1. Nota van Financiën

Pagina 6

Voorgesteld wordt in het derde tekstblok, laatste volzin, “va het” te vervangen door “van het” en “verleedt” te vervangen door “verleend”.

Pagina 7

Voorgesteld wordt in de tabel 6. “Niet-belastingopbrengsten” bij omschrijving 5447 “Werkzaamhede” te vervangen door “Werkzaamheden”.

Voorts wordt voorgesteld het onderdeel “Dividenduitkering” in de voorlaatste volzin “In de groei akkoord” te vervangen door “In het Groeiakkoord”.

Pagina 8

Voorgesteld wordt in het onderdeel “Overdrachten”:

  • in de tweede volzin “Als het gevolg van” te vervangen door “Als gevolg van”.
  • in de laatste volzin in de voorlaatste alinea “Dit omdat de deze” te vervangen door “Dit omdat deze”.
  • in de laatste volzin “stelt werknemers in staat werknemer” te vervangen door “stelt werkgevers in staat werknemers”.

Pagina 9

Voorgesteld wordt in de tweede alinea, vierde volzin, “die hun” te vervangen door “wiens”.

Pagina 10 

Voorgesteld wordt in de voorlaatste alinea, in de tweede volzin “de geschtee kosten” te vervangen door “De geschatte kosten”.

Pagina 12

Voorgesteld wordt in de eerste volzin van het onderdeel “Voorwaarden” “vin overeenstemming” te vervangen door “in overeenstemming”.