Adviezen

RvA no. RA/13-22-LB

Uitgebracht op : 07/06/2022
Publicatie datum: 19/10/2022

Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 58 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting)

(zaaknummers 2020/043255 en 2021/005375)

 

Advies:  Met verwijzing naar uw spoedadviesverzoek d.d. 25 april 2022 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 6 juni 2022, bericht de Raad u als volgt.

 

  1. Algemeen

De stand van zaken met betrekking tot het sluiten van verdragen met andere landen ter voorkoming van dubbele belasting

Uit de brief van de Minister van Financiën van 13 april 2022 (zaaknummer 2020/043255), volgt dat met het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen ter uitvoering van artikel 58 van de Algemene landsverordening Landbelastingen (hierna: het ontwerp) wordt beoogd om regels vast te stellen ter voorkoming van dubbele belasting. Het ontwerplandsbesluit is volgens de regering een eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting voor situaties waarin niet op andere wijze, bijvoorbeeld door middel van belastingverdragen, in voorkoming van dubbele belasting is voorzien[1]. De vraag rijst naar de stand van zaken met betrekking tot het sluiten van verdragen ten behoeve van Curaçao waarin het voorkomen van dubbele belasting wordt geregeld.

In de laatste alinea van paragraaf 3 “Advies van de Sociaal Economische Raad” op pagina 7 van de nota van toelichting behorende bij het ontwerp geeft de regering aan dat er hard gewerkt wordt aan een Curaçaos verdragsbeleid en de tekst van een Curaçaos standaardverdrag ter ondersteuning van de verdragsonderhandelingen. De prioriteit van de regering is om de onderhandelingen over reeds ondertekende verdragen weer op te pakken omdat deze verouderd zijn en in lijn gebracht moeten worden met het Modelverdrag 2017 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna: OESO) en actieplan 6 van het Base Erosion and Profit Shifting Plan van deze organisatie.

Op 13 november 1989 heeft het Koninkrijk een verdrag met het Koninkrijk Noorwegen gesloten ten behoeve van onder meer Curaçao[2]. Daarnaast is het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Malta tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belastingen met betrekking tot belastingen naar het inkomen op 18 november 2015 geratificeerd maar nog niet in werking getreden voor Curaçao[3]. Het is niet duidelijk hoever de regering is gevorderd in het proces om deze twee verdragen te moderniseren.

Op grond van artikel 1 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking van verdragen verstrekt de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk periodiek aan onder meer de Staten van Curaçao een lijst van ontwerpverdragen waarover door het Koninkrijk met andere landen wordt onderhandeld. Uit de lijst die op 9 mei 2022 door de Staten van Curaçao[4] is ontvangen volgt dat het Koninkrijk (lees: het Ministerie van Buitenlandse Zaken) tot op dat moment ten behoeve van Curaçao onderhandelingen voert met Cuba, Jamaica, Qatar, San Marino, Seychellen en de Verenigde Arabische Emiraten voor het vermijden van dubbele belasting[5]. Het is echter niet duidelijk in welk stadium de onderhandelingen met deze landen zich bevinden.

De regering zal op verzoek van de Sociaal Economische Raad nog een aantal belangrijke handelspartners van Curaçao aan de desbetreffende lijst van ontwerpverdragen waarover onderhandeld wordt laten toevoegen, zoals de Verenigde Staten van Noord-Amerika, Colombia, de Dominicaanse Republiek, Canada, de Bolivariaanse Republiek Venezuela en Japan[6]. Het is echter niet duidelijk wanneer deze onderhandelingen een aanvang zullen nemen.

De Raad is van oordeel dat in de nota van toelichting inzichtelijk gemaakt moet worden wat de stand van zaken is met betrekking tot het moderniseren van reeds bestaande verdragen en het voeren van of beginnen met onderhandelingen over nieuwe verdragen ter voorkoming van dubbele belasting

  1. Inhoudelijke opmerkingen
  1. Het ontwerp
  1. Afwijken bij hogere regeling (artikel 1)

Blijkens de toelichting op artikel 11 van het ontwerp is het de bedoeling dat alle bepalingen betreffende het voorzien in voorkoming van dubbele belasting in het Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting worden opgenomen (pagina 20, eerste alinea). Volgens het tweede lid van artikel 1 van het ontwerp vindt het Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting slechts toepassing voor zover niet op andere wijze in het voorkomen van dubbele belasting is voorzien. Volgens de toelichting op dit artikellid[7] wordt hiermee de aanvullende werking op vooral belastingverdragen in het landsbesluit tot uitdrukking gebracht.

De Raad is van oordeel dat in voornoemd artikellid duidelijker tot uitdrukking moet komen dat afwijking van het bepaalde in het Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting slechts mogelijk is in een hogere regeling. Om deze reden adviseert de Raad de regering om in het tweede lid van artikel 1 van het ontwerp na ‘op andere wijze’ in te voegen ‘bij landsverordening of overeenkomsten met andere mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties die voor Curaçao zijn bekrachtigd'.

  1. De term ‘inwoner’ (artikel 5)

In onderdeel a van artikel 5 van het ontwerp wordt gesproken van het rechtssubject ‘het lichaam dat de uitdeling van dividend doet en die inwoner is van een staat of land’. De Raad is van oordeel dat de term ‘inwoner’ een verdere definiëring in het ontwerp behoeft[8]. Met deze term wordt immers niet alleen de geografische aanwezigheid van de belastingplichtige in een staat of land bedoeld.

In bijvoorbeeld het eerste lid van artikel 4 van het (op 18 november 2015 geratificeerde maar nog niet inwerking getreden) Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Malta tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belastingen met betrekking tot belastingen naar het inkomen wordt de term ‘inwoner’ gedefinieerd als “iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of elke andere soortgelijke omstandigheid en omvat tevens de staat zelf en elk staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die staat”. Volgens de Raad kan de regering overwegen om aansluiting te zoeken bij een dergelijke definiëring van de term ‘inwoner’.

De Raad adviseert de regering om (artikel 5 van) het ontwerp aan te passen.

  1. De verrekening van belasting volgens de gezamenlijke methode (artikel 8)

In de aanhef van artikel 8 van het ontwerp wordt gesproken over de verrekening van vanwege een andere mogendheid geheven belasting. Volgens de Raad geldt voor dit artikel de gezamenlijke methode waarbij hoort dat de inkomsten verkregen in alle mogendheden bij elkaar worden geteld. Dit is ook in lijn met het bepaalde in onderdeel a van het tweede lid en in het vijfde lid van artikel 8 van het ontwerp. In het licht hiervan dient in de aanhef van artikel 8 ‘een andere mogendheid’ vervangen te worden door ‘andere mogendheden’.

De Raad adviseert de regering om (de aanhef van artikel 8 van) het ontwerp aan te passen.

  1. Het opteren voor verrekening en de benadeling van de belastingplichtige (artikel 9)

Op grond van het eerste lid van artikel 9 van het ontwerp kan een belastingplichtige in afwijking van het bepaalde in de artikelen 7 en 8, tweede tot en met het achtste lid, van het ontwerp opteren voor het verrekenen van door andere mogendheden over het inkomen geheven belasting. Dit kan in geval het de gezamenlijkheid van inkomen betreft genoemd in artikel 6, tweede lid, en artikel 8, eerste lid alsmede de opbrengsten uit niet in dienstbetrekking binnen het gebied van een andere mogendheid verrichte arbeid.

Een belastingplichtige met dit soort inkomensbestanddelen kan slechts gebruikmaken van de verrekening op grond van artikel 9 van het ontwerp in plaats van de vrijstelling in artikel 7 omdat deze inkomensbestanddelen, welke naar hun aard in artikel 6 thuishoren, daarin niet worden genoemd. Deze belastingplichtige wordt volgens de Raad daardoor in een nadelige positie gebracht.

De Raad adviseert de regering om het ontwerp op dit punt aan te passen.

  1. De doorschuifregeling (artikel 11)

In het vijfde en zevende lid van artikel 11 van het ontwerp wordt een doorschuifregeling in het leven geroepen waarvan de termijn vijf jaren bedraagt. Aangezien dit artikel ziet op winstbelastingplichtigen zou het volgens de Raad redelijker zijn om deze termijn gelijk te laten lopen met de termijn van verliesverrekening voor winstbelastingplichtige lichamen (artikel 10, eerste lid van de Landsverordening op de winstbelasting 1940) aangezien de te verrekenen verliezen de ruimte voor verrekening van buitenlandse belasting beperken. Dat zou dan ook meer in lijn zijn met artikel 12 van het ontwerp dat tevens geldt voor winstbelastingplichtige lichamen. De termijn van vijf jaar genoemd in de artikelen 7 en 8 welke geldt voor de inkomstenbelasting is wel in overeenstemming met de verliesverrekeningstermijn geregeld in artikel 15, eerste lid van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943.

De Raad adviseert de regering om (artikel 11 van) het ontwerp aan te passen.

  1. De inwerkingtreding van het landsbesluit (artikel 14)

Artikel 14 van het ontwerp regelt de inwerkingtreding van het landsbesluit voor de vier belastinggebieden waarop het van toepassing is. Voor wat betreft de inkomstenbelasting treedt - gezien het bepaalde in artikel 14, onderdeel a, van het Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting - dit landsbesluit direct in werking en is alleen van toepassing op feiten die in het verleden hebben plaatsgevonden indien de aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat. Voor de winstbelasting is het Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting gezien onderdeel b van artikel 14 vanaf het boekjaar 1 januari 2020 van toepassing. In de nota van toelichting ontbreekt een toelichting op het gekozen tijdstip van inwerkingtreding van het Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting voor de vier belastinggebieden. De Raad mist een uiteenzetting over de reden waarom er wat het moment van toepassing van voornoemd landsbesluit betreft onderscheid wordt gemaakt tussen de categorieën belasting waarop het landsbesluit van toepassing zal zijn.

De Raad adviseert de regering om artikel 14 van het ontwerp van een toelichting te voorzien waarin op het bovenstaande wordt ingegaan.

  1. De nota van toelichting
  1. Het voorkomen van dubbele belasting ten aanzien van gezinsleden

In de toelichting op artikel 6, tweede lid, onderdeel b, onder 2º van het ontwerp[9] wordt als voorbeeld een ambtenaar genomen die in dienstbetrekking is bij een buitenlandse overheidsinstantie en die in het kader van zijn werkzaamheden wordt uitgezonden naar Curaçao en daar woont. Bij deze ambtenaar wordt voorkomen dat hij dubbele belasting moet betalen door aan hem een vrijstelling te geven indien de werkzaamheden zowel buiten als binnen Curaçao plaatsvinden. Deze voorziening geldt volgens de toelichting voor de ambtenaar en niet voor zijn eventuele gezinsleden, tenzij die ook in dienst zijn bij een buitenlandse overheidsinstantie. De Raad is van oordeel dat de voorwaarde ten aanzien van eventuele gezinsleden van de belastingplichtige in het ontwerp zelf en niet in de nota van toelichting opgenomen moet worden[10].

De Raad adviseert de regering om (artikel 6 van) het ontwerp aan te passen. 

  1. De tweede limiet in de inkomstenbelasting

Uit de toelichting op het vijfde lid van artikel 8 van het ontwerp[11] volgt dat de niet-verrekende bronbelasting uit eerdere jaren in zoverre alsnog verrekend kan worden. Hiervoor dient de belastingplichtige inkomsten als bedoeld in het eerste lid van artikel 8 van het ontwerp te ontvangen en dient de tweede limiet naast de verrekening van de bronbelasting uit datzelfde jaar nog additionele verrekenruimte te bieden.

Deze formulering impliceert dat er een voorrangsregeling bestaat tussen de belasting uit hetzelfde jaar en de doorgeschoven niet-verrekende belasting uit oudere jaren. Dit zou in samenhang met de beperkte termijn van doorschuiving ertoe kunnen leiden dat niet- verrekende belasting uit oudere jaren niet meer tot verrekening komt doordat de belasting uit het lopende jaar als eerste voor verrekening in aanmerking komt. Een belastingplichtige zou erbij gebaat zijn als de doorgeschoven belasting uit oudere jaren eerder wordt verrekend dan de belasting uit het lopende jaar.

De Raad adviseert de regering om (artikel 8 van) het ontwerp, en indien nodig de toelichting (op het vijfde lid daarvan) aan te passen.

  1. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

De Raad van Advies heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, en adviseert de regering daarmee rekening te houden voordat een besluit genomen wordt.

 

Willemstad, 7 juni 2022

de Ondervoorzitter,                                                     de Secretaris,

____________________                                             _____________________

mevr. mr. L. M. Dindial                                                mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/13-22-LB

Zowel het ontwerp als de nota van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

  1. Het ontwerp
  1. De aanhef

Voorgesteld wordt om in de aanhef bij de zin ‘De Gouverneur van Curaçao,’ een spatie op te nemen tussen ‘van’ en ‘Curaçao’.

  1. Artikel 2

In artikel 2 van (maar ook elders in) het ontwerp wordt de term ‘Mogendheid’ met een hoofdletter geschreven. In opmerking nummer 1 van de brief van Wetgeving en Juridische Zaken van 11 juni 2021, met kenmerk WJZ 21/0044 en zaaknummer 2020/043255, wordt aanbevolen om deze term met een hoofdletter te schrijven en dit ook in de Landsverordening op de winstbelasting 1940 te doen omdat deze term in beide regelingen over en weer van belang zijn.

De Raad stelt echter voor om in navolging van artikel 58 van de Algemene landsverordening Landbelastingen en aanwijzing 70 van de Aanwijzingen voor de regelgeving de desbetreffende term met een kleine letter te schrijven. Voor de volledigheid dient dit ook in de rest van de tekst van het ontwerp en de nota van toelichting aangepast te worden.

  1. Artikelen 3 en 4

Voorgesteld wordt om in het tweede lid van artikel 3 en in artikel 4 het woord ‘besluit’ te vervangen door ‘landsbesluit’.

  1. Artikel 6

Voorgesteld wordt om in het tweede lid, onderdeel b, onder 5º het woord ‘Niettegenstaande’ met een kleine letter te schrijven.

  1. Artikel 7

Voorgesteld wordt om:

  • in de tweede volzin van het vierde lid ‘genoemde artikel’ te vervangen door ‘genoemde artikelleden’;
  • in het negende lid het woord ‘besluit’ te vervangen door ‘landsbesluit’.
  1. Artikel 9

Voorgesteld wordt om:

  • in onderdeel b van het tweede lid achter ‘verschuldigd zou zijn’ de zinsnede ‘in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste en het vierde lid in aanmerking te nemen inkomen’ op te nemen;
  1. Artikel 12

Uit oogpunt van consistentie kan volgens de Raad de formulering van het derde lid meer in lijn worden gebracht met de formulering van het zesde lid van artikel 8 van het ontwerp.

  1. Artikel 13

Voorgesteld wordt om het eerste lid meer in lijn te brengen met artikel 6, tweede lid, onderdeel b, onder 6º van het ontwerp door de zinsnede ‘alsmede rechten waaraan deze zijn onderworpen’ te vervangen door ‘alsmede rechten die daarop betrekking hebben’.

  1. De nota van toelichting
  1. Nummering van pagina’s

De Raad stelt voor om ten behoeve van de leesbaarheid de pagina’s van een nummering te voorzien.

  1. Pagina 1

Voorgesteld wordt om:

  • in een voetnoot de vindplaats aan te geven van de in de enige zin van de eerste alinea genoemde wettelijke regeling;
  • in een voetnoot de vindplaats aan te geven van de in de tweede zin van de derde alinea genoemde wettelijke regeling;
  • in een voetnoot de vindplaats aan te geven van de in de eerste zin van de vierde alinea genoemde uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao;
  • in een voetnoot de vindplaats aan te geven van het in de derde zin van de vierde alinea genoemde Modelverdrag van de OESO;
  • het lidwoord ‘de’ achter het woord ‘rechtszaak’ te schrappen;
  • in de eerste voetnoot de vindplaats aan te geven van de daarin genoemde rijkswet.
  1. Pagina 2

Voorgesteld wordt om in de eerste zin van de derde alinea het woord ‘Landsbesluit’ met een kleine letter te schrijven.

  1. Pagina 4

Voorgesteld wordt om:

  • in de tweede zin van de eerste alinea de zinsnede ‘het zijt’ te vervangen door ‘wordt’;
  • in de eerste zin van de tweede alinea ‘het onderhavig ontwerp te vervangen door ‘het onderhavige ontwerp’ en ‘Cases6’ door ‘Cases6’;
  • in de voorlaatste zin van de tweede alinea de zinsnede ‘op basis van de toepassing’ te vervangen door ‘op basis van de van toepassing’.
  1. Pagina 5

Voorgesteld wordt om:

  • in de tweede zin van de eerste alinea ‘verleend’ te vervangen door ‘verleent’;
  • in de eerste zin van de laatste alinea achter ‘h.a.m.”’ het woord ‘en’ op te nemen;
  • in de eerste zin van de laatste alinea achter ‘heroverwogen’ de woorden ‘moet worden’ op te nemen;
  • in de laatste zin van de laatste alinea achter ‘dubbele’ het woord ‘belasting’ op te nemen.
  1. Pagina 6

Voorgesteld wordt om:

  • in de eerste zin van de eerste alinea waar ‘af of’ dubbel geschreven is moet dit gecorrigeerd worden;
  • in de zesde zin van de eerste alinea achter ‘1943’ tussenhaakjes ‘hierna: LvIB’ op te nemen;
  • in een voetnoot de vindplaats aan te geven van de in de zesde zin van de eerste alinea genoemde wettelijke regeling;
  • in de laatste zin van de laatste alinea achter ‘Noord’ een koppelteken op te nemen.
  1. Pagina 7

Voorgesteld wordt om:

  • de voorlaatste zin van de eerste alinea te herschrijven;
  • in de derde zin van de laatste alinea de komma achter ‘wordt’ te schrappen;
  • in de derde zin van de laatste alinea ‘gelijksteling’ te vervangen door ‘gelijkstelling’.
  1. Pagina 8

Voorgesteld wordt om:

  • in de tweede zin van de tweede alinea ‘het verdrag inzake het Continentaal Plateau’ te vervangen door ‘het Verdrag inzake het continentale plateau’;
  • in de derde zin van de tweede alinea ‘besluit’ te vervangen door ‘landsbesluit’;
  • in de eerste zin van de vierde alinea ‘binnenlandse’ te vervangen door ‘binnenlands’;
  • in de enige zin van de vijfde alinea ‘ander’ te vervangen door ‘andere’;
  • in voetnoot nummer 9 ‘verdrag’ te vervangen door ‘Verdrag’ en ‘continentaal’ te vervangen door ‘continentale’.
  1. Pagina 9

Voorgesteld wordt om:

  • in de laatste zin van de tweede alinea ‘6º’ te vervangen door ‘7º’;
  • In de eerste van de derde alinea ‘ingezetene’ te vervangen door ‘binnenlands belastingplichtige’ en in de vierde zin ‘ingezetene van Curaçao’ door ‘binnenlands belastingplichtige’.
  1. Pagina 11

Voorgesteld wordt om:

  • in de eerste zin van de eerste alinea ‘AOV’ en ‘AWW’ voluit te schrijven;
  • In de zesde zin van de derde alinea ‘overlegd’ te vervangen door ‘overgelegd’.
  1. Pagina 12

Voorgesteld wordt om:

  • in de derde zin ‘binnenlandse’ te vervangen door ‘binnenlands’;
  • in de vierde zin ‘(hierna: LvIB)’ te schrappen.
  1. Pagina 13

Voorgesteld wordt om:

  • in de enige zin van de derde alinea ‘Landsbesluit’ met een kleine letter te schrijven;
  • in de eerste zin van de vierde alinea ‘tweede en derde lid’ te vervangen door ‘tweede, derde en vierde lid’;
  • in de derde zin van de vijfde alinea (Voorbeeld 2) de zinsnede ‘Zonder het vierde lid van artikel 7’ te vervangen door ‘Zonder de eerste volzin van het vierde lid van artikel 7’.

Uit de laatste zin van de derde alinea op pagina 12 volgt dat de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 verder in de tekst van de nota van toelichting afgekort zal worden als ‘LvIB’. Voorgesteld wordt om deze afkorting ook te gebruiken in de eerste zin van de vierde alinea en in de enige zin van de laatste alinea (op pagina 13).

  1. Pagina 14

Voorgesteld wordt om:

  • in de tweede zin van de tweede alinea ‘dergelijk’ te vervangen door ‘dergelijke’
  • de achtste zin van de tweede alinea te vervangen door ‘Na toepassing van de heffingskorting bedraagt de belasting NAf 64.592.’;
  • in de eerste zin van de derde alinea ‘voorzover’ te vervangen door ‘voor zover’.

 Pagina 15

Voorgesteld wordt om in eerste zin van de voorlaatste alinea de zinsnede ‘De inhaalregeling is’ te vervangen door ‘De inhaalregeling opgenomen in het achtste lid is’.

  • Pagina 16

Voorgesteld wordt om:

  • de eerste zin van de eerste alinea en de tweede zin van de tweede alinea te herschrijven;
  • de eerste zin van de laatste alinea te vervangen door ‘Op grond van artikel 39 LvIB is een Ministeriële beschikking uitgevaardigd waarbij uitstel van betaling kan worden verleend voor een zogenoemde conserverende aanslag welke bij emigratie van een houder van een aanmerkelijk belang kan worden opgelegd.’;
  • in de derde zin van de laatste alinea ‘belang3’ te vervangen door ‘belang3’ en de zinsnede ‘uitstel wordt verleend’ te vervangen door ‘uitstel van betaling wordt verleend’.
  1. Pagina 17

Voorgesteld wordt om in de tweede zin van de eerste alinea ‘met ratio’ te vervangen door ‘met de ratio’.

  1. Pagina 19

Voorgesteld wordt om:

  • in een voetnoot de vindplaats aan te geven van de in de laatste zin van de derde alinea genoemde wettelijke regeling;
  • in de enige zin van de laatste alinea ‘Landsverordening op de winstbelasting 1940’ te vervangen door ‘LWB’.
  1. Pagina 21

Voorgesteld wordt om in de eerste zin van de tweede alinea:

  • ‘inkomsten uit onroerende zaken’ tussen aanhalingstekens te zetten;
  • ‘netto begrip’ te vervangen door ‘netto-begrip’;
  • de eerste ‘dienen’ te schrappen.
  1. Pagina 22

Voorgesteld wordt om de vierde zin van de eerste alinea te vervangen door ‘Dit is de winstbelasting die in Curaçao is verschuldigd over de in het buitenland belaste inkomen.’.

 

__________________________

 

[1] Zie de eerste zin van de voorlaatste alinea van paragraaf 1 “Algemeen” op pagina 2 van de nota van toelichting.

[2] Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot de Nederlandse Antillen en het Koninkrijk Noorwegen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, Trb. 1990, 4.

[3] Trb. 2015, 196.

[4] Bij brief d.d. 6 mei 2022, met kenmerk RV-22/019/JW, heeft de Gouverneur van Curaçao namens de Minister van Buitenlandse Zaken een brief d.d. 25 april 2022, met kenmerk MINBUZA-2022-322853, betreffende de verdragen in voorbereiding met als peildatum 1 april 2022 bij de Staten van Curaçao ingediend. Deze brief, door de Staten op 9 mei 2022 ontvangen en geregistreerd onder nummer 21-22/00725, is vindbaar op de website www.parlamento.cw.

[5] Zie pagina’s 13 en 14 van de lijst van verdragen in voorbereiding met peildatum 1 april 2022.

[6] Zie pagina 7, eerste alinea, vierde zin van de nota van toelichting.

[7] Pagina 7 van de nota van toelichting.

[8] Zie ook aanwijzing 94 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

[9] Pagina 9, laatste alinea, van de nota van toelichting.

[10] Zie ook aanwijzing 158 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

[11] Pagina 18, eerste alinea, laatste volzin, van de nota van toelichting.