Adviezen

RvA no. RA/05-20-LB

Uitgebracht op : 03/03/2020
Publicatie datum: 25/05/2021

Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, van de Regeling Gemeenschappelijk Geldstelsel Curaçao en Sint Maarten (Landsbesluit herdenkingsmunt 190 jaar Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten)
(zaaknummer 2019/020237)

Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 10 februari 2020 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 2 maart 2020, bericht de Raad u als volgt.

Algemeen

Herdenking van het 190-jarige jubileum van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten

Uit de tweede overweging van het onderhavige ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, (hierna: het ontwerp) en de bij het ontwerp behorende nota van toelichting (hierna: de nota van toelichting) blijkt dat het 190-jarige jubileum van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: de CBCS) de aanleiding is voor het slaan van de 550 zilveren herdenkingsmunten.

Ten aanzien hiervan merkt de Raad op dat de CBCS ingevolge artikel 2 van het Centrale Bank-statuut voor Curaçao en Sint Maarten is ingesteld met ingang van 10 oktober 2010.[1] Het komt de Raad om die reden voor dat de CBCS geen 190-jarig jubileum kan vieren.

De Raad adviseert de regering in de nota van toelichting op het bovenstaande in te gaan en indien nodig het ontwerp aan te passen.

Afgezien van het bovenstaande brengt de Raad hieronder inhoudelijk dan wel wetstechnisch- en redactioneel advies uit over het ontwerp en de nota van toelichting.

Financiële gevolgen voor het Land

Artikel 11, tweede lid, van de Regeling Gemeenschappelijk Geldstelsel Curaçao en Sint Maarten bepaalt dat de kosten en opbrengsten van herdenkingsmunten toegerekend worden aan het desbetreffende land dat ze uitgeeft. Op pagina 4, eerste tekstblok, laatste volzin, van de nota van toelichting (onderdeel “§ 3.“Financiële gevolgen”) staat dan ook dat de opbrengsten van de verkoop van de munten ten bate komen van de landen Curaçao en Sint Maarten.

In de nota van toelichting op pagina 4, tweede tekstblok (onderdeel “§ 3.“Financiële gevolgen”), staat ook dat de verkoopprijs van herdenkingsmunten wordt verlaagd als na verloop van tijd blijkt dat de munten incourant zijn geworden. Daarmee wordt beoogd de aanwezige voorraad aan herdenkingsmunten alsnog te verkopen zodat de kostprijs terugverdiend wordt.

Tegen de bovenstaande achtergrond en hetgeen is bepaald in artikel 11 van de Landsverordening comptabiliteit 2010 adviseert de Raad de regering in de financiële paragraaf van de nota van toelichting aan te geven hoe bij het niet halen van de break-even afzet het verschil zal worden gedekt.

Inhoudelijke opmerkingen met betrekking tot het ontwerp

Terugwerkende kracht

Op grond van artikel 3 van het ontwerp wordt aan het Landsbesluit herdenkingsmunt 190 jaar Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten terugwerkende kracht verleend tot en met 6 februari 2018. Volgens onderdeel “§2. Terugwerkende kracht” van de nota van toelichting is de bijzondere reden hiervoor de viering van het 190-jarige jubileum van de CBCS op 6 februari 2018.

In een eerder advies van de Raad is erop gewezen dat aanwijzing 126 van de Aanwijzingen voor de regelgeving bepaalt dat het verlenen van terugwerkende kracht aan een wettelijke regeling slechts mogelijk is wanneer daarvoor een bijzondere reden bestaat.[2] In bedoeld geval ontbrak een bijzondere reden omdat het enkele feit dat 5 april 2019 het 65-jarige jubileum van de Stichting Monumentenzorg Curaçao herdacht werd, op zich geen valide (juridische) reden is.

Ook in dit geval ontbreekt in de nota van toelichting een onderbouwing om welke (juridische) reden aan het Landsbesluit herdenkingsmunt 190 jaar Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten terugwerkende kracht tot en met 6 februari 2018 wordt verleend. Daarbij merkt de Raad op dat de betreffende herdenkingsmunten op grond van artikel 1 van het ontwerp de hoedanigheid hebben van wettig betaalmiddel. Indien de herdenkingsmunten reeds zijn geslagen en op de markt zijn gebracht dan is het volgens de Raad noodzakelijk om terugwerkende kracht aan het onderhavige landsbesluit te verlenen zodat de herdenkingsmunten vanaf de datum waarop zij op de markt zijn gebracht de hoedanigheid hebben van herdenkingsmunt krachtens het onderhavige landsbesluit en zij tevens sinds die datum het karakter hebben van wettig betaalmiddel.

In de nota van toelichting in onderdeel “§3 Financiële gevolgen” (tweede tekstblok op pagina 4) staat dat met de verkoop van de munten is gestart op 29 november 2018. Dit gegeven is volgens de Raad voldoende om als bijzondere reden te dienen voor het verlenen van terugwerkende kracht aan het onderhavige landsbesluit tot en met 29 november 2018.

De Raad adviseert de regering het ontwerp en de nota van toelichting aan te passen met inachtneming van het bovenstaande.

 

Opmerkingen van redactionele aard

Opmerkingen van redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging conform de in het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, opgenomen voorstellen te besluiten, nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

 

Willemstad, 3 maart 2020

de wnd. Ondervoorzitter,                                           de Secretaris,

 

____________________                                            _____________________

dr. J. Sybesma                                                            mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/05-20-LB

Zowel het ontwerp als de nota van toelichting heeft redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

Het ontwerp

Artikel 1

Voorgesteld wordt het zinsdeel “(zegge: vijf gulden)” te vervangen door “(zegge: vijf Nederlands-Antilliaanse guldens)”.

De nota van toelichting

Onderdeel “1. Het 190 jarige jubileum van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten”

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok in de eerste volzin “viert” te vervangen door ”vierde”.

Onderdeel “2. Terugwerkende kracht”

Voorgesteld wordt in de laatste volzin na “gezien” in te voegen “het feit dat” en “viert” te vervangen door “vierde”.

Onderdeel “3. Financiële gevolgen”

Voorgesteld wordt in het eerste tekstblok in de tweede volzin “(vijfhonderd vijftig)” te vervangen door “(vijfhonderdvijftig)” en in de derde volzin “(tweehonderd vijftig)” te vervangen door “(tweehonderdvijftig)”.

 

[1] Zie de Eilandsverordening ter vaststelling van het ontwerp van de landsverordening houdende de vaststelling van het Centrale Bank-statuut voor Curaçao en Sint Maarten (A.B. 2010 no. 101) in samenhang met artikel III (onderdeel artikel 60b, eerste lid) van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen (Stb. 2010, 33).

[2] Advies van de Raad van Advies d.d. 17 december 2019 over het ontwerplandsbesluit herdenkingsmunt 65 jaar Stichting Monumentenzorg Curaçao (RvA no. RA/40-19-LB).