Adviezen

RvA no. RA/17-21-LB

Uitgebracht op : 14/05/2021
Publicatie datum: 15/02/2022

Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, houdende een tijdelijke afwijking van het Landsbesluit remuneratie Ondervoorzitter en leden Raad van Advies (Tijdelijk landsbesluit remuneratie Ondervoorzitter en leden Raad van Advies)(zaaknummer 2021/000553)

Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 16 april 2021 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan, bericht de Raad u als volgt.

  1. Algemeen

Vanwege de precaire financiële situatie van het land Curaçao, mede als gevolg van de negatieve impact van COVID-19, is op de zogenoemde Kaderbegroting 2021 van het Land een integrale korting van 17,7% doorgevoerd op de categorie “Verbruik Goederen en Diensten” op de gewone dienst van de (ontwerp)begroting van de Raad van Advies. Dit komt neer op een bedrag van NAf 133.970,= dat door de Raad voor het dienstjaar 2021 bezuinigd moet worden.

De Raad heeft door verschuivingen binnen voornoemde (ontwerp)begroting geprobeerd aan deze korting van 17,7% op de categorie “Verbruik Goederen en Diensten” te voldoen. Aangezien deze verschuivingen niet toereikend waren om volledig aan de Kaderbegroting 2021 te voldoen en nader verschuiven niet verantwoord leek, heeft de Raad uit eigen beweging een voorstel aan de regering gedaan om de remuneratie van zijn Ondervoorzitter en overige leden voor het dienstjaar 2021 tijdelijk met 12,5% te verlagen.

Omdat de verlaging van het totale pakket arbeidsvoorwaarden van ambtenaren met 12,5%, al per 1 juli 2020 zou aanvangen, heeft de Raad de regering voorgesteld om de voorgestelde verlaging van de vergoeding van de Ondervoorzitter en de overige leden van de Raad in het kader van solidariteit met de ambtenaren ook met ingang van 1 juli 2020 te laten intreden. Dit voorstel – inhoudende een verlaging van de remuneratie voor een periode van maximaal anderhalf jaar - heeft de Raad in een conceptlandsbesluit, houdende algemene maatregelen, met bijbehorende nota van toelichting bij brief van 30 december 2020 (kenmerk RvA no. OV/71-20) voorgelegd aan de Minister van Algemene Zaken.

  1. Inhoudelijke opmerkingen
  1. Het ontwerp geeft geen weergave van het initiatief van de Raad

Op 28 april 2021 heeft de Raad een ontwerp van een Tijdelijk landsbesluit remuneratie Ondervoorzitter en leden Raad van Advies (hierna: het ontwerp) ter advisering ontvangen. De bedoeling van het ontwerp is om de hiervoor bedoelde verlaging van de remuneratie van de Ondervoorzitter en de overige leden van de Raad te regelen. In het ontwerp wordt bedoelde verlaging - anders dan door de Raad is voorgesteld - niet aan een maximale duur van anderhalf jaar gebonden. De intentie is nu het Tijdelijk landsbesluit remuneratie Ondervoorzitter en leden Raad van Advies op een bij landsbesluit nader te bepalen tijdstip te laten vervallen (zie artikel 3, tweede lid, van het ontwerp).

In de nota van toelichting behorende bij het ontwerp wordt door de regering gesteld dat het voorliggende ontwerp een initiatief is van de Raad. Dat is na de door de regering aangebrachte wijziging in het oorspronkelijke voorstel van de Raad voor zover het betreft de werkingsduur van het landsbesluit (onbepaalde duur), naar het oordeel van de Raad echter absoluut niet meer het geval. In elk geval niet voor de periode na afloop van het begrotingsjaar 2021.

Overigens heeft de Raad er niets op tegen dat de regering niet ingaat op een voorstel of daaraan een eigen invulling geeft. De Raad betreurt echter dat hij in de periode voorafgaande aan de formele aanbieding van het voorliggende ontwerp ter advisering, niet door de regering geïnformeerd is dat aan de vrijwillige tijdelijke bijdrage die de Raad uit solidariteitsredenen heeft willen leveren, qua duur een onbeperkt karakter door de regering zou worden toegekend. Dit klemt temeer nu de nota van toelichting doet voorkomen alsof het in het voorliggende ontwerp verwoorde voorstel, waaronder het in tijdsduur onbeperkte karakter van de tijdelijke bijdrage, van de Raad afkomstig is (zie pagina 3 van de nota van toelichting, laatste volzin van de eerste alinea en pagina 5 van de nota van toelichting, onder “Artikel 3”, laatste volzin van de eerste alinea).

De Raad adviseert de regering in de nota van toelichting onderscheid te maken tussen de door de Raad op eigen initiatief voorgestelde tijdelijke – in tijdsduur beperkte – inkorting van de remuneratie van de Ondervoorzitter en overige leden van de Raad en het daarvan afwijkende – in tijdsduur onbeperkte – voorstel van de regering.

  1. Tekort op de begroting van de Raad voor het dienstjaar 2021

Om de redenen, genoemd in onderdeel “I. Algemeen” heeft de Raad voorgesteld om de verlaging van de remuneratie voor het gehele begrotingsjaar 2021 te laten gelden. De regering heeft echter gekozen om de duur van de bezuinigingsmaatregelen, opgenomen in het ontwerp, te koppelen aan de werkingsduur van de Landsverordening inkorting arbeidsvoorwaarden 2020. Het uitgangspunt van de regering, zoals voorgesteld in artikel 3, tweede lid, van het ontwerp, is dat dit landsbesluit dan ook minimaal tot en met 30 juni 2021 van kracht zal zijn. Gezien het tekort dat anders op de begroting van de Raad zal ontstaan voor het begrotingsjaar 2021, zou bedoelde korting zoals door de Raad voorgesteld in elk geval tot en met 31 december 2021 van kracht moeten blijven.

De Raad vraagt de bijzondere aandacht van de regering voor het voorgaande.

  1. Het verbod van willekeur

Aan de tweede tranche liquiditeitssteun die het land Curaçao in het kader van de COVID-19 crisis van Nederland gekregen heeft, is een aantal voorwaarden verbonden. Deze komen kort gezegd erop neer dat structurele hervormingen moeten worden doorgevoerd en dat een aantal nader aangeduide bezuinigingen moet plaatsvinden in de (semi-) publieke sector. Onder die nader door Nederland aangeduide bezuinigingen valt bijvoorbeeld niet het vanwege de overheid inkorten op de remuneratie van de Ondervoorzitter en de overige leden van de Raad. Echter, het kan zijn - de financiële situatie van het Land is immers nijpend - dat de regering zelf nog verdergaande bezuinigingsmaatregelen wil implementeren en daarbij wenst in te korten op vergoedingen van de leden van adviesraden, -colleges, -commissies en werkgroepen, of meer specifiek zoals in het voorliggende geval van de leden van de Raad van Advies. Dit komt echter niet tot uitdrukking in de nota van toelichting. 

De Raad wijst de regering er in ieder geval op dat bij het toepassen van een dergelijke korting de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht genomen moeten worden, meer in het bijzonder het verbod van willekeur. Uitgaande daarvan zal de regering haar bevoegdheid om vergoedingen vast te stellen - bijvoorbeeld de remuneratie van de Ondervoorzitter en de overige leden van de Raad - op een behoorlijke en rechtvaardige wijze moeten uitoefenen en deze bevoegdheid niet willekeurig moeten gebruiken. Dit houdt mede in dat, wanneer de regering aan het oorspronkelijke voorstel van de Raad een andere wending geeft en daarmee het vrijwillige karakter van het voorstel van de Raad voor zover het betreft de duur van de korting verloren gaat, de regering zal moeten rechtvaardigen waarom op de remuneratie van de leden van de Raad verplicht wordt ingekort en bijvoorbeeld niet op de vergoeding van leden van andere adviesraden, -colleges, -commissies en werkgroepen die in een gelijke c.q. vergelijkbare positie als de Raad verkeren.

De Raad adviseert de regering in de nota van toelichting in te gaan op de noodzaak om verdergaande bezuinigingsmaatregelen te implementeren, meer in het bijzonder door – mogelijk na 2021 verplicht - in te korten op de remuneratie van de Ondervoorzitter en de overige leden van de Raad en (vooralsnog) niet op die van andere adviesraden, -colleges, -commissies en werkgroepen.

De Raad adviseert de regering voorts en wellicht ten overvloede, om zoals het hoort, ook in deze crisisperiode haar bevoegdheden – onder andere bij het toepassen van bezuinigingsmaatregelen – met inachtneming van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het verbod van willekeur, uit te oefenen. 

 

Concluderend heeft de Raad van Advies bezwaar tegen het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, en geeft de regering in overweging het ontwerp niet aldus vast te stellen.

Willemstad, 14 mei 2021

de Ondervoorzitter,                                                    de Secretaris,

 

____________________                                            _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                               mevr. mr. C. M. Raphaëla