Adviezen

RvA no. RA/29-20-LV

Uitgebracht op : 02/09/2020
Publicatie datum: 14/09/2020

Ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2021
(zaaknummer 2020/024023)

Advies: Met verwijzing naar uw spoedadviesverzoek d.d. 31 juli 2020, dat de Raad van Advies op 4 augustus 2020 heeft ontvangen, om het oordeel van de Raad inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 2 september 2020, bericht de Raad u als volgt.                                  

Algemeen

Het cijfermatige beeld van de gewone dienst van de ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2021
 
De totale ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2021 (hierna: ontwerpbegroting 2021) behelst een bedrag aan totale overheidsuitgaven van NAf 1.875.461.000, bestaande uit NAf 1.744.865.300 op de gewone dienst en NAf 130.595.700 op de kapitaaldienst. De gewone dienst sluit af met een tekort van NAf 427,1 miljoen en de kapitaaldienst met een overschot van gelijke omvang.
Vanwege het verwachte tekort op de gewone dienst voor het dienstjaar 2021 en het feit dat Curaçao vooralsnog geen toestemming heeft van de raad van ministers van het Koninkrijk (hierna: RMR) om in 2021 te mogen afwijken van de financiële normen, opgenomen in artikel 15, tweede lid van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten  (hierna: Rft) (in samenhang met artikel  7 van de Landsverordening comptabiliteit 2010), voldoet de gewone dienst van de ontwerpbegroting 2021 niet aan de Rft. Voorts, gelet op het feit dat tot heden de regering nog geen overeenstemming heeft bereikt met Nederland inzake de verstrekking van de derde tranche en verdere tranches liquiditeitssteun is volgens de Raad vooralsnog geen uitzicht op de wijze van financiering van het begrotingstekort betreffende dienstjaar 2021 van NAf 427,1 miljoen.
 De Raad adviseert de regering met het bovenstaande rekening te houden.

Het inhoudelijke beeld van de ontwerpbegroting 2021
 
Curaçao worstelt al zeker een decennium met een afglijdende financieel-economische situatie die veel zorgen baart, welke zich manifesteert in onder andere een gewone dienst die sinds 2017 in achtereenvolgende jaren een tekort realiseert. De voornaamste oorzaak van deze tekorten in de periode 2017-2019 was de krimpende economie. Vanwege het in 2017 gerealiseerde tekort heeft de regering zich sinds 2018 ingespannen om de tekorten weg te werken.

Echter bleken de inspanningen – mede vanwege steeds toenemende tegenvallers, zoals het wegvallen van de handelsrelatie met Venezuela en het op een laag pitje opererende olieraffinaderij die sinds december 2019 volledig uit bedrijf is gehaald – daartoe niet toereikend met als gevolg dat zowel 2018 als 2019 tekorten realiseerden. De vorenstaande situatie noopte tot een gepaste aanpak middels het invoeren van (economische) hervormingen om het hoofd te kunnen bieden aan de neerwaartse spiraal. Echter, terwijl die noodzakelijke hervormingen uitbleven is Curaçao sinds midden maart van dit jaar getroffen door de COVID-19 crisis, met additionele ingrijpende negatieve gevolgen voor de economie.

Bij de intrede van de COVID-19 crisis in Curaçao werd de regering geconfronteerd met een zeer gevoelig dilemma, namelijk kiezen voor waarborging van de gezondheid van het volk gepaard gaande met opoffering van economische bedrijvigheid op grote schaal of het op het spel zetten van de gezondheid van het volk omwille van behoud van de economische activiteiten. De regering heeft in deze de gedurfde stap genomen om omwille van bescherming van de gezondheid van het volk de grenzen tijdelijk te sluiten voor de buitenwereld. Deze keuze heeft ertoe geleid dat Curaçao thans tot de landen in het Caribisch gebied behoort met de laagste aantallen actieve COVID-19 gevallen. Anderzijds hebben de daartoe noodzakelijke maatregelen de reeds kwakkelende economie tijdelijk grotendeels lam gelegd met als gevolg dat de overheidsfinanciën significant zijn verzwakt vanwege sterk teruggelopen ontvangsten.  Aangezien de verzwakkende economie geen nieuw fenomeen betreft maar een trend is die reeds jaren zich voordoet heeft de regering – teneinde deze om te buigen - in 2018 middels het Groeiakkoord “Naar een hersteld vertrouwen en voor een welvarend Curaçao”(hierna: Groeiakkoord) zich gecommitteerd onder andere economische hervormingen door te voeren. Gerelateerd hieraan geeft de regering in de inleiding van de memorie van toelichting (pagina 5, derde tekstblok) aan dat een integrale, samenhangende aanpak en uitvoering een ‘conditio sine qua non’ is om de neerwaartse economische trend structureel te keren, de financiën op orde te krijgen en te houden, en diverse sociaaleconomische problemen het hoofd te bieden. In dit verband geeft de regering aan dat de sectorale focus voor de investeringen in economische groei gericht is op: toerisme masterplan, logistiek, internationale dienstverlening, bevorderen van handelsrelaties, olieraffinaderij (voortzetten en moderniseren), landbouw, veeteelt en visserij (agri-business), energie en zorgeconomie.

De Raad is de mening toegedaan dat uitgaande van de steeds verslechterende maatschappelijke omstandigheden en de financieel-economische situatie en de toenemende werkloosheid vanwege de reeds jaren heersende financieel-economische crisis, welke sinds eind maart 2020 zwaar is versterkt door de COVID-19 crisis, thans de nood zodanig hoog is dat verder uitstel voor invoering van de nodige hervormingen niet te dulden is. Daarom was de Raad in de veronderstelling dat in de ontwerpbegroting 2021 de noodzakelijke hervormingen om de economie op het pad van herstel en groei te krijgen en de effecten daarvan zouden worden gepresenteerd . Echter constateert de Raad dat in de ontwerpbegroting 2021 geen hervormingen worden opgevoerd

In het kader van door te voeren hervormingen heeft Curaçao op 14 juni 2020 het ‘Overbruggings- en hervormingsprogramma Curaçao’ aan het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (hierna: Cft) aangeboden. Echter constateerde ook het Cft[1] dat de hervormingen niet voldoende waren uitgewerkt en dat bepaalde belangrijke terreinen, zoals het ondernemersklimaat en de kapitaalmarkt, onderbelicht zijn gebleven. 

Volgens het Cft dient het voorstel van de regering van Curaçao verder te worden uitgewerkt in een integraal hervormingsprogramma dat concrete maatregelen bevat op het gebied van de arbeidsmarkt, de kapitaalmarkt, het ondernemersklimaat, de kosten van de publieke sector, de zorg en de sociale zekerheid. Daarbij dient volgens het Cft tevens aangesloten te worden bij de adviezen van het Internationaal Monetair Fonds (hierna: IMF) en de Commissie Begrotingsdoorlichting.

Van het Ministerie van Financiën heeft de Raad begrepen dat er binnenkort een nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021 zal worden opgesteld waarin de hervormingen wel zullen worden meegenomen. Het laatste brengt met zich mee dat op het moment dat bedoelde nota van wijziging de Staten heeft bereikt de onderliggende ontwerpbegroting al achterhaald zal zijn. Uitgaande van het vorenstaande zal de Raad in dit advies niet over alle details van de voorliggende ontwerpbegroting 2021 en de daarbij behorende memorie van toelichting (hierna: memorie van toelichting) adviseren aangezien dit ontwerp aangepast zal worden, derhalve zal de Raad zich op de hoofdlijnen concentreren.

Rekening houdend met de urgentie om hervormingen door te voeren waarbij vele inhaalslagen dienen te worden gemaakt, kijkt de Raad uit naar de bedoelde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021 met daarin de presentatie en uitwerking van de noodzakelijke hervormingen.

Risico’s waarmee rekening dient te worden gehouden

Schuldquote
Reeds voordat Curaçao geconfronteerd werd met de impact van de COVID-19 pandemie bedroeg de schuldquote (de staatsschuld als percentage van het Bruto Binnenlands Product (hierna: BBP) al circa 54%. Vanwege de COVID-19 crisis zijn de inkomsten van de overheid sinds eind maart drastisch gedaald waardoor Curaçao voor liquiditeitssteun heeft moeten terugvallen op Nederland. De liquiditeitssteun is tot nu toe in de vorm van bulletleningen tegen 0% rente verstrekt. De verwachting – volgens het IMF - is dat als gevolg van de diverse geldleningen die Curaçao vanwege de huidige COVID-19 crisis nog zal moeten aangaan de schuldquote per ultimo 2021 rond de 93% zal liggen. Thans worden voornemens van de regering tot het aangaan van geldleningen enkel beoordeeld op basis van de rentelastnorm, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, van de Rft  en artikel 7, derde lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010. Vanwege de zeer lage rente waartegen Curaçao bij Nederland kan lenen, wordt relatief makkelijk voldaan aan de rentelastnorm. Hierdoor kan de facto worden doorgegaan met lenen zonder dat de grenzen van de leningsruimte worden overschreden. De rentelastnorm alleen is daardoor geen gedegen instrument om de groei van de staatsschuld in toom te houden. Weliswaar heeft Curaçao in de huidige COVID-19 crisis geen andere keuze dan schulden te maken om de overheidstaken te blijven uitvoeren en tevens de conjunctuur op peil te helpen houden, echter dient voor de middellange en langere termijn niet uit het oog te worden verloren dat voor kleine open-economieën als die van Curaçao een schuldquotenorm van 40% wordt aanbevolen door het IMF. Een schuldquote hoger dan het dubbele van de aanbevolen norm – als die van Curaçao - herbergt aflossingsproblemen en kan in de toekomst – bij herfinanciering tegen hogere rentes - leiden tot zeer hoge rentelasten. Dit is een risico waar de Raad herhaaldelijk[2] op heeft gewezen.
Middels normering van de staatsschuld als een vastgesteld percentage van het BBP kan de schuldomvang afgestemd worden op het aflossingspotentieel.
Gelet op al het vorenstaande wordt de regering geadviseerd spoedig over te gaan tot het in de Landsverordening comptabiliteit 2010 verankeren van een voor Curaçao gepaste schuldquote norm.

Liquiditeitspositie
Op pagina 21 van de Nota van Financiën staat dat het gebrek aan liquiditeiten een risico is dat van invloed is op de financieel-economische situatie van het Land waardoor er betalingsachterstanden kunnen ontstaan bij instanties, zoals het Algemeen Pensioenfonds Curaçao (hierna: APC) en de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB).
Voorts staat in de Nota van Financiën dat diverse instanties in liquiditeitsproblemen verkeren hetgeen een reden kan zijn dat zij een beroep doen op de overheid die zelf liquiditeitsproblemen heeft. Bovendien zullen de overheids-nv’s en andere entiteiten de komende periode geen dividend uitkeren wegens de impact van de COVID-19 pandemie.
Voor een beter inzicht in de liquiditeitspositie van het Land adviseert de Raad de regering aan de ontwerpbegroting 2021 een liquiditeitsoverzicht en -prognose toe te voegen.

Andere risico’s
 
1°. Girobank
Ten aanzien van de ontwikkelingen bij de Girobank waardoor deposanten niet over hun volledige tegoeden kunnen beschikken was de regering indertijd voornemens dit op te lossen via een extra heffing op een in te voeren algemene bestedingsbelasting.[3] Dit voornemen is vooralsnog niet geïmplementeerd. Aangezien in de ontwerpbegroting 2021 de Raad geen voornemens van de regering inzake de kwestie Girobank heeft aangetroffen is het vooralsnog onduidelijk welke rol de overheid hierbij wenst te spelen en welke eventuele financiële gevolgen hieruit voor de landsbegroting kunnen voortvloeien.
 
2°. Herstart van de olieraffinaderij
Sinds het vertrek van de PDVSA per eind 2019 liggen de activiteiten van de olieraffinaderij volkomen stil. Een groot deel van de aan de olieraffinaderij gelieerde werknemers is hun baan en inkomen inmiddels kwijt terwijl een klein deel van de werknemers in dienst van de olieraffinaderij nog maandelijks een inkomen krijgt voor een onbekende duur. In elk geval is de in het verleden significante bijdrage van de oliesector aan de economie steeds verder afgenomen, thans is die bijna nihil. Perspectieven voor een herstart op korte termijn zijn er momenteel niet. Een volledige verdwijning van de olieraffinaderij kan grote gevolgen hebben voor o.a. overheidsinkomsten, levensvatbaarheid van sociale verzekeringsfondsen en het vertrouwen in de algehele economie. Het is niet duidelijk op welke wijze de regering rekening heeft gehouden met het effect van bovengenoemde ontwikkelingen op de landsbegroting; bijvoorbeeld lagere opbrengsten uit inkomstenbelasting dan hetgeen de regering in het begin van het jaar van uitging toen nog de verwachting was dat er een nieuwe exploitant zou aantreden en alle banen behouden konden blijven.
 
3°. Overheidsbedrijven
Op pagina 44 van de Nota van Financiën, in onderdeel “Dividenden”, staat dat de geraamde dividenden voor de regering naar beneden zijn bijgesteld gelet op de effecten van de COVID-19 crisis op de overheidsbedrijven. De begrotingspost “5414 Dividend Uitkeringen” is om die reden verlaagd van NAf 23 miljoen (Begroting voor het dienstjaar 2020) tot NAf 0,4 miljoen (ontwerpbegroting 2021) in “Tabel 8. Overige opbrengsten” op pagina 42 van de Nota van Financiën.
Aangezien nu al is gebleken dat  bepaalde overheidsbedrijven financiële problemen ondervinden van de COVID-19 crisis, adviseert de Raad de regering in de Nota van Financiën aan te geven of en op welke wijze de overheid - financiële - steun zal geven aan de overheidsbedrijven.

Beleidsdeel van de ontwerpbegroting

Recapitulatiestaten

Saldo gewone dienst 2020
 
Volgens de overzichten op pagina 2 van de recapitulatiestaten behorende bij de ontwerpbegroting 2021 sluit de gewone dienst over het dienstjaar 2020 met een saldo van nul, de begrote ontvangsten zijn namelijk gelijk aan de begrote uitgaven. De Raad gaat ervan uit dat, gegeven het feit dat de overheidsinkomsten sterk zijn teruggevallen in 2020 terwijl de uitgaven juist opwaarts zijn aangepast, er logischerwijs sprake zou moeten zijn van een aanzienlijk tekort op de gewone dienst 2020. Het is bekend dat als gevolg van de COVID-19 crisis - waardoor de overheidsinkomsten sterk zijn teruggevallen - de regering liquiditeitssteun via Nederland heeft ontvangen in de vorm van geldleningen en wellicht additioneel zal ontvangen voor het dienstjaar 2020. Aangezien ontvangsten via geldleningen – zoals die verkregen via de liquiditeitssteun - volgens de Raad als overheidsinkomsten op de kapitaaldienst geboekt dienen te worden (en niet op de gewone dienst) leidt de liquiditeitssteun niet tot een sluitende gewone dienst.  De recapitulatiestaten tonen echter een gewone dienst die in evenwicht afsluit.
In het licht hiervan wordt de regering geadviseerd in de memorie van toelichting de sluitende gewone dienst in 2020 toe te lichten of anders de nodige correcties in voornoemde recapitulatiestaten aan te brengen.

Beleidsdeel gewone dienst
 
Functie Handel en ambacht
Uit pagina 28 blijkt dat bij het Ministerie van Economische Ontwikkeling met betrekking tot de functie “Handel en Ambacht” volgens de voorlopige cijfers over 2019, circa NAf 40 miljoen, is uitgegeven, deze uitgaven zijn per 2020 circa NAf 2 miljoen.
De Raad adviseert de regering om de drastische verlaging bij deze functie per 2020 in de memorie van toelichting toe te lichten.

 c.   Beleidsdeel kapitaaldienst
 
Functie 93 Geldleningen
Op pagina 80 wordt bij de functie 93 Geldleningen voor het dienstjaar 2021 NAf 108.181.800 begroot. Dit bedrag heeft betrekking op NAf 8.181.800 aan aflossing van een in 2015 afgesloten geldlening en NAf 100 miljoen ter aflossing van de eerste schuldtitel die in 2020 vervalt.
Gelet op de zeer krappe liquiditeitspositie van het Land wordt de regering geadviseerd in de memorie van toelichting uit te leggen waarom voor aflossing van voornoemde schuld is gekozen en niet voor de herfinanciering daarvan.

Bijlagen behorende bij de ontwerpbegroting 2021
 
Staat van gewaarborgde leningen
 
1°. Postspaarbank
Volgens de Staat van gewaarborgde leningen behorende bij de ontwerpbegroting 2021 (pagina 2) staat het land Curaçao garant voor de fondsen van de Postspaarbank (hierna: PSB). Indien de overname van de PSB door het Algemeen Pensioenfonds Curaçao gevolgen heeft voor deze garantie wordt de regering geadviseerd daarop in de memorie van toelichting in te gaan.
 
2°. Bureau Intellectuele Eigendom
Volgens de Staat van gewaarborgde leningen behorende bij de ontwerpbegroting 2021 (pagina 2) staat het land Curacao garant voor de insolventie van het Bureau Intellectuele Eigendom. Indien deze garantie gekoppeld is aan een bedrag wordt de regering gevraagd dat in voornoemde staat te vermelden.

De Nota van Financiën

Omzetbelasting
Ten aanzien van de opbrengsten uit omzetbelasting constateert de Raad dat in “Tabel 5. Belastingopbrengsten” op pagina 30 van de Nota van Financiën de regering met betrekking tot de projectie voor het jaar 2020 uitgaat van NAf 393,4 miljoen terwijl in “Tabel 5a. Totstandkoming raming belastingmiddelen 2021” op pagina 31 van de Nota van Financiën de regering de geprojecteerde opbrengsten voor het jaar 2020 stelt op NAf 350 miljoen.
De regering wordt gevraagd de inconsistentie bij de bedoelde cijfers weg te nemen. Ingeval de tabel op pagina 30 de correcte projecties voor het jaar 2020 weergeeft, wordt gevraagd in de Nota van Financiën toe te lichten waarom de regering ervan uitgaat dat met de in te voeren algemene bestedingsbelasting per 2021 de regering minder aan opbrengsten binnen zal halen - namelijk NAf 361 miljoen - in vergelijking met hetgeen geprojecteerd is aan opbrengsten uit omzetbelasting in 2020 – ad NAf 393,4 miljoen.

De begrotingspost “Onderstand & Noodvoorziening”
In “Tabel 13. Sociale zekerheid” op pagina 57 van de Nota van Financiën laat het begrote bedrag voor de begrotingspost “Onderstand & Noodvoorziening” voor het dienstjaar 2021 een daling zien ten opzichte van de projectie voor het dienstjaar 2020 en de realisatie in het dienstjaar 2019. De Raad vindt deze daling niet realistisch tegen de huidige financieel- economische achtergrond. Daarnaast is in hoofdstuk “Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn” (hierna: SOAW) van de memorie van toelichting  te lezen dat indien er buiten de begroting van het ministerie geen middelen kunnen worden gereserveerd en Curaçao voor een onvoorziene periode staat als gevolg van de COVID-19 crisis, rekening dient te worden gehouden met een significante groei in het aantal bijstandsgerechtigden. In dat geval zal het bedrag dat op de bovengenoemde begrotingspost staat niet toereikend zijn. Het benodigde bedrag zou uitkomen op NAf 73 miljoen, het uitgangspunt hierbij is dat ongeveer twaalf à vijftienduizend personen onder de categorie baanverliezers zullen komen te vallen. Het ministerie van SOAW stelt dan ook voor een solidariteitsfonds voor baanverliezers op te  zetten, zoals de Commissie Noodfonds heeft aanbevolen.[4]
De Raad heeft uit de ontwerpbegroting 2021 echter niet kunnen opmaken dat er een voorziening wordt getroffen teneinde een tegenvallende ontwikkeling op de arbeidsmarkt op te vangen. Evenmin kan uit de ontwerpbegroting 2021 dan wel de memorie van toelichting worden opgemaakt dat er een arbeidsmarktbeleid wordt geïmplementeerd met het doel zoveel als mogelijk arbeidsplaatsen te creëren voor bedoelde baanverliezers.
Aangezien het de verwachting is dat de arbeidsmarkt zal verslechteren vanwege de aanhoudende COVID-19 crisis adviseert de Raad de regering in de Nota van Financiën aan te geven op welke wijze de verwachte groei in het aantal bijstandsgerechtigden financieel zal worden opgevangen.

Overige opbrengsten
Uit “Tabel 8. Overige opbrengsten” op pagina’s 42 en 43 van de Nota van Financiën is op te maken dat de regering in het jaar 2021 verwacht NAf 21 miljoen (ca 15%) meer binnen te halen ten opzichte van de projectie 2020. De opbrengstensoorten waar significant hogere opbrengsten worden verwacht zijn:
-     (5430) andere bijdragen & vergoeding: stijgen van NAf 3,4 miljoen in 2020 naar NAf 7,8 miljoen in 2021; 
-     (5440) vergunnings- en registratierecht: stijgt van NAf 9,2 miljoen in 2020 naar NAf 11,1 miljoen in 2021 en
-     (5481) andere inkomsten: stijgen van NAf 8 miljoen in 2020 naar NAf 19,4 miljoen in 2021.
Een toelichting op de verwachte stijging bij de hierboven genoemde eerste twee onderdelen van de overige opbrengstensoorten is niet aangetroffen in de Nota van Financiën,
Gelet op de relatief hoge verwachte stijgingen wordt de regering gevraagd deze toenames in de Nota van Financiën te onderbouwen opdat deze inzichtelijk worden gemaakt.
 
Ten aanzien van de hierboven genoemde derde opbrengstensoort wordt op pagina 44 van de Nota van Financiën vermeld dat deze gebaseerd is op voorgenomen indexaties van tarieven. Vermeld wordt dat het wetgevingstraject wordt ingezet zodat de aanpassingen gefaseerd ingevoerd kunnen worden.
De Raad wenst in zijn algemeenheid op te merken dat voornemens voor het begrotingsjaar – vooral waarbij ervan uit wordt gegaan dat die per begin van het nieuwe begrotingsjaar effecten zullen sorteren - adequaat dienen te zijn uitgewerkt en voorbereid opdat deze daadwerkelijk reeds per begin van het begrotingsjaar uitvoerbaar zijn. Volgens de Raad worden regelmatig onvoldoende uitgewerkte voornemens in een ontwerpbegroting gepresenteerd die uiteindelijk niet gerealiseerd (kunnen) worden met als gevolg dat het voornemen in het daaropvolgend jaar wederom in de (ontwerp)begroting verschijnt, meestal zonder een toelichting over de stand van zaken. Het vorenstaande tast de betrouwbaarheid en het realiteitsgehalte van de begroting aan.
De Raad vraagt aandacht van de regering voor het bovenstaande.

Personeelsindicatoren  
Uit “Tabel 9. Personeelsindicatoren” op pagina 47 van de Nota van Financiën blijkt dat de gemiddelde leeftijd van ambtenaren stijgt van 47 jaar in 2020 naar 50 jaar in 2021. Echter hetgeen in de eerste alinea op pagina 49 van de Nota van Financiën wordt aangegeven, namelijk dat ongeveer 60% van het overheidspersoneel over 15 dienstjaren of minder beschikt per datum van april 2020, zou indiceren dat deze 60% relatief jong is. Aangezien in 2021 een groep ambtenaren in de leeftijd van 60 tot en met 63 jaar op vrijwillige basis uit dienst zal treden, zou hierdoor juist een daling van de gemiddelde leeftijd te verwachten zijn in 2021. Gelet op het vorenstaande wordt de regering gevraagd de stijging van de gemiddelde leeftijd van 47 jaar in 2020 naar 50 jaar in 2021 in de Nota van Financiën toe te lichten of anders de nodige aanpassingen aan te brengen. 
 
Specificatie Verbruik goederen en diensten
In “Tabel 11. Specificatie Verbruik goederen en diensten” (pagina 51 tot en met 53) worden – zoals de titel luidt, de begrote uitgaven in verband met verbruik van goederen en diensten gespecificeerd. Voor het gemak worden onderstaand de totale uitgaven per jaar weergegeven.

Totale uitgaven (NAf 1 miljoen)

R2019         239

B2020         236,9

P2020         213,7

B2021         198,6

B2022         196,2

B2023         193

B2024         192,6

R = realisatie          B = begroting           P = projectie

Ten opzichte van de realisatie in 2019 en de projectie voor 2020 dalen de totale overheidsuitgaven in 2021 sterk. Onderstaand wordt ingegaan op enkele posten waar aanzienlijke verlagingen te constateren zijn vanaf 2021.

1°. 4354 - Verbruik nutsvoorzieningen: de projectie voor 2020 bedraagt NAf 14 miljoen en voor het dienstjaar 2021 is NAf 11,8 miljoen begroot.
De regering wordt gevraagd in de Nota van Financiën aan te geven welke maatregelen genomen zullen worden ter verlaging van de kosten bij deze post per 2021.

2°. 4393 - Onderwijs Schoolvoeding: ten opzichte van de projectie voor 2020 waar de kosten NAf 0,6 miljoen bedragen, wordt deze post per 2021 verlaagd tot NAf 0,3 miljoen.
Het sociaal-economische beeld van de laatste maanden is dat als gevolg van de COVID-19 crisis de werkloosheid flink is toegenomen en daardoor ook de armoede. Het laatste zou wellicht een toename van de behoefte aan schoolvoeding kunnen indiceren.
De regering wordt gevraagd  de voorgenomen kostenreductie verder toe te lichten, rekening houdende met het vorenstaande.

3°. 4405 – Verzorging Ouden van Dagen: bij deze post bedroegen de gerealiseerde kosten in 2019 (R2019) NAf 0,4 miljoen terwijl de projectie voor 2020 NAf 13,5 miljoen bedroeg. Per 2021 is deze post verlaagd tot NAf 0.
De regering wordt gevraagd het niet begroten van middelen ten laste van deze post per 2021 en eventueel het hoge bedrag in 2020 ten opzichte van 2019 in de Nota van Financiën toe te lichten.

4°. 4425 – Verv. Leerl. & Buitensch. Act.: ten opzichte van de voorgaande jaren wordt per 2021 met ca. 25% ( dat overeenkomt met NAf 1,3 miljoen) gekort op deze categorie van overheidsuitgaven.
Volgens de Raad kan worden gesteld dat er een correlatie bestaat tussen de sociaaleconomische stand en de vraag naar schoolvervoer door leerlingen. Aangezien de laatste tijd en in het bijzonder de laatste maanden er sprake is van een almaar verslechterende sociaaleconomische situatie, is daardoor een toename van de vraag naar door de overheid betaald schoolvervoer niet uitgesloten.
Gegeven het feit dat de verdeling van het lagere totaal begrote bedrag over “Vervoer leerlingen” en “buitenschoolse activiteiten” niet bekend is, kan niet worden opgemaakt op welke uitgavenpost en in welke mate het in 2021 begrote bedrag is verlaagd.
De regering wordt gevraagd de begrote bedragen per post nader te specificeren.

Sociale zekerheid
Op pagina’s 56 en 57 van de Nota van Financiën komen de uitgangspunten aan de orde die de SVB hanteert bij de opstelling van de voorlopige meerjarenbegroting. Onderstaand wordt ingegaan op enkele van de uitgangspunten.
 
1°. Voor de uitgaven betreffende de basisverzekering ziektekosten gaat de SVB uit van het behalen van de taakstellende besparingen van NAf 70 miljoen ter dekking van het exploitatietekort van Curaçao Medical Center (hierna: CMC). Ten aanzien hiervan is het volgens de Raad relevant dat de second opinion over de businesscase c.q. een geactualiseerde businesscase van het CMC – zoals gevraagd door het Cft – daadwerkelijk beschikbaar komt.
De regering wordt gevraagd in de Nota van Financiën aan te geven wat de stand van zaken is van de bedoelde second opinion c.q. geactualiseerde businesscase en een specificatie te geven van de besparingen ten bedrage van NAf 70 miljoen en tevens te vermelden per wanneer de besparing NAf 70 miljoen bedraagt of zal bedragen.
 
 2°. De SVB gaat uit van een verlaging van NAf 5 miljoen bij het Ziektefonds en het Ongevallenfonds wegens verlenging van het aantal Carensdagen.
De regering wordt gevraagd aan te geven wat de stand van zaken is van eventuele in dit verband benodigde wettelijke aanpassingen. De Raad wenst de regering mee te geven van deze besparing slechts uit te gaan indien deze besparing daadwerkelijk haalbaar is in 2021, wat inhoudt dat de verlenging van het aantal Carensdagen uiterlijk per 1 januari 2021 in uitvoering moet zijn. De regering wordt gevraagd rekening te houden met het vorenstaande. 
 
3°. Alle fondsen gezamenlijk eindigen eind 2021 met een negatief resultaat van totaal circa NAf 150 miljoen.
Uit de van het ministerie van Financiën ontvangen voorlopige meerjarenbegroting van de SVB blijkt dat alle fondsen bij elkaar een gezamenlijk tekort verwachten van NAf 93,4 miljoen in 2021. Dit laatste strookt volgens de Raad dus niet met het hierboven genoemde uitgangspunt van de SVB.
De regering wordt gevraagd in de Nota van Financiën in te gaan op de hierboven geconstateerde discrepantie. Bij het wegwerken van de discrepantie wordt gevraagd ook rekening te houden met de gevolgen hiervan voor de stand van het Schommelfonds Sociale Verzekeringen. In dat kader wijst de Raad erop dat in het onderdeel “Schommelfonds “ op pagina 58 van de Nota van Financiën wordt uitgegaan van een negatief saldo bij voornoemd fonds van NAf 102,98 miljoen per eind 2021 terwijl op pagina 57 – in het tweede tekstblok uitgegaan wordt van een tekort van circa NAf 95 miljoen per eind 2021.  
 
Voorts wordt opgemerkt dat in “Tabel 13. Sociale zekerheid” op pagina 57 van de Nota van Financiën, als toevoeging aan het Schommelfonds Sociale Verzekeringen voor 2021 een bedrag van NAf 93,4 miljoen wordt vermeld waarbij de totstandkoming van het eerder genoemde bedrag in de genoemde tabel, volgens de Raad niet te volgen is. Wellicht betreft dit het gezamenlijke tekort van de fondsen in 2021.
De regering wordt aanbevolen de presentatie van de cijfers in de bedoelde tabel aan te passen opdat de relaties zichtbaar worden.

Pensioenuitkeringen
Volgens “Tabel 13. Sociale zekerheid” op pagina 57 van de Nota van Financiën wordt voor de post Pensioenuitkeringen per 2021 jaarlijks NAf 27,9 miljoen begroot, waarin volgens de Nota van financiën (pagina 59), in onderdeel “Pensioenuitkeringen” rekening is gehouden met een jaarlijks bedrag van NAf 16 miljoen voor betaling van rente aan het APC, welke afgesproken is op basis van de aflossingsovereenkomst met de overheid. Het af te betalen bedrag dat in de overeenkomst is opgenomen is circa NAf 148 miljoen. Aangezien indien het genoemde bedrag van NAf 16 miljoen jaarlijks inderdaad enkel aan rente wordt betaald dit dan volgens de Raad aan de zeer hoge kant is -  namelijk circa 10,8% van het af te betalen bedrag, wordt de regering gevraagd in de Nota van Financiën aan te geven of het bedrag van NAf 16 miljoen wellicht zowel rente als aflossing betreft of anders het overeengekomen exorbitante rentepercentage van 10,8% toe te lichten.

Kapitaaldienst
Volgens “Tabel 15. Kapitaaldienst” op pagina 61 van de Nota van Financiën wordt op de kapitaaldienst een overschot begroot van NAf 427,1 miljoen, welke dient ter aanvulling van het (liquiditeits)tekort op de gewone dienst van even grote omvang. De baten op de kapitaaldienst bestaan onder andere uit “Liquidatie deelnemingen” ad NAf 28,6 miljoen en “Nieuwe financiering” ad NAf 427,1 miljoen.
De regering wordt gevraagd de “Liquidatie deelnemingen” in de Nota van Financiën nader toe te lichten en voorts aan te geven tegen welke voorwaarden de regering verwacht dat de nieuwe financiering zal plaatsvinden.

Tweede gedeelte schuldtitels
In het onderdeel “Financieringsrisico” op pagina 63 van de Nota van Financiën geeft de regering in de laatste alinea aan dat conform de vervalkalender het tweede gedeelte van de schuldtitels – ad NAf 140 miljoen – in 2025 vervalt, het laatste zou volgens de regering ook uit “grafiek 21. Vervalschema schulden” blijken. De Raad constateert echter dat uit “grafiek 21. Vervalschema schulden” niet blijkt dat het tweede gedeelte – ad NAf 140 miljoen – in 2025 vervalt.
De regering wordt gevraagd de bedoelde passage op pagina 63 van de Nota van Financiën en de “grafiek 21 Vervalschema schulden” op elkaar af te stemmen. 

Schuldpositie
Uit “Tabel 17. Schuldpositie” op pagina 64 van de Nota van Financiën blijkt dat de beginstand van de staatsschuld in 2019 gelijk is aan de eindstand, namelijk NAf 2.303,6 miljoen. “Tabel 15. Kapitaaldienst” op pagina 61 van de Nota van Financiën geeft aan dat in 2019 voor NAf 8,2 miljoen aan aflossing heeft plaatsgevonden terwijl ten bedrage van NAf 69,1 miljoen nieuwe leningen zijn aangegaan. Uitgaande van de eerder genoemde feiten met betrekking tot het jaar 2019 zou volgens de Raad de beginstand van de schulden niet gelijk kunnen zijn aan de eindstand, maar zou sprake moeten zijn van schuldtoename met NAf 60,9 miljoen (zijnde 69,1 – 8,2). De regering wordt gevraagd in de Nota van Financiën in te gaan op het vorenstaande.

Inhoudelijke opmerkingen met betrekking tot de memorie van toelichting

Algemeen

De memorie van toelichting tegen de achtergrond van de huidige COVID-19 pandemie
In de inleiding van de memorie van toelichting staat dat de al heersende economische malaise wordt versterkt door de impact van de COVID-19 pandemie en de lokaal genomen mitigerende maatregelen in verband met COVID-19. Voorts staat er dat de regering nadrukkelijk niet wil berusten in deze situatie, maar het de goede kant uit wil laten kantelen wat onder andere betekent dat de tering naar de nering gezet zal moeten worden. [5] 
De Raad constateert dat de memorie van toelichting vrijwel niets vermeldt over de COVID-19 crisis die ook hier nadrukkelijk voelbaar is en de impact daarvan op de geplande projecten alsook de kosten die aan deze projecten verbonden zijn. De diverse geplande projecten van de ministeries komen aan bod zonder dat zij tegen de achtergrond van de COVID-19 crisis worden beschouwd. Het is dan ook de vraag in hoeverre in de Algemene Beschouwingen de gevolgen van de COVID-19 crisis zijn meegenomen. De Raad verwijst hierbij ook naar de algemene opmerking inzake de vraag of deze ontwerpbegroting niet reeds achterhaald is omdat er al aan een nota van wijziging wordt gewerkt. (zie onderdeel I. “2. Het inhoudelijke beeld van de ontwerpbegroting 2021” van dit advies).
De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting op het bovenstaande in te gaan.

Status Groeistrategie en Groeiakkoord
In de inleiding van de memorie van toelichting (pagina 3, derde tekstblok) wordt vermeld dat in het regeerprogramma 2017-2021 thans de centrale thema’s “economie en werkgelegenheid” en “goed bestuur” geprioriteerd zijn in de regeerperiode. Teneinde invulling te geven aan deze thema’s heeft de regering in uitvoering het integraal traject, genaamd ‘Groeistrategie: integraal en samen’, dat bestaat uit drie pijlers: (i) bevorderen van structurele economische groei; (ii) versterking van financieel beheer; en (iii) versterking van bestuurskracht. In dit kader is ook het Groeiakkoord met Nederland aangegaan. Uit de memorie van toelichting kan de Raad opmaken dat voor de regering de Groeistrategie en het Groeiakkoord richtinggevend zijn voor wat de beleidsvoornemens in de onderhavige ontwerpbegroting betreft terwijl Nederland zou hebben aangegeven over te gaan tot beëindiging van het Groeiakkoord.
Aangezien de meningen van Curaçao en Nederland, in hun hoedanigheid van overeenkomstsluitende partijen bij het Groeiakkoord, thans uiteenlopen wordt de regering gevraagd in de memorie van toelichting aan te geven wat thans de status is van het Groeiakkoord (en de Groeistrategie).

Per ministerie

Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening
De Raad mist in de toelichting van het ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening diverse concrete projecten, bijvoorbeeld het voornemen tot het doen ingaan van de nullijn voor ambtenaren ingaande 1 januari 2021, de mogelijkheid tot vervroegde uittreding van ambtenaren die zijn geboren in de jaren 1957 tot en met 1960 en het besluit het arbeidsvoorwaardenpakket van de ambtenaren in te korten met 12,5%.
De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting aan te vullen met inachtneming van het bovenstaande.

Ministerie van Justitie
 
1°. De Commissie Monitoring & Toezicht Politiecellen
Het vierde tekstblok op pagina 78 van de Algemene Beschouwingen gaat over de Commissie Monitoring & Toezicht Politiecellen. Daarin wordt aangegeven dat deze commissie toezicht houdt op een correcte behandeling van de arrestant, met als doel een verbetering aan te brengen in de behandeling van personen die gearresteerd worden. Eenieder die vindt dat hij bij aanhouding, vervoer of insluiting niet correct is behandeld, kan een klacht indienen. Het is niet duidelijk hoe deze commissie zich verhoudt tot de bij landsverordening ingestelde Klachtencommissie Politieel Optreden. Beide commissies voeren immers dezelfde taak uit.
De Raad vraagt aandacht van de regering voor het bovenstaande. 
 
2°. Het invullen van kritieke functies
In de eerste volzin van het laatste tekstblok op pagina 86 van de Algemene Beschouwingen wordt aangegeven dat kritieke functies bij het Opleidingsinstituut Rechtshandhaving en Veiligheidszorg (ORV) ingevuld zullen moeten worden om te kunnen werken aan de verschillende verbeteringen binnen deze organisatie. De Raad mist een onderbouwing van het aantal kritieke functies die ingevuld moeten worden alsmede de kosten hiervan.
De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de Algemene Beschouwingen en zonodig ook de ontwerpbegroting 2021 aan te passen.

Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning
 
1º. Toelichting op begrote bedragen
Het hoofdstuk “Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning” van de memorie van toelichting beperkt zich tot een cijfermatige weergave van begrote bedragen. Deze bedragen worden in de memorie van toelichting niet toegelicht en evenmin wordt ingegaan op projecten die onder het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning vallen.
De Raad adviseert de regering de memorie van toelichting aan te vullen met inachtneming van het bovenstaande.
 
2°. Gronduitgifte
De Raad heeft in de media kennis kunnen nemen van het instellen van een entiteit met zelfstandige bevoegdheden, die met gronduitgifte belast zal worden. Deze taak, het uitgeven van domaniale gronden bijvoorbeeld in erfpacht, wordt nu door het Domeinbeheer uitgevoerd.  In de ontwerpbegroting 2021 wordt er ten aanzien van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning voor het dienstjaar 2021 van uitgegaan dat Domeinbeheer deze taak zal blijven uitvoeren.
Indien de berichtgeving ter zake in de media op waarheid berust, adviseert de Raad de regering de financiële gevolgen van het instellen van voornoemde entiteit in de ontwerpbegroting 2021 op te nemen.

Ministerie van Economische Ontwikkeling
 
1°. Nieuwe incentives
Op pagina 94 van de Algemene Beschouwingen worden in de tweede tabel de impacts van het Ministerie van Economische Ontwikkeling weergegeven. Vervolgens wordt op pagina 98 van de Algemene Beschouwingen in de tabel “Indicatoren” de bij de  derde impact behorende indicatoren weergegeven. Een van deze indicatoren betreft het introduceren van nieuwe incentives voor de sectoren. De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting aan te geven welke incentives hier worden bedoeld, op welke termijn die zullen worden geïntroduceerd en op welke specifieke sectoren die betrekking zullen hebben.  
 
2°. De vierde impact
De vierde impact van het Ministerie van Economische Ontwikkeling (pagina 94 van de Algemene Beschouwingen) luidt “Curaçao is ontwikkeld tot een aantrekkelijke toeristische bestemming in het Caribisch gebied”. Ten aanzien hiervan worden op pagina 99 van de Algemene Beschouwingen verschillende te ondernemen activiteiten genoemd:

Masterplan toerisme
De uitvoering van werkzaamheden van het masterplan toerisme moet volgens het Ministerie van Economische Ontwikkeling door de COVID-19 crisis worden geëvalueerd en worden aangepast aan een herstelplan voor de toeristische sector. Toerisme is één van de prioriteit sectoren.
Uit de memorie van toelichting kan niet worden opgemaakt wanneer de evaluatie zal plaatsvinden, wie hiermee belast zal zijn en wanneer het masterplan toerisme moet zijn aangepast aan een herstelplan voor de toerisme sector. Ook is onduidelijk  of het masterplan tijdens de evaluatie nog in uitvoering zal zijn of dat  de uitvoering daarvan wordt aangehouden totdat het herstelplan er is.
De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting op het vorenstaande in te gaan.

Curaçao Tourism Authority
Een nieuwe “Curaçao Tourism Authority” (hierna: CTA) zal volgens het Ministerie van Economische Ontwikkeling worden opgezet. Uit de memorie van toelichting kan niet worden opgemaakt of met het opzetten van CTA een bestaande autoriteit vervangen wordt, wanneer deze zal zijn opgezet, hoeveel deze zal kosten en wat de kerntaken hiervan zullen zijn.
De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting op het vorenstaande in te gaan.

Tourism Development Fee
Ter realisering van de door het Ministerie van Economische Ontwikkeling vastgestelde vierde impact zal een ‘Tourism Development Fee’ (hierna: TDF) worden geïntroduceerd om fondsen te genereren voor de bekostiging van marketing en ”product development” aspecten van het toeristische product. Uit de memorie van toelichting kan niet worden opgemaakt op welke producten de TDF van toepassing zal zijn, per wanneer dit geïntroduceerd wordt, hoe hoog deze fee zal zijn, wie belast wordt met de inning en beheer van de middelen, alsmede wat de stand van zaken is van de daarvoor benodigde wetgeving.
De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting op het vorenstaande in te gaan.

Project “Marie Pompoen
Het project “Marie Pompoen (fase 3)” zal volgens het Ministerie van Economische Ontwikkeling worden voortgezet. Fase 1 en 2 zijn inmiddels voltooid en in gebruik.
De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting aan te geven hoeveel kosten gemoeid zijn met uitvoering van voornoemd project en wanneer het zal zijn afgerond.

 “Quick Win Plan – Zakito”
De uitvoering van het “Quick Win Plan – Zakito” dat in 2020 is gestart wordt volgens het Ministerie van Economische Ontwikkeling voortgezet.
De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting aan te geven hoeveel voor de uitvoering van “Quick Win Plan – Zakito” in 2021 is begroot, wat hiermee wordt beoogd en wanneer deze zal worden afgerond.

Ontwikkelingsrichtlijnen
Het Ministerie van Economische Ontwikkeling zal zorgdragen voor het opstellen van ontwikkelingsrichtlijnen voor de ontwikkeling van het gehele gebied dat aan potentiële investeerders zal worden gepresenteerd.
De regering wordt gevraagd in de memorie van toelichting aan te geven wat de status is van de ontwikkelingsrichtlijnen en wat de streeftermijn is om de (potentiële) investeerders binnen te hebben gehaald.
 
Concluderend wenst de Raad op te merken dat indien gekeken wordt naar het beleid dat met betrekking tot het toerisme – zijnde de belangrijkste economische pijler - is uitgestippeld,  blijkt dat dit beleid vaag is waardoor geen inzicht kan worden verkregen in de haalbaarheid van de plannen.
De regering wordt gevraagd ter wille van de verhoging van de informatiewaarde van de begroting meer aandacht te besteden aan de uitwerking, concretisering en zichtbaar maken van het beleid en voor zover de uitvoering en het effect meerdere jaren behelst, de verdeling van de voornemens over verschillende jaren duidelijk te maken.
 
3°. De vijfde impact

Inleiding
Op pagina 101 van de Algemene Beschouwingen worden in het overzicht de onderdelen weergegeven die deel uitmaken van de vijfde impact van het Ministerie van Economische Ontwikkeling , namelijk “Een veerkrachtige economische structuur is ontwikkeld”. Onderstaand wordt ingegaan op enkele van de bij deze impact behorende onderdelen.

De mogelijkheden voor investeringen in de export vanuit Curacao zijn bekend bij potentiële investeerders zowel regionaal als in Europa
Ten aanzien van dit onderdeel wordt op pagina 103  eerste tekstblok, van de Algemene Beschouwingen, vermeld dat om sectoren te kunnen stimuleren door de private sector lokaal geïnvesteerd moet worden. Het klimaat moet hierdoor aantrekkelijk zijn om lokale en buitenlandse investeerders aan te trekken
De regering wordt gevraagd te verduidelijken welke faciliteiten (recentelijk) beschikbaar zijn gesteld dan wel in 2021 beschikbaar zullen komen om investeringen aan te moedigen. 

De lokale en internationale rederijen maken gebruik van de mogelijkheden om onder Curaçaose vlag vissersschepen in internationale wateren te laten opereren
Bij dit onderdeel wordt aangegeven dat onder andere het oprichten van een visserij-autoriteit essentieel is in deze. Ten aanzien van de op te richten visserij-autoriteit kan worden opgemerkt dat in achtereenvolgende begrotingen van het  Ministerie van Economische Ontwikkeling het belang van deze autoriteit is benadrukt, en middelen hiervoor gereserveerd zijn, echter komt de daadwerkelijke oprichting ervan niet van de grond. Indien deze trend zich voortzet dan is het bij voorbaat duidelijk dat alle voornemens die afhangen van deze autoriteit uiteindelijk niet gerealiseerd zullen worden in het dienstjaar 2021.
Geconstateerd wordt dat het uitvoeren van het voorgenomen beleid te wensen overlaat. Geadviseerd wordt spoedig aandacht te schenken aan de knelpunten die hieraan debet zijn zodat het voorgenomen beleid uiteindelijk uitgevoerd kan worden en het gewenste effect kan sorteren.

De bereikbaarheid van Curaçao via de zee- en luchthaven is vergroot en leidt tot verhoogde economische activiteiten:
De bij dit onderdeel door de regering gehanteerde onderbouwing op pagina 104, tweede tekstblok, van de Algemene Beschouwingen luidt als volgt: ”Het uitbreiden van luchtvaartverbindingen is van belang om Curaçao te positioneren als potentieel handelsgebied binnen de regio en de rest van de wereld. In dit verband wordt in samenwerking met het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning in het kader van de Groeistrategie gewerkt aan het realiseren van de categorie 1 voor Curaçao.” Voorts dient zoals aangegeven op voornoemde pagina een strategisch meerjarenplan voor het oprichten van een “Airlift Development Center” in nauwe samenwerking met het Ministerie van  Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning te worden opgesteld. De bovenstaande onderbouwing  is vaag. Zo is onduidelijk of het realiseren van de categorie 1 voor Curaçao en de oprichting van een “Airlift Development Center” voldoende is voor het realiseren van het aan de luchthaven gekoppelde doel, wat de stand van zaken is bij het realiseren van categorie 1 voor Curacao en de oprichting van “Airlift Development Center”.  Gezien het feit dat een strategisch meerjarenplan nog moet worden opgesteld voor de oprichting hiervan en het feit dat het realiseren van de categorie 1 voor Curaçao in begrotingen van afgelopen jaren is genoemd maar niet is gerealiseerd is het van belang dat de regering aangeeft welke concrete stappen genomen zullen worden om deze beleidsvoornemens daadwerkelijk te realiseren.
Voorts wordt met betrekking tot de bereikbaarheid via zeehaven op pagina 106 van de Algemene Beschouwingen als indicator vermeld “De faciliteiten voor een ferry-verbinding met Aruba zijn gerealiseerd”. Met betrekking tot laatstgenoemde kan niet uit de memorie van toelichting worden opgemaakt of de regering op schema zou zijn met het treffen van het nodige voorbereidend werk. Ter verbetering van de kwaliteit van de (ontwerp)begroting wordt de regering gevraagd bij voornemens met name op de volgende zaken in te gaan: de noodzaak van het beleid, de voorbereidende werkzaamheden die daaraan verbonden zijn en de stand van zaken hiervan, de concrete activiteiten die in het begrotingsjaar zullen plaatsvinden, de  investeringen en/of kosten die hiermee gemoeid zijn en of de uitvoering overloopt naar volgende begrotingsjaren. 

De “cost of doing business” is verlaagd door de toepassing van duurzame energie en innovatieve technologieën
Bij de toelichting op pagina 104 van de Algemene Beschouwingen geeft de regering onder andere het volgende aan: “Door toepassing van diverse vormen van alternatieve energie te promoveren binnen het bedrijfsleven, wordt beoogd dat de ‘cost of doing business’ op lange termijn aanzienlijk wordt verlaagd”.
Gezien het feit dat pas op lange termijn een aanzienlijke verlaging van de cost of doing business wordt verwacht, is het goed om in de memorie van toelichting aan te geven welke concrete acties hiertoe in 2021 worden ondernomen, wat de hiermee gemoeide kosten zijn en welk effect wordt verwacht. Tevens dienen dezelfde punten (acties, kosten, effect) voor de meerjarenbegroting te worden uitgewerkt.
 
4°. Risico’s bij voornemens
De Raad heeft in het hoofdstuk Ministerie van Economische Ontwikkeling van de Algemene Beschouwingen geen risico’s aangetroffen met betrekking tot de voornemens van dit ministerie.
Voor zover er risico’s dan wel bedreigingen bestaan met betrekking tot de voornemens, wordt de regering gevraagd die op te nemen in de memorie van toelichting.

Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport

De regering heeft publiekelijk bekend gemaakt dat de Kas di Kultura zal ophouden te bestaan en er een nieuwe organisatie daarvoor in de plaats zal komen. Daarop en op de wijze waarop deze nieuwe organisatie gestalte zal krijgen en gefinancierd zal worden, wordt in de Algemene Beschouwingen niet op ingegaan.
De Raad adviseert de regering de Algemene Beschouwingen met inachtneming van het voorgaande aan te vullen. 

Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur
 
In de tabel op pagina 163 van de Algemene Beschouwingen komt de functie “70 Algemeen beheer Gezondheid, Milieu en Natuur” voor. Uit die functie kan afgeleid worden dat de Raad voor de Volksgezondheid daarvan een subfunctie is. De Raad vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de formele instelling van de Raad voor de Volksgezondheid aangezien de Landsverordening raden voor de volksgezondheid sinds 10 oktober 2010 op de negatieve lijst van wettelijke regelingen, die niet meer van kracht zijn, is opgenomen. Het is niet duidelijk om welke reden reserveringen gemaakt moeten worden voor het advieswerk van deze raad als  deze niet wettelijk vast- en ingesteld is.
De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande de ontwerpbegroting 2021  en de Algemene beschouwingen aan te passen.

Ministerie van Financiën
 
1°. Energie aangelegenheden
Op pagina 184 van de memorie van toelichting wordt bij functie ‘01 Bestuursorganen c.q. de minister’ aangegeven dat deze onder andere verantwoordelijk is voor energie aangelegenheden. In de algemene beschouwingen van dit ministerie is er echter verder geen informatie aangetroffen over energiebeleid. Bij de algemene beschouwingen van het Ministerie van Economische Ontwikkeling, wordt op pagina 104, onder ad 11 vermeld dat voor de implementatie van de trajecten binnen het energiebeleid de beleidsorganisatie bij dit ministerie wordt versterkt met technische deskundigheid op het gebied van duurzame energie. Voorts is ook gemeld dat dit ministerie (MEO) een energiewetgeving voorbereidt die als grondslag zal dienen voor de te implementeren aanbevelingen die voortvloeien uit het energiebeleid.
Rekening houdend met al het vorenstaande wordt de regering gevraagd aan te geven welk ministerie eindverantwoordelijk is voor energie aangelegenheden.
2°. De Belastingdienst
Uit de Algemene Beschouwingen (pagina 195, derde tekstblok) blijkt dat het voor de regering van belang is dat de begrote opbrengsten worden gehaald onder meer door het verhogen van de tax compliance. Daarbij wordt een groot aantal onderwerpen genoemd die van belang zijn voor het bereiken van de tax compliance, maar ook de risico’s die daar een bedreiging voor vormen worden genoemd. Een van de risico’s is het gebrek aan capaciteit met als gevolg een aantasting van de kwantiteit en kwaliteit van de aanslagregeling.[6]
Uit de Algemene Beschouwingen wordt niet duidelijk hoe het met de capaciteit van de Belastingdienst staat en wat de vooruitzichten zijn ten aanzien daarvan, mede gelet op de brand in 2019 in het kantoor van de Belastingdienst en als gevolg daarvan de verspreiding over diverse gebouwen van onderdelen van de Belastingdienst.
De Raad adviseert de regering in de Algemene Beschouwingen op het bovenstaande in te gaan.
 
3°. Investeringen Douane
Op pagina 201 van de Algemene Beschouwingen meldt  het ministerie van Financiën in het onderdeel “Samenhang met outcome, output en activiteiten” dat voor de begrotingsperiode de Douane investeert in een containerscanner, opleidingen voor het personeel en verscherping van controles op havens en binnenbaaien teneinde gemelde onrechtmatige daden het hoofd te bieden. Met betrekking tot de voorgenomen investering in een containerscanner wenst de Raad op te merken dat dit voornemen standaard opgenomen wordt in de begroting van voornoemd ministerie, derhalve rijst de vraag of de bedoelde investering jaarlijks dient te geschieden of dat deze steeds wordt uitgesteld.
Voorts wordt in voornoemd onderdeel vermeld dat het wegblijven van kapitaal van grote invloed kan zijn op de uitvoering en het behalen van nagestreefde resultaten, die dienen bij te dragen aan het vergroten van het vertrouwen van de bevolking in de overheid. De Raad gaat ervan uit dat met “het wegblijven van kapitaal” bedoeld wordt “het niet beschikbaar zijn van de nodige financiële middelen”.
De regering wordt gevraagd in te gaan op het vorenstaande dan wel de nodige aanpassingen in de memorie van toelichting aan te brengen.
 
III.  Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard
 
Opmerkingen van (wets)technische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.
 
Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening niet bij de Staten in te dienen dan nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.
 
Willemstad, 2 september 2020
 
de Ondervoorzitter,                                                    de Secretaris,
 
  
____________________                                            _____________________
mevr. mr. L. M. Dindial                                               mevr. mr. C. M. Raphaëla
 
 
Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/29-20-LV
 
Zowel de ontwerpbegroting 2021 als de memorie van toelichting heeft (wets)technische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.
 

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Algemeen
 
De Raad heeft geconstateerd dat in verschillende zinnen in de tekst van de memorie van toelichting punten voorkomen op de plaatsen waar komma’s dienen te worden vermeld. De Raad wijst bijvoorbeeld op de pagina’s:

95, eerste tekstblok, derde volzin;

97, tweede tekstblok, derde en vijfde volzin;

105, tweede tekstblok van onderaf, tweede volzin;

131 tot en met 133 betreffende het ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport;

134 tot en met 162 betreffende het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn.
De Raad stelt voor om deze onvolkomenheden te herstellen.
 

De memorie van toelichting
 
Algemene Beschouwingen
 
1°. Inleiding
 
Pagina 2
Voorgesteld wordt om:

in het tweede tekstblok in de eerste volzin “land” te vervangen door “Land” en in de derde volzin “daarop volgende” door “daaropvolgende”;

in het derde tekstblok “In het onderhavige Ontwerpbegroting 2021” te vervangen door “In de onderhavige Ontwerpbegroting 2021”;

in de eerste volzin van het vierde tekstblok “COVID-pandemie” te vervangen door “COVID-19 pandemie”;

in de tweede volzin van het vierde tekstblok dient “sociaal, economische” vervangen te worden door “sociaal-economische”;

in de laatste regel “raakte” te vervangen door “raakten”.
 
Pagina 4
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het tweede tekstblok “problemen op Curaçao” te vervangen door “problemen aan Curaçao”;

in de vierde volzin van het laatste tekstblok “rzet” te vervangen door het juiste woord of de juiste woorden.
 
Pagina 5
Voorgesteld wordt om:

in het eerste tekstblok “behoud van sociale samenhang” te vervangen door “het behoud van de sociale samenhang”;

in het tweede tekstblok, bij de vierde bullet “handsrelatie” te vervangen door “handelsrelatie”.

in de eerste volzin van het laatste tekstblok “De regering wil voortbouwen over” te vervangen door “De regering wil voortbouwen op” en “ligt aan” door “liggen aan”.
 
Pagina 6
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “waar gewerkt wordt naar” te vervangen door “waardoor gewerkt wordt aan” en “, toewerken naar” te vervangen door “en het toewerken naar”;

in de tweede volzin van het tweede tekstblok “van buiten deel uitmaken” te vervangen door “van buiten de ministeries deel uitmaken”;

in de laatste volzin van het tweede tekstblok “van de voortgang in” te vervangen door “van de voortgang van”;

in de eerste volzin van het laatste tekstblok “is” te vervangen door “zijn”, “ondermeer” te vervangen door “onder meer” en “ondernomen” te vervangen door “genomen”.

in de tweede volzin van het laatste tekstblok “de Groeiakkoord” te vervangen door “het Groeiakkoord”.
 
Pagina 7
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het derde tekstblok “de uitbraak van de pandemie COVID-19” te vervangen door “de COVID-19 pandemie”;

in de eerste volzin van het vierde tekstblok “Land Curaçao” te vervangen door “land Curaçao”.
 
Pagina 8
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het tweede tekstblok dient “lucht- en zee verkeer” vervangen te worden door “lucht- en zeeverkeer”;

in de tweede volzin van het tweede tekstblok dient “Centrale bank” vervangen te worden door “Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (Centrale Bank)” en “IMF” door “Internationale Monetaire Fonds (IMF)”;

in het derde tekstblok “de uitbraak van” verwijderen.
 
Pagina 9
Voorgesteld wordt om:

in het derde tekstblok bij de eerste gedachtestreep, achter “(semi)publieke” het woord “sector” toe te voegen

in de tweede volzin van het vijfde tekstblok tussen “en” en “overheidsfinanciën” het woord “de” in te voegen;

in de derde volzin van het voorlaatste tekstblok tussen “en” en “uiting” het woord “de” in te voegen;

in de eerste volzin van het laatste tekstblok “wordt” te vervangen door “worden”, “zogenaamde” door “zogenaamd” en tussen “en” en “nieuwe” het woord “een” in te voegen.
 
Pagina 10
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “de beleidsruimte” te vervangen door “het beleid”;

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “nog” te vervangen door “het”;

in de eerste volzin van het derde tekstblok “Corona pandemie” te vervangen door “COVID-19 pandemie”, tussen “was” en “de” het woord “het” in te voegen en het zinsdeel “van de economie” te verwijderen;

in de tweede volzin van het derde tekstblok “COVID pandemie” te vervangen door “COVID-19 pandemie”;

in de derde volzin van het derde tekstblok “dat de inflatie op Curaçao 2,4% zal uitkomen” te vervangen door “dat de inflatie in Curaçao op 2,4% zal uitkomen”;

in de vijfde volzin van het derde tekstblok tussen “is” en “de” het woord “het” in te voegen;

in de zesde volzin van het derde tekstblok tussen “en” en “inflatie” het woord “een” in te voegen;

in de laatste volzin van het derde tekstblok “uitgaande” te vervangen door “uitgegaan”.
 
Pagina 11
Voorgesteld wordt om:

in het eerste tekstblok “daarmee” te verwijderen;

in de laatste volzin van het tweede tekstblok tussen “voor” en “Begroting 2020” het woord “de” in te voegen en aan te geven waarvan eventueel afgeweken zou kunnen worden;

in de voorlaatste volzin van het laatste tekstblok “realiteiten” te vervangen door “realiteit” en “in de post-corona situatie” door “voor de post-corona situatie”.
 
Pagina 12
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “de” in te voegen vóór “Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten”;

in de eerste volzin van het tweede tekstblok “COVID-pandemie” te vervangen door “COVID-19 pandemie”.
 
2°. Ministerie van Algemene Zaken
 
Pagina 44
Voorgesteld wordt om in het eerste tekstblok na “de directie Wetgeving en Juridische Zaken” “(WJZ)” in te voegen.
 
Pagina 46
Voorgesteld wordt om:
- in het eerste tekstblok uit te schrijven waar de afkorting “C&V” voor staat;
- in de tweede volzin van het derde tekstblok van onderaf “communicatiecommunicatiedeskundigen” te vervangen door “communicatiedeskun-digen”;
- het voorlaatste tekstblok te schrappen omdat het tweemaal is opgenomen.
 
Pagina 47
Voorgesteld wordt om:
-  in het eerste tekstblok uit te schrijven waar de afkorting “KGMC” voor staat;
-  in het eerste tekstblok “een” vóór het woord “communicatietrainingen” te schrappen;
- in de voorlaatste volzin van het vierde tekstblok “het ambtenaren” te vervangen door “de ambtenaren”.
 
Pagina 49
Voorgesteld wordt in het tweede tekstblok “De directie Communicatie en Voorlichtingen” te vervangen door “ C&V”.
 
Pagina 56
Voorgesteld wordt in het voorlaatste tekstblok, tweede volzin, vóór “versneld” het woord “wordt” in te voegen.
 
Pagina 57
Voorgesteld wordt in het laatste tekstblok, eerste volzin, “desbetreffende ramp” te vervangen door “desbetreffende crisis of ramp”.
 
 
3°. Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening
 
Pagina 61
Voorgesteld wordt om:

in de derde volzin van het eerste tekstblok het zinsdeel “is dat betrouwbaar is en integer handelt” te vervangen door “zijn die betrouwbaar zijn en integer handelen”;

in de laatste volzin van het eerste tekstblok “ander” te vervangen door “andere”.
 
Pagina 63
Voorgesteld wordt om in het derde tekstblok, in de eerste volzin “hoeft” te vervangen door “hoeven”.
 
Pagina 64
Voorgesteld wordt om in de tweede volzin van het tweede tekstblok “is” te vervangen door “zijn”.
 
4°. Ministerie van Justitie
 
Pagina 66
In de derde volzin van het vijfde tekstblok dient “preventie jeugdcriminaliteit” vervangen te worden door “preventie van jeugdcriminaliteit”.
 
Pagina 71
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het vierde tekstblok “betreft” te vervangen door “betreffen”;

in de vierde volzin van het laatste tekstblok “wet “Aanwijzing vermoedelijke verwekker”” te vervangen door “”Landsverordening gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (P.B. 2011, no. 56) – die op 1 januari 2012 in werking is getreden (P.B. 2011, no. 69) - ”.
 
Pagina 72
In de eerste volzin van het vierde tekstblok dient “gericht op minderjarige” vervangen te worden door “gericht op de minderjarige”.
 
Pagina 73
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok (onder de tabel) “betrouwbaarheid in de Landsoverheid” te vervangen door “betrouwbaarheid van de Landsoverheid”;

in de tweede volzin van het eerste tekstblok (onder de tabel) “Parket Procureur-Generaal” te vervangen door “Parket van de Procureur-Generaal”.
 
Pagina 75
In de vierde volzin van het eerste tekstblok dient “criminaliteitsfonds” vervangen te worden door “Criminaliteitsbestrijdingsfonds”.
 
Pagina 78
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het laatste tekstblok “delict plegers” aan elkaar te schrijven en dit telkens te doen in de rest van de tekst waarin deze term voorkomt;

in de laatste volzin van het laatste tekstblok “de ET monitort” te vervangen door “het ET monitort”.
  
Pagina 79
Voorgesteld wordt om in de vierde volzin van het vierde tekstblok “op bewustwording ingezet” te vervangen door “op bewustwording worden ingezet”.
 
Pagina 82
Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het derde tekstblok “ex-delict pleger” te vervangen door “ex-delictpleger” en dit telkens te doen in de rest van de tekst waarin deze term voorkomt;

in de laatste volzin van het derde tekstblok “zich ervan bewust is om zich aan de normen en waarden van de samenleving te houden en waarom dit van belang is voor hem als individu als voor de samenleving” te vervangen door “zich ervan bewust is dat hij zich aan de normen en waarden van de samenleving moet houden en waarom dit van belang is voor zowel hem als individu als voor de samenleving”.
 
Pagina 83
In de tweede volzin van het vijfde tekstblok dient “bedrijfsvoering processen” vervangen te worden door “bedrijfvoeringsprocessen”.
 
Pagina 86
Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “enquête verrichten” te vervangen door “enquête houden”;

in de laatste volzin van het tweede tekstblok “top- midden” te vervangen door “top-, midden-”;

in de laatste volzin van het derde tekstblok “de nadruk aan” te vervangen door “de nadruk op”.
 
5°. Ministerie van Economische Ontwikkeling
 
Pagina 92
Voorgesteld wordt om:

in het eerste tekstblok “midden en kleinbedrijf” te vervangen door “midden- en kleinbedrijf”;

in het tweede tekstblok “dat leidt” te vervangen door “die leidt” en “bij de midden- en klein bedrijven” door “het midden- en kleinbedrijf”.
 
In Tabel “15. Ministerie van Economische Ontwikkeling” staan de bij bepaalde functies behorende verantwoordelijkheden niet op de juiste regel. Voorgesteld wordt deze aan te passen.
 
Pagina 95
Voorgesteld wordt om in de tweede volzin van het eerste tekstblok “aansluiten” te vervangen door “aansluit”.
 
Pagina 96
Voorgesteld wordt om:

in de derde volzin van het vierde tekstblok “inwerking treden” te vervangen door “inwerkingtreding” en “consumentenautoriteit” door “Consumentenautoriteit”;

in de laatste volzin van het vijfde tekstblok “dat er voldoende bezetting van FTAC is” te vervangen door “dat de FTAC voldoende bezet is”;

in de eerste volzin van het zesde tekstblok de eerste twee puntkomma’s te vervangen door komma’s en de laatste door “en”;

in de tabel “Indicatoren” in de eerste kolom “concurrerend” te vervangen door “concurrentie”.
 
Pagina 97
Voorgesteld wordt om:

in de vierde volzin van het tweede tekstblok “vergunningslandverordening” te vervangen door “vergunningslandsverordening”;

in de vijfde volzin van het tweede tekstblok “zal” te vervangen door “zullen”, “Het operationaliseren” door “het operationaliseren”, “verblijfsvergunning” door “verblijfsvergunningen”, “tewerkstellingsvergunning” door “tewerkstellingsvergun-ningen”.
 
Pagina 99
Voorgesteld wordt in de eerste volzin “door De Covid-19 crisis” te vervangen door “door de Covid-19 crisis”.
 
Pagina 105
Voorgesteld wordt om:

in het vierde tekstblok van onderaf “hiervan” te vervangen door “hiervoor”;

in de tweede volzin van het eerste tekstblok van onderaf, het zinsdeel “indien nodig” te vervangen door “, indien nodig,“.
 
6°. Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport
 
Pagina 108
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin “door” te vervangen door “ten behoeve van”;

in het tweede tekstblok, onder a, “voor aandacht aan kinderen,” te vervangen door “met speciale aandacht voor kinderen en”;

in het tweede tekstblok, onderdeel b, te vervangen door: “Substantieel verhogen van het aantal te verlenen studiebeurzen, zowel voor bekende studiebestemmingen als voor ontwikkelingslanden”.
 
Pagina 109
Voorgesteld wordt om:

in het eerste tekstblok, derde bullet, de voorlaatste komma te vervangen door “en” en de laatste komma door een punt;

in het laatste tekstblok, derde volzin, “uuitvoeringsactiviteiten” te vervangen door “uitvoeringsactiviteiten”.
 
Pagina 111
Voorgesteld wordt in het voorlaatste tekstblok, tweede volzin, “en toezicht” te vervangen door “en het toezicht”.
 
7°. Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn
 
Pagina 139
Voorgesteld wordt om:

in de zesde volzin van het tweede tekstblok “sociale-. maatschappelijke- als economisch leven” te vervangen door “sociale, maatschappelijk, als economisch leven”;

de zevende volzin van het tweede tekstblok te herschrijven;

in de derde volzin van het voorlaatste tekstblok “binnen gekomen” aan elkaar te schrijven.
  
Pagina 140
Voorgesteld wordt om:

in de laatste volzin van het derde tekstblok “documentbeheer systeem” aan elkaar te schrijven;

in de laatste volzin van het vierde tekstblok “place” te vervangen door “job”;

in de eerste volzin van het laatste tekstblok “bestandssysteem” te vervangen door “bestandsysteem”;

in voetnoot 3 “is de wereldwijd’ te vervangen door ‘is wereldwijd”.
 
Pagina 142
Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het eerste tekstblok “Eilandsverordening 2009 no. 135” te vervangen door “Eilandsverordening verlening bijstand Curaçao 2008 (A.B. 2009, no. 135)”.
 
Pagina 143
Voorgesteld wordt om:

in de eerste en laatste volzin van het tweede tekstblok “de LB 2016A” en “de LB Subsidie 2016A” te vervangen door “het Landsbesluit subsidie” (P.B. 2016, no. 81);

in de derde volzin van het tweede tekstblok “Subsidieverordening 2016” te vervangen door “de Landsverordening financieel beheer (P.B. 2015, no. 79) en het Landsbesluit subsidie”.
 
Pagina 151
Voorgesteld wordt om:

in de derde volzin van het eerste tekstblok “Landsbesluit KRB” te vervangen door “Landsbesluit kosteloze rechtsbijstand”;

in de derde volzin van de vierde alinea “bezit verlies” aan elkaar te schrijven.
 
Pagina 157
Voorgesteld wordt om:

in de vierde volzin van het laatste tekstblok de punt na “raken” te schrappen en “nood verblijfsplaatsen” te vervangen door “noodverblijfplaatsen”;

in de zesde volzin van het laatste tekstblok “min- en onvermogende” te vervangen door “min- en onvermogenden”.
 
8°. Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur
 
Pagina 163
Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het eerste tekstblok “op een hoger niveau” te vervangen door “naar een hoger niveau”.
 
Pagina 166
Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het eerste tekstblok “die Curaçaose economie” te vervangen door “die de Curaçaose economie”.
 
Pagina 168
Voorgesteld wordt om in de laatste volzin van het eerste tekstblok “Dit met het doel te” te vervangen door “Dit met het doel de”.
 
Pagina 174
Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “in te delen de identificatie” te vervangen door “in te delen in de identificatie”;

in de tweede volzin van het laatste tekstblok “waarbij niet de alleen afwezigheid” te vervangen door “waarbij niet alleen de afwezigheid”;

in de vierde volzin van het laatste tekstblok “op gebied stress” te vervangen door “op het gebied van stress”;

in de vijfde volzin van het laatste tekstblok de eerste “worden” te schrappen.
 
Pagina 177
Voorgesteld wordt om in de tweede volzin van het tweede tekstblok “Landsverordening BIG” te vervangen door “Landsverordening beroepen in de gezondheidszorg”.
 
Pagina 180
Voorgesteld wordt om de derde volzin van het laatste tekstblok te herschrijven.
 
Pagina 183
Voorgesteld wordt om:

in de derde volzin van het eerste tekstblok “Comprlementaire” te vervangen door “Complementaire” en “Itegrative” door “Integrative”;

de tweede volzin van het tweede tekstblok te herschrijven;

in de eerste en tweede volzin van het voorlaatste tekstblok “Legesverordening” te vervangen door “Eilandsverordening leges, precariorechten en retributies Curaçao 1992”.
 
9°. Ministerie van Financiën
 
Pagina 187
Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “om” in te voegen tussen “Curaçao” en “zich”;

in de voorlaatste volzin van het eerste tekstblok “mindere” te vervangen door “minder”.
 
Pagina 188
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het derde tekstblok “de focus voortgezet worden op” te vervangen door “de focus gelegd worden op”;

in de tweede volzin “is de focus ook op” te vervangen door “is de focus ook gelegd op”;

in de eerste volzin van het vierde tekstblok de punt na het woord “review” te verwijderen.
 
Pagina 189
Voorgesteld wordt om in de tweede volzin “zijn essentieel voor” te vervangen door “is essentieel voor”.
 
Pagina 190
Voorgesteld wordt om in de laatste volzin van het enige tekstblok “de beschikbare budget” te vervangen door “het beschikbare budget”.
 
Pagina 192
Voorgesteld wordt in de tabel, in de vierde rij van onderaf (bij nummer 05), in de eerste kolom “ontduikenbelasting” te vervangen door “belastingontduiking”.
 
Pagina 197
Voorgesteld wordt bij outcome nummer 02 in de eerste kolom “conform binnen de financiële en wettelijke kader” te vervangen door “binnen het financiële en wettelijke kader”. 
  
Pagina 199
Voorgesteld wordt de tweede volzin van het eerste tekstblok te herformuleren aangezien er een werkwoord ontbreekt.
 
Pagina 203
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het tweede tekstblok het zinsdeel “uit te laten treden op een leeftijd van 60 jaar” te vervangen door “uit te laten treden vanaf de leeftijd van 60 jaar”;

in de tweede volzin de punt na “AOV-uitkering” en “AOV-premies” te vervangen door een komma;

in de derde volzin van het derde tekstblok “basis pad” te vervangen door “basispad”;

in de laatste volzin van het laatste tekstblok “overheid breed” te vervangen door “overheidsbreed”.
 
Pagina 204
Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “en dekking” te vervangen door “en de dekking”;

in derde volzin van het tweede tekstblok “gevolgen zullen hebben op” te vervangen door “gevolgen zullen hebben voor” en “2017. 2018” te vervangen door “2017 en 2018”.

De Nota van Financiën
 
Pagina 4
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “Rijkswet financieel toezicht” te vervangen door “Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten”;

in de derde volzin van het derde tekstblok “Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten” te vervangen door “Rft”.
 
Pagina 5
Voorgesteld wordt in de vijfde volzin van het eerste tekstblok het woord “dan” in te voegen tussen “zijn,” en “zal”.
 
Pagina 6
Voorgesteld wordt om bij de tweede bullet in het laatste tekstblok “diesnten” te vervangen door “diensten”.
 
Pagina 7
Voorgesteld wordt om:

bij de eerste bullet in het eerste tekstblok “VS” te vervangen door “de Verenigde Staten”;

bij de vierde bullet in het eerste tekstblok “Calamiteiten” te vervangen door “calamiteiten, ”.
 
Pagina 9
Voorgesteld wordt in de tweede volzin van het tweede tekstblok, “productiekannaal” te vervangen door “productiekanaal”.
 
Pagina 10
Voorgesteld wordt om:

in de derde volzin van het eerste tekstblok na “Covid-19” het woord “pandemie” in te voegen.

in de vierde volzin van het eerste tekstblok “productie verstoringen” te vervangen door “productieverstoringen”;

in het tweede tekstbok “met Covid-19 pandemie” te vervangen door “met de Covid-19 pandemie”.
 
Pagina 11
Voorgesteld wordt om in de eerste volzin van het tweede tekstblok “of te wel” te vervangen door “oftewel”.
 
Pagina 12

Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het tweede tekstblok “klapt dit om in een krimp van -9,4%” te vervangen door “gaat dit om een krimp van 9,4%”;

in de vierde volzin van het tweede tekstblok “met Velezolaanse regering” te vervangen door “met de Venezolaanse regering”;

in de laatste volzin van het derde tekstblok “het Caribische regio” te vervangen door “de Caribische regio” en “Latijns Amerika” door “Latijns-Amerika”;

in de laatste volzin van het laatste tekstblok “Pre-Covid” te vervangen door “pre-Covid-19”.
 
Pagina 13
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “Covid pandemie” te vervangen door “Covid-19 pandemie”;

in de laatste volzin van het eerste tekstblok na “Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten” in te voegen “(CBCS)”;

in de eerste volzin van het tweede tekstblok na “25,4%” het woord “krimp” te verwijderen;

in de eerste volzin van het laatste tekstblok “Covid19 pandemie” te vervangen door “Covid-19 pandemie”.
 
Pagina 14
Voorgesteld wordt om In de voorlaatste volzin van het voorlaatste tekstblok “toegewezen” te vervangen door “aangewezen”.
 
Pagina 15
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “de Coronavirus” te vervangen door “Covid-19” in verband met consistentie in woordkeus conform aanwijzing 161 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (pagina 61);

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten” te vervangen door “CBCS” en “van dit virus” in te voegen tussen “impact” en “op”;

in de eerste volzin van onderdeel 1 van het tweede tekstblok “een” te verwijderen en “van grenzensluiting” te vervangen door “van de grenzensluiting”;

in de zesde volzin van onderaf van het tweede tekstblok “ontiwikkelingen” te vervangen door “ontwikkelingen”;

in de voorlaatste zin van onderaf van het laatste tekstblok “eiland” te vervangen door “Land”, “continue” door “continu” en “Covid-pandemie” door “Covid-19 pandemie”.
 
Pagina 16
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “de Covid 19” te vervangen door “Covid-19”;

in de eerste volzin van het tweede tekstblok “Sinds begrotingsjaar 2017” te vervangen door “Sinds het begrotingsjaar 2017”;

in de laatste volzin van het tweede tekstblok “Rijkswet” te vervangen door “Rft” en “pandemiecrisis” door “Covid-19 crisis” of door “pandemie”;

in de eerste volzin van het derde tekstblok “pre-Covid” te vervangen door “in de pre-Covid-19 periode,”;

in de derde volzin van het derde tekstblok het zinsdeel ”van Covid wederom de begroting belastingmiddelen naar beneden bijgesteld” te vervangen door “van Covid-19 wederom in de begroting de belastingmiddelen naar beneden bijgesteld”, het zinsdeel “Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten” te vervangen door “CBCS” en het woord “de” in te voegen tussen “en” en “lockdown”.
 
Pagina 17
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok na “condities” in te voegen “die zijn verbonden aan de”;

in de eerste volzin van het tweede tekstblok “bullet lening” te vervangen door “bulletlening” en “Covid-testen” te vervangen door “Covid-19 testen”;

in de eerste volzin van het derde tekstblok “pre-Covid” te vervangen door “in de pre-Covid-19 periode”;

in de tweede volzin van het derde tekstblok “Covid” te vervangen door “Covid-19” en in de vierde volzin van het derde tekstblok “Covid-liquiditeitssteun” door “Covid-19 liquiditeitssteun”;

in de derde volzin van het laatste tekstblok “Covid-pandemie” te vervangen door “Covid-19 pandemie” en “VS” door “de VS”.
 
Pagina 18

Voorgesteld wordt om in het laatste tekstblok:

- in onderdeel c, in de voorlaatste volzin “waanneer” te vervangen door “wanneer”;

- in onderdeel c, in de eerste volzin “onmiddellijk” te vervangen door “onmiddellijke”.

Pagina 19

Voorgesteld wordt om:

in de laatste volzin van het tweede tekstblok “uitstel van lening” te vervangen door “uitstel van de betaling van hun lening”;

in de eerste volzin van het derde tekstblok en de eerste volzin van het laatste tekstblok “Covid” te vervangen door “Covid-19”.

in onderdeel a van het laatste tekstblok “verschaft” te vervangen door “verschaffen”.
 
Pagina 20
Voorgesteld wordt om:

in de eerste regel het zinsdeel “onder de veronderstellingen” te schrappen;

de tekst in onderdeel c in het eerste tekstblok te herformuleren;

in de laatste volzin van het eerste tekstblok “vooraldnog” te vervangen door “vooralsnog”;

in de eerste volzin van het tweede tekstblok “eiland” te vervangen door “Land”;

in het laatste tekstblok in onderdeel 2 “beschikbaar wordt verschaft” te verwijderen;

in het laatste tekstblok in onderdeel 3 “in een lange termijnperspectief vizier te hebben” te vervangen door “een lange termijn perspectief te hebben”.
 
Pagina 21
Voorgesteld wordt om:

in het eerste tekstblok in onderdeel 4 “het aanbodkant” te vervangen door “de aanbodkant” en in onderdeel 6 “de lokale bedrijfsleven” door “het lokale bedrijfsleven”;

in het tweede tekstblok “eiland” te vervangen door “Land”;

In het voorlaatste tekstblok in de laatste volzin “overheidsnvs” te vervangen door “overheids-nv’s” en “Covidimpact” door “de Covid-19 impact”.
  
Pagina 22
Voorgesteld wordt om:

in de tweede volzin van het vijfde tekstblok “rsisico” te vervangen door “risico” en “Covid pandemie” te vervangen door “Covid-19 pandemie”;

in het laatste tekstblok “groeiakkoord” te vervangen door “Groeiakkoord”.
 
Pagina 24
Voorgesteld wordt om in het eerste tekstblok in de laatste volzin ”naeffecten van de Covid-19” te vervangen door “na-effecten van Covid-19”.
 
Pagina 33
In de tweede volzin van het eerste tekstblok dient volgens de Raad verwezen te worden naar “tabel 5” in plaats van “tabel 6”.
 
Pagina 36
Voorgesteld wordt in de laatste volzin de woordcombinatie “voor de” – die tweemaal voorkomt - éénmaal te schrappen.
 
Pagina 50
Voorgesteld wordt om:

in de eerste volzin van het eerste tekstblok “op een leeftijd van 60 jaar” te vervangen door “vanaf de leeftijd van 60 jaar”;

in de tweede volzin van het eerste tekstblok “AOV-uitkering, AOV-premies en BVZ-premies” te vervangen door “de AOV-uitkering, de AOV-premies en de BVZ-premies”;

in de vierde volzin van het eerste tekstblok “de” in te voegen tussen “door” en “wachtgeldregeling” en de juiste naam te vermelden van de landsverordening waarnaar verwezen wordt.
 
Pagina 56
Voorgesteld wordt om in het laatste tekstblok, in de tweede volzin “”pre-Covid” te vervangen door “van de pre-Covid-19 periode”.
 
Pagina 57
Voorgesteld wordt om in het eerste tekstblok “fonden” te vervangen door “fondsen”.
 
Pagina 59
Voorgesteld wordt om in de tweede volzin van het tweede tekstblok “ex-gezagdraggers” te vervangen door “ex-gezagdragers”.

 

[1] Brief van het Cft d.d. 24 juni 2020 (met kenmerk Cft 202000077) aan de RMR.

[2] Zie   pagina 4, onderdeel I. 6.“a. De schuldquote gerelateerde”, van het advies d.d. 24 augustus 2016, RvA no. RA/22-16-LV over de ontwerplandsverordening tot instelling van een Begrotingskamer (Landsverordening Begrotingskamer) (zaaknummers 2016/012214 en 2016/016608), pagina 10, onderdeel I. “b. Schuldquotenorm wettelijk verankeren”, van het advies d.d. 28 augustus 2017, RvA no. RA/19-17-LV over de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2018 (zaaknummer 2017/022679), pagina 3, onderdeel I. 1. “b. Financieringsruimte vs aflossingspotentieel” van het advies d.d. 30 augustus 2018, RvA no. RA/26-18-LV over de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2019 (zaaknummer 2018/034626) en pagina 28, onder VI. 2. b. “2°. Schuldquotenorm” van het advies d.d. 31 juli 2020, RvA no. RA/24-20-RW over het voorstel van rijkswet houdende regels omtrent de instelling van de Caribische hervormingsentiteit in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Rijkswet Caribische hervormingsentiteit Aruba, Curaçao en Sint Maarten).

[3] De toelichting op de artikelen 20 en 21 van de ontwerplandsverordening algemene bestedingsbelasting (zaaknummers 2019/034736 en 2020/008150) (zie de memorie van toelichting behorende bij voornoemde ontwerplandsverordening, hoofdstuk 4, pagina 19) over welke ontwerplandsverordening de Raad van Advies heeft geadviseerd d.d. 24 april 2020, RvA no. RA/09-20-LV.

[4] Memorie van toelichting, pagina 151, onderdeel “Outcome 110434: Min- en onvermogenden maken gebruik van de financiële en materiële voorzieningen”.

[5] Algemene Beschouwingen, pagina 3, eerste en tweede tekstblok.

[6] Algemene Beschouwingen, pagina 195, laatste tekstblok.